Langs oude dorpskerken : 20 -26-90
Batafase tempel
We zijn in Elst, meneer, zei de chauffeur.
- Ja, goed, wacht nog even.
Hij las: Elst heette in 726 Eliste. De naam kan afgeleid zijn van els; elzen groeiden in dit waterrijke gebied in overvloed. Misschien echter houdt de naam verband met het Germaanse woord alha, dat heiligdom betekent. Hij stapte uit bij de puinhoop van de kérk.
Het eerste stenen gebouw in ons land
Het werk van de oudheidkundige - want dat was de man die we tot zover gevolgd zijn - is even spannend als dat van een detective uit een politieroman. Ook hij mag geen enkel spoor verwaarlozen, ook hij is soms in staat uit een kleinigheid, die ieder ander over het hoofd ziet, een beslis sende conclusie te trekken - en ook hij staat dikwijls voor onoplosbare raadsels. Zijn leven is overigens, als dat van ieder mens, een mengeling van successen en tegenslagen.
Wij zullen hem hier in zijn werk verdiept achterlaten, om na twintig jaren van zijn arbeid, zijn kennis en zijn intuïtie te profiteren.
De kerk van Elst is inmiddels gerestaureerd. Maar niet dan nadat de ruïne door de oudheidkundige Dr. P.
Glazema uit Amersfoort tot diep in de grond was onder zocht. Het resultaat was oneindig belangrijker dan men had durven hopen. De mannen met de spade, spit voor spit terugdelvend in de eeuwen, vonden ónder de vijf- tiende-eeuwse gotische kerk, duidelijke sporen van een oudere uit de tiende eeuw en daaronder die van een nóg oudere uit de achtste eeuw. Tot zover was eigenlijk niets opzienbarends aan het licht gekomen: sporen van vroegere kerken komen bij bijna elke opgraving te voorschijn.
Het unieke van Elst is echter, dat onder de oudste Christelijke kerk de fundamenten bleken te liggen van twee Bataafse tempels.
Gallo-Romeinse tempels in de Betuwe
U herinnert zich uit uw schooljaren de Bataven. Deze lieden, volgens een schoolliedje ‘zo eenvoudig, maar zo vrij’, behoorden van origine tot de stam der Chatten in Duitsland. De reeds eerder vermelde Tacitus en ook Plinius hebben dat opgetekend. Het eeuwig getwist met naburige stammen moe, besloten zij te emigreren. Zij vestigden zich in de Betuwe. In de laatste jaren is geble ken, dat zij voor een belangrijk deel gewoond hebben in nederzettingen gelegen rondom het tegenwoordige Elst.
Zij waren bondgenoten van de Romeinen. De jongeman nen werden opgenomen in de Romeinse legioenen; men vindt hun grafstenen tot ver buiten onze grenzen. Hun aanvoerders waren Bataafse edelen, grootgrondbezitters waarvan Tacitus verscheidene bij name vermeldt: Julius Civilis, Claudius Paulus, Verax en anderen.
Voor deze Bataafse bondgenoten, die toen al geruime tijd de invloed der Gallo-Romeinse cultuur hadden onder gaan, bouwden de Romeinen omstreeks het jaar 50 een tempel, temidden der nederzettingen nabij een arm van de Rijn en aan de Romeinse heerweg die van Keulen naar Katwijk liep. Die tempel, waarvan Dr. Glazema de fundamenten terugvond onder de kerk, is het eerste stenen gebouw in Nederland. Er werd bij de bouw zowel bak steen als natuursteen gebruikt. Deze oudste tempel van Eist werd verwoest tijdens de opstand der Bataven tegen de Romeinen (69—70). Dadelijk na het sluiten van de vrede is op dezelfde plaats een tweede, grotere tempel gebouwd. Maar vóór men daaraan kon beginnen moest de plaats van de onheilige brandstichting worden gezuiverd. Daartoe voerde men om het terrein drie offerdieren.
Toen die tenslotte waren geofferd, werden de koppen in een kuil geworpen. Negentien eeuwen hebben ze daar ongestoord gelegen. . .
De tempel is in gebruik gebleven tot in de derde eeuw.
Daarna is hij in verval geraakt. Het puin is gedeeltelijk verwerkt in de fundamenten van de oudste Christelijke kerk.
Hoe heeft een toerist uit de eerste of tweede eeuw die tempel gezien?
Dat die toerist er is geweest staat vast; hij heeft gedaan wat een zeker slag toeristen ook nü niet kan nalaten: hij heeft zijn naam op de muur gekrast met een of ander scherp voorwerp. Zo weten we, dat hij de Griekse slaaf was van een Romein, die ongetwijfeld in deze streek heeft gewoond. Het heeft onze kunsthistorici moeite ge noeg gekost de tekens op de gevonden scherf te ontcijferen, want er ontbreken nogal wat letters. Een scherpzinnig interpretator vertaalt de, aangevulde, zin aldus: (Meno)n die de betrekking van voorlezer bekleedt bij. . . Hij was dus een geleerde slaaf, die Latijn en Grieks kende en zijn heer aan tafel voorlas. Hij zal op een vrije dag de tempel der Bataven bezocht hebben uit. . . nieuwsgierigheid. Hij zag een even vriendelijk als fraai gebouw van 12 bij 15 m, met muren van groenbruine natuursteen en een zadeldak met bruinrode dakpannen. Deze ‘cella’ was omgeven door een open galerij met een hellend pannendak, aan de muur bevestigd en aan de buitenkant gedragen door een colon nade van een veertigtal zuilen van blanke kalksteen. Voor al deze glanzende zuilen moeten aan het heiligdom een bekoorlijk karakter hebben gegeven. De ‘cella’ werd slechts spaarzaam verlicht door kleine vensteropeningen boven het dak van de galerij. Van binnen waren de muren al fresco beschilderd met bloemmotieven, ranken en fraai gekleurde kandelabers.
We weten niet aan welke godheid deze tempel was ge wijd. Het lijkt wel waarschijnlijk, dat een zo kostbaar bouwwerk het heiligdom geweest moet zijn van de oppergod der Bataven: Hercules Magusanus. Toen de Romeinen zich terugtrokken van de rechteroever van de Waal emigreerden de Bataven opnieuw. We vinden, in oude bescheiden, hen voor een deel terug in Gallië, het tegenwoordige Frankrijk.
Wat zullen wij vinden in Elst?
Vraag de sleutel aan de koster. Onder de vloer van de kerk - elektrisch verlicht - kunt u brokstukken van de tempelfragmenten met eigen ogen zien. De grotendeels in gotische stijl herbouwde kerk dagtekent uit het einde van de vijftiende eeuw. In het muurwerk van het koor bevinden zich nog enkele fragmenten van de vórige en van de vóór-vorige kerk, zoals dikwijls bij gotische kerken het geval is. De vorige was Romaans, de oudste voor- Romaans. De toren heeft een monumentaal karakter. De onderste geleding bestaat uit tufsteen.
‐---------------
31d
136b
191b
233d 233e
250 251
298c
341d