Kasteel
31b
59c
87e
163c
193d
Batenburg
Gelderland Aan de Maas, ca. 20 km ten westen van Nijmegen, nr. 3 op de kaart
Aan een dode rivierarm van de Maas ligt Baten burg, een klein stadje in de schaduw van wat eens een machtige burcht is geweest. De straten zijn er niet druk, het leven lijkt er traag te gaan en de ruïne van de burcht maakt al net zo’n verstilde in druk als het rimpelloze water van de afgesneden rivierarm. Vroeger was Batenburg veel groter — in de Middeleeuwen was het een niet onbelangrijke handelsstad en zelfs lid van de Hanze. In de 14e of 15e eeuw is Batenburg echter door een hevige brand grotendeels verwoest en daarna op veel klei nere schaal weer opgebouwd.
De burcht heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van het stadje. We lopen van de Grootestraat via de Kruisstraat naar de Stadswal en blijven daar staan. Aan de overkant van de slot gracht liggen de resten van het bouwwerk. In de Middeleeuwen diende het als stamslot van de heren Van Bronkhorst-Batenburg, die enkele eeuwen lang het wel en wee van het dorp en de wijde om geving hebben beheerst. Ook in de landspolitiek speelden de Van Bronkhorsten een belangrijke rol.
In het conflict met de Spaanse landvoogden kozen zij de zijde van prins Willem van Oranje en moes ten die steun duur bekopen. Op 1 juni 1568 wer den Dirk en Gijsbert van Bronkhorst op last van Alva op de markt in Brussel onthoofd, twee dagen voor de geruchtmakende terechtstelling van de gra ven Van Egmond en Hoorne.
Veel dorpen die rondom belangrijke kastelen zijn ontstaan, groeiden in de loop van de tijd tot flinke steden uit. Batenburg bleef klein, misschien omdat de heren Van Bronkhorst door een nogal willekeu rige interpretatie van hun rechten het dorp bewust ‘klein hielden’. Het geslacht Van Bronkhorst stierf uit en in 1794 werd het kasteel door Franse troe pen in brand gestoken. In 1820 werd het gesloopt.
Van de overkant van de gracht zien we nu alleen nog delen van het poortgebouw, de torens en de ringmuur.
In de Grootestraat, die aan weerszijden met ge schoren linden is beplant, vinden we nog een wit huis waarin voorheen de munt van Batenburg was ondergebracht. Het recht om munten te slaan was een van de privileges van de heren van Batenburg.
Met het gehalte aan edele metalen in deze munten werd het vaak niet zo nauw genomen en een van de muntmeesters is zelfs als straf voor zijn knoeie rijen in 1434 in Deventer levend gekookt. De ketel waarin dat gebeurde hangt in Deventer nog steeds
In de schaduw van lindebomen liggen de oude huisjes van Batenburg stil te dromen.
-------------------------------*--------------------------------
aan de gevel van de Waag. Vaak hadden de be schuldigingen van dit soort vergrijpen echter een politieke achtergrond.
Als we de Grootestraat doorlopen in de richting van de Kruisstraat, stuiten we op het kruispunt op de Batenburgse ‘blauwe kei’: een grote — in het wegdek verzonken — kei, die eerder rood dan blauw genoemd kan worden. In de Middeleeuwen was het in Batenburg gewoonte om overledenen die schul den nalieten zolang in hun kist aan de kei geketend te houden tot de nabestaanden de schulden hadden voldaan. Pas dan kon er begraven worden.
Batenburg heeft meer dan 20 gebouwen op de monumentenlijst staan en in zijn geheel is het stadje tot beschermd stadsgezicht verklaard.
bezienswaardigheden^
Kasteelruïne, het kasteel van de Heren van Baten burg dateert uit de 12e eeuw. Het is een in aanleg ronde burcht, waarvan nog slechts een bouwval rest. De ronde vorm is nog duidelijk te herkennen.
De ruïne kan alleen vanaf de overzijde van de gracht bekeken worden. Zij is eigendom van de Stichting ‘Vrienden van de Gelderse Kastelen’. Die Munte, een wit gebouw aan de Grootestraat 13, waar vroeger de munt van Batenburg was onderge bracht. Niet te bezichtigen. Op het gemeentehuis
kunnen Batenburgse munten worden bekeken. Mo len, een 18e-eeuwse standerdmolen aan de Molen dijk 13, ten oosten van het dorp, met een rietge- dekte kap en een achtkantige stenen onderbouw. In 1975 gerestaureerd. N.H.-Kerk, een in aanleg 14e- eeuwse kerk, in de 17e eeuw door brand verwoest en in kleinere vorm herbouwd. De eikehouten preekstoel dateert uit 1665, het Barokorgel uit
1770. Het hardstenen doopvont is 12e-eeuws. Ka rakteristieke huizen en gevels, o.a. aan de Grootestraat, Kerkstraat, Kruisstraat en Stadswal.