BelgieUit Wikipedia, de vrije encyclopedie

| Website | www |
||
|---|---|---|---|
| Detailkaart | |||
| ligging binnen het arrondissement Hasselt in de provincie Limburg |
|||
| Foto's | |||
| Grote Markt met zicht op het oude stadhuis, de belforttoren, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de abdijtoren | |||
|
|
|||
Sint-Truiden (Frans: Saint-Trond, Limburgs: Sintruin) is een stad en gemeente in de Belgische provincie Limburg. Met haar 107 km² en bijna 42.000 inwoners is het een van de grootste steden van Limburg. De stad is de hoofdplaats van het kieskanton en het gerechtelijk kanton Sint-Truiden. Het is de enige stad in Vlaanderen die naar haar stichter (Trudo) vernoemd werd.

Een inwoner van Sint-Truiden wordt Truienaar genoemd; voor een vrouwelijke inwoner wordt de benaming Truinoske gebruikt.
sint truiden
De oudste woonkern was Zerkingen, dat reeds in de 8e eeuw in geschriften voorkwam als: Sarchinium. Na 1100 kwam de naam Sint-Truiden in zwang, naar Sint-Trudo, grondlegger van de Abdij van Sint-Truiden.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]
Sint-Trudo, stichter van de abdij van Sint-Truiden. Afbeelding op reliekschrijn in de schatkamer van de Onze-Lieve-Vrouwekerk
AbdijcomplexDe vroegste geschiedenis gaat terug tot de Romeinse tijd, toen zich op de plek van het tegenwoordige Sint-Truiden, aan een kruispunt van heirbanen, reeds een kleine bewoningskern vormde, later Zerkingen genoemd. In 655 stichtte Trudo, waarschijnlijk een lid van een aanzienlijke Austrasische familie met leengoed in deze regio, op deze plek een monnikengemeenschap, die geleidelijk uitgroeide tot de abdij van Sint-Truiden. Later werd Sint-Trudo heilig verklaard, zoals veel leden van de Frankische adel. Trudo was in Metz opgeleid tot priester, wat vaak wordt aangevoerd als verklaring voor het feit dat het bisdom Metz veel invloed had in Sint-Truiden. In 660 bouwde Trudo een kerkje in zijn geboortestreek, ongeveer één kilometer ten noorden van Zerkingen, langs de Cicindria. Nadat er bij het graf van de heilige Trudo enkele wonderen waren gebeurd, ontwikkelde de plaats zich tot bedevaartsoord. Door de vele pelgrims kwamen ook handel en dienstverlening tot bloei. De nederzetting die bij het klooster ontstond, stond te boek als Oppidum Sancti Trudonis. De naam Zerkingen raakte aldus geleidelijk in onbruik en de stad ging Sint-Truiden heten.

Dat Sint-Truiden uitgroeide tot een economisch centrum, blijkt onder andere uit een Karolingische munt uit 780, met op de voorzijde Karel de Grote en op de keerzijde Sci Trudo ('Heilige Trudo'). Van de abdijgebouwen is bekend dat bisschop Adalbero I van Metz, die ook abt van Sint-Truiden was, rond 950 een nieuwe, driebeukige kerk bouwde. De 11e eeuw was een bloeiperiode voor de abdij. In deze periode begon de bouw van wat waarschijnlijk de derde abdijkerk was, een grote romaanse kerk van 100 m lang en 27 m breed. De huidige inrichting van het Kerkveld geeft een idee van haar omvang en hoogte. Ook de stad profiteerde mee van de bloei van de abdij: rond de abdijkerk groeide Sint-Truiden uit van een bescheiden nederzetting tot een versterkte stad, die in deze periode stadsrechten kreeg. In 1129 werd de aarden omwalling uit 1050 vervangen door stenen stadsmuren. Sint-Truiden ontwikkelde zich op economisch vlak tot een centrum van de lakenindustrie en exporteerde haar laken onder andere naar Duitsland, Engeland en Frankrijk.
De abten van Sint-Trudo waren in Sint-Truiden ook verantwoordelijk voor de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, de Sint-Gangulfuskerk en de Sint-Maartenkerk, de drie parochiekerken binnen de stadsmuren. De benoeming van schout en schepenen gaf de abt grote bestuurlijke macht. Dat veranderde toen de bisschop van Metz in 1227 zijn rechten op Sint-Truiden aan de prins-bisschop van Luik afstond. Daarmee werd Sint-Truiden een van de 23 Goede Steden van het prinsbisdom Luik. Op het marktplein werd een perroen opgericht, de Luikse vrijheid symboliserend. Een kopie van de originele perroen staat nog steeds naast het stadhuis op de Grote Markt. Ook sloten de Truienaren zich aan bij de andere Luikse steden in hun strijd om medezeggenschap in het bestuur van het prinsbisdom, waarbij met name de ambachten een zekere invloed in het stadsbestuur wisten te bevechten. In deze periode werd een markthal gebouwd op de plaats waar thans nog het belfort van Sint-Truiden staat. Karel de Stoute veroverde de stad in 1467, wat het begin van een terugval betekende voor de stad. De stadswallen werden in 1675 ontmanteld.
De abten van Sint-Trudo behielden door de eeuwen veel invloed in de stad. De abt was medeheer van de stad, met alle invloed en gezag daaraan verbonden. De abdij werd in de 17e en 18e eeuw verder uitgebreid, waardoor een indrukwekkend complex ontstond. Toch waren er maar amper 25 monniken. De abt bezat tevens een kasteel in Nieuwenhoven, terwijl de monniken hun vrije tijd konden vermeien in het iets bescheidener Speelhof. Aan het einde van de 18e eeuw kwam aan deze situatie een plotseling en radicaal einde. In augustus 1789 volgde Sint-Truiden de stad Luik in de Luikse Revolutie. De inval van Franse revolutionaire troepen in 1792 betekende het einde van de abdij. Abt en monniken vluchtten en de abdijgoederen werden aangeslagen. Een tijdelijke terugkeer van het Oostenrijkse leger veranderde daar niets aan. In 1794 werd Sint-Truiden aangehecht bij de Eerste Franse Republiek. Na een korte periode in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, kwam Sint-Truiden vanaf 1830 onder het huidige Belgische bestuur te staan.
In de 19e en 20e eeuw bloeide de stad weer op dankzij de fruitteelt in de regio. Op 9 augustus 1914, aan het begin van de Duitse invasie in België, werden 20 Truiense burgers geëxecuteerd en verscheidene huizen platgebrand. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verschillende huizen verwoest. In deze oorlog gebruikten de Duitsers de luchtmachtbasis van Sint-Truiden als uitvalsbasis. De bouw van de wijk Nieuw Sint-Truiden, net buiten het stadscentrum, zorgde voor huisvesting voor de groeiende bevolking van de stad.
Op 9 december 1975 werd Sint-Truiden getroffen door een grootschalige brand, waarbij een groot deel van de abdijgebouwen, waaronder diverse schoolgebouwen, de infirmerie, de seminariekerk en de torenspits werden verwoest. In 1971 werd Halmaal door de gemeente Sint-Truiden ingelijfd. Na de herindeling van 1977 behoren ook Aalst, Brustem, Duras, Engelmanshoven, Gelinden, Gorsem, Groot-Gelmen, Ordingen, Runkelen, Velm, Wilderen, Zepperen en Kerkom tot Sint-Truiden.
Geografie
[bewerken | brontekst bewerken]
Ligging
[bewerken | brontekst bewerken]
Sint-Truiden ligt in Haspengouw, een landstreek die zich uitspreidt over de Belgische provincies Limburg, Luik, Namen, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. Deze regio wordt gekenmerkt door een glooiend landschap van zeer vruchtbare gronden die gebruikt worden voor landbouw en veeteelt. Sint-Truiden ligt in het noordelijke deel van Haspengouw, in het vochtige deel van de streek, met rijke leemgrond, die zeer geschikt is voor fruitteelt. Het licht golvend reliëf loopt op tot een maximale hoogte van 115 m. Er lopen geen grote waterwegen door de stad. De Cicindriabeek loopt ondertunneld door het centrum van Sint-Truiden. De stad ligt 18 km ten zuidwesten van de provinciehoofdstad Hasselt.
Klimaat
[bewerken | brontekst bewerken]
Het klimaat in de streek rond Sint-Truiden is een gematigd maritiem klimaat. Het regent ongeveer het hele jaar, met een licht afgetekend neerslagmaximum in de winter, veroorzaakt door de Atlantische depressies die door België trekken, en ook een neerslagmaximum in de zomer door de frequent voorkomende zomeronweders. Op een heel jaar tijd valt er gemiddeld 852,4 mm neerslag in Sint-Truiden, terwijl de maandelijkse uitersten kunnen lopen van om en bij de 50 mm tot meer dan 80 mm.
De temperaturen zijn gematigd met een gemiddelde waarde van tegen de 10 graden. De zomers zijn relatief warm te noemen, door het microklimaat van de nabijgelegen droge zandstreek, de Kempen.
Kernen
[bewerken | brontekst bewerken]
De fusiegemeente bestaat naast de stadskern nog uit 14 deelgemeenten: Ook het gehucht Kortenbos maakt sinds 1977, toen het werd afgescheiden van Kozen, deel uit van de stad Sint-Truiden. In Sint-Truiden zelf liggen verder nog de gehuchten Bevingen en Melveren die nog niet met de stadskern vergroeid zijn. Wél met de stadskern vergroeid zijn Schurhoven, Guvelingen en Zerkingen
