GEEN ERFGOED

 

John jansen v Galen

 

VERVAGENDE
GRENZEN
EMMERICH-NETTERDEN-ELTEN
Ik nader Netterden vanuit Duitsland, vanaf het station Emme- rich. De rood-witte slagboom staat omhoog. In het nieuwe Eu­ ropa zijn de grenzen nagenoeg opgeheven. Het is een vreemde gewaarwording voor wie in deze streek opgroeide. Op de heu­ vel in het bos achter mijn geboortehuis kon je bij helder weer het torenspitsje van Hoog-Elten zien; daar was de grens, het einde van onze wereld. Het was een zondags uitstapje. Op het uitzichtspunt bij het torentje kon je het Rijndal in kijken: ge­ heimzinnig en onheilspellend land, beladen met verse herin­ neringen aan moffen, bombardementen, nachten in de kelder en dode joodse mensen.
Nu is het douanekantoor verlaten, in de tuin ervan heeft zich een firma in Gartenbau gevestigd, maar over de oude grens zijn de uiterlijke kentekenen van het buitenland nog zichtbaar. Duitsers bouwen anders, leerde ik van mijn vader.
Ze metselen muren waarin ze ruimte voor ramen uitsparen, in Holland ‘stellen’ we eerst de vensters en metselen er daarna omheen. Daardoor hebben Duitse huizen kleinere ramen. Ik was daar trots op: wij hadden een ruimere blik op de wereld.
Het is een soort bedevaart: ik wil naar Netterden omdat het de lokatie is waar de serie ‘Tijd van Leven’ werd opgenomen, waarin het Oud-Greffel heet. Misschien is zo’n onderneming wel gedoemd op teleurstelling uit te lopen. Ik verwacht verwij-zingen te vinden naar de serie: de kortstondige roem van het dorp vertaald in de naam van een café, een plaquette, een ver­ melding op het plaatsnaambord. Maar daarop staat alleen: 'groene grensgemeente’. ‘Tijd van Leven’ is geen musicfor the millions en de mensen in de streek reageren er op, zoals de schrijver hen neerzet: stroef - diepe wateren misschien, maar vooral stille gronden.
Er zijn twee café’s in Netterden, allebei gesloten. Het hek naar het kerkhof gaat knarsend open. De naam Evers staat, on­ der een kruisteken, op veel zerken. Zo heten de hoofdpersonen in Ti j d van Leven’ ook: Wim en Rietj e Evers en hun zoon Johnny, die niet wil deugen, alleen maar ‘hard jaag’n’, zoals ze het hier noemen: racen, eerst op de fiets, later op de bromfiets, de motor, de auto. Johnny wordt autocoureur en ontgroeit het dorp.
Als ik aantekeningen maak word ik gadegeslagen door een boer, die over zijn onderdeur leunt, terwijl zijn hond wantrou­ wig keft.
Netterden is een dorp met keurige bungalows, de tuinen vol bielzen en witte beelden. De RK Bijzondere School is er nog, maar in het ‘01de Meestershuus’ woont geen meester meer; het is gemoderniseerd en nostalgisch vernoemd naar zijn vroegere bestemming. Naast de school is het veld van ‘de voet­ bal’, die in ‘Tijd van Leven’ steevast verliest van Sprinkhanen uit Didam, waar ook de scenarioschrijver vandaan komt. Op die manier laat hij zijn club via de televisie triomfen beleven, die in werkelijkheid nooit gevierd werden. Zo schreef ik als •ongen met de hand krantjes waarin de Velpse Voetbalvereni­ ging Olympia, een bescheiden derde-klasser, kampioen van Nederland werd.
De driesprong met de houten handwijzer, waar vlak buiten Oud-Greffel de weg naar de grote wereld begon, kan ik niet vinden; er is alleen een viersprong in een vlak landschap waar­ over een ijzige lentewind blaast. Een groot bord waarschuwt dat het een ‘Gevaarlijk Kruispunt’ is. Hier lieten ze het dorp
achter zich, op weg naar Arnhem, Rotterdam of zelfs Canada, een onomkeerbare reis, want je zou nooit meer de oude wor­ den, al bleef je je hele leven verlangen naar de toren van Oud- Greffel - zoals ik, in de trein mijn geboortedorp passerend, de horizon afspeur naar het torentje van de Oude Jan. Het is het verlangen naar de geborgenheid van een verleden, dat je niet meer zou verdragen. ‘Bergh, grenzeloos goed’ kondigt een opschrift naast het fietspad aan. Ik vraag mij af hoe asielzoekers daarover denken, nu het in de laatste jaren voor onbevoegden steeds moeilijker geworden is ons land binnen te komen. Speciaal hier aan de autosnelweg werd streng gecontroleerd om gelukzoekers uit haveloze landen te weren. En sedert het verdrag van Schengen de grenzen opschoof naar de buitenste wallen van het Fort Eu­ ropa, is de bedoeling dat ze Bergh niet eens meer bereiken.
Voor ’s Heerenberg gun ik mij de tijd niet, ik heb nu een­ maal mijn zinnen gezet op Netterden en Elten. Het is wonder­ lijk hoe een mens zich ook in zijn vrije tijd door schema’s laat dicteren. Jammer ook, want ’s Heerenberg heeft het echtste kasteel van Nederland, het Huis te Bergh, met kanselarijen, vrijstaande torens, ophaalbruggen, wallen. Het was de hoofd­ plaats van een vorstendommetj e dat zelfs muntrecht bezat. De voormalige munt is gerenoveerd en slaat penningen voor de toeristen, die uit heel Nederland hierheen komen, vooral voor de permanente expositie onder het motto Gouden Handen: wat mensenhanden vermogen - een triomf van huisvlijt en kunstnijverheid.
In de Tachtigjarige Oorlog is hevig gevochten om het Huis te Bergh en zijn soevereiniteit. Wat nu Nederland heet was een lappendeken van graafschappen, hertogdommen en vrije ste­ den, die vererfd, verkwanseld en veroverd werden, zonder dat het de inwoners veel zei. Het Europa van toen leek een beetje op het Afrika van nu, waar de trouw aan naties binnen wille­ keurig door vreemde machthebbers getrokken grenzen min-der betekenis heeft voor de onderdanen dan hun loyaliteit aan de stam, het dorp en de familie. Het duurde lang eer de gren­ zen in Europa loyaliteit aan een natie afdwongen. En nu zijn we weer bezig onze naties op te heffen in een nieuwe multina­ tionale statenbond, die de meeste inwoners nog weinig zegt.
Opeens bevind ik mij weer in Duitsland. ‘Landschafts- schutzgebiet’ staat er en in een grote hoeve van grauwe steen vallen de kleine vensters op. Boven de bomen uit is de toren van Hoog-Elten te zien en een bordje wijst naar de ‘Bliek ins Rheintal’. Weer even die duizeling van bijna-hoogtevrees: voor mijn voeten ligt in de diepte het bloeiende rivierdal. Rijen pep­ pels in de uiterwaarden, de rode pannendaken van de arbei­ derswoningen in Spijk, aken op de Rijn en daarachter de don­ kere wal van het Rijk van Nijmegen, de torens van Kleve die omhoog pieken uit het Reichswald, tegen een lucht die donker is van dreigende regen, met een gouden zweem van zonlicht.
De Drususbron, wel 75 meter diep, is alleen op zondag te be­ zichtigen en de aan Sint Vitus gewijde kerk is ook op slot. De koster is doende de klok, die vele uren achterloopt, weer bij de tijd te krijgen, zodat een langdurig gelui weerklinkt over het dal. Een bordje vermeldt dat de kerk bij de opmars van de geal­ lieerden in 1945 is verwoest, alleen de toren bleef intact. En ik besef dat ik als jongen op die heuvel in het bos naar een ver­ weesde toren stond te kijken, het merkteken van een ruïne.
Langs een kruisgang in het bos - simpele houten kruisjes waarop een enkel woord het stadium van Christus’ lijdensweg aangeeft: Verurteilt, 1. Fall... - daal ik af naar Laag-Elten. Het was in mijn jeugd een attractie: zonder paspoort, zonder de grens over te hoeven gaan, toch een beetje in Duitsland zijn, in een Duits dorp, met Duitse huizen, Duitse opschriften en Duitse mensen. In 1949 was Elten door Nederland gean­ nexeerd, tegelijk met Tudderen in de buurt van Sittard, twee hapjes uit het land van de verslagen veroveraar, een schamele oorlogsbuit.
Velen hadden zich van die buit heel wat meer voorgesteld, waaronder niet de minsten. Er verschenen wel zestig brochu­ res die grootscheepse annexaties bepleitten. Een deftig en breed samengesteld Nederlands Comité voor Gebiedsuitbrei­ ding ijverde ervoor en minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens stelde zich zelfs voor dat Nederland in het oosten ten koste van Duitsland zou worden uitgebreid met tienduizend vierkante kilometer, een derde van ons grondgebied. De ander­ half miljoen mensen die er woonden moesten binnen drie jaar opgehoepeld zijn.
Er zat het verlangen naar genoegdoening achter. Buiten onze schuld waren wij bij de oorlog betrokken, de moffen had­ den ons land geplunderd en grote stukken ervan onder water gezet. Nu was het onze beurt. Een deel van de illegale pers had meteen tegen dit soort wraakneming gewaarschuwd en de Staatscommissie die werd ingesteld kwam met een plan, waar­ bij slechts een gebied werd geannexeerd met driekwart mil­ joen inwoners die tot Nederlander geassimileerd zouden wor­ den. Duitsland richtte zich alweer op en maakte hevig bezwaar tegen annexaties. Eer het zover kwam was het onze partner ge­ worden in het bondgenootschap tegen de Rus. In 1949 kreeg Nederland alleen Elten en Tudderen, zestig vierkante kilome­ ter met achtduizend inwoners.
Voor ons jongens was Elten het zichtbare bewijs dat Duits­ land verslagen was: een Duits dorp dat moest gehoorzamen aan de koningin. Den Haag gaf het de romantische titel van ‘drostambt’ en de Eltenaren profiteerden van de dagjesmen­ sen, die zich kwamen vergapen aan de verslagen vijand. De nieuwe Bondsrepubliek bleef aandringen op teruggave van haar grondgebied en in 1963 werden Elten en Tudderen alweer Duits. Er ontstond verontwaardiging over het bericht dat Duitsland daartegenover 125 miljoen gulden smartengeld aan Nederlandse oorlogsslachtoffers uitkeerde. Was dat geen koe­ handel drijven met oorlogsleed? Ik geloof niet dat het mij ietsdeed. Ik was student in Amsterdam en voelde me internatio­ nalist: weg met de grenzen.
Er is in Elten geen spoor meer van het veertienjarig Hol­ lands interregnum. In etalages hangen aanplakbiljetten die een concert aankondigen met als motto ‘Nostalgie... gefragt wie nie.’ Het is weer een keurige Duitse plaats die prat gaat op het predikaat Silberdorf, verworven in de Landeswettbewerb van Noordrijn-Westfalen. Aan het plein liggen de Sparkasse, de Damensalon, een Konditorei en een 'logement’ met een Ne­ derlandse naam: ‘Het Oude Posthuis’, maar die dateert van nog veel langer geleden.