Noord-Brabant
Zuidelijk stadsdeel van Breda, nr. 7 op de kaart
Ginneken ligt aan de zuidkant van Breda, aan de weg naar Ulvenhout. Het wordt begrensd door buitenwijken van de Baroniestad, die het in 1942 annexeerde. Desondanks heeft het voormalige dorpje nog iets van zijn karakter als lustoord weten te behouden. Open terreinen zijn inmiddels volge­ bouwd, maar tussen de nieuwe villa’s zijn nog steeds fraaie herenhuizen uit de 18e en 19e eeuw te ontdekken. De Ginnekenmarkt, met zijn simpel raadhuisje, hardstenen pomp en platanen, is nog bijzonder landelijk. Achter de kerkhofmuur ligt de Nederlands-Hervormde kerk. De sobere, in oor­ sprong 14e-eeuwse toren steekt nog maar weinig uit boven het in onze eeuw verhoogde schip.
Aan de zuidkant van Ginneken begint de Bos- wachterij Mastbos. De bossen in deze omgeving werden op last van de Oranjes aangelegd, die hier veel landgoederen bezaten, waaronder ook het sier-
Ten zuiden van Ginneken staat—in een bosrijke omgeving — het omgrachte Huis Bouvigne.
-------------------------------*--------------------------------
lijke Huis Bouvigne. Tijdens het beleg van Breda was dit het hoofdkwartier van Frederik Hendrik. In die tijd heette het nog ‘Huys te Boeverije’, een naam die was afgeleid van het Latijnse boveria, dat lage weide, broek of donk betekent. Tot 1775 was het van de Oranjes, die er echter zelf vrijwel nooit kwamen. Tegenwoordig behoort het toe aan het Hoogheemraadschap West-Brabant.
Het Mastbos wordt gekenmerkt door soms wel 160 jaar oude grove dennen, met daaronder jonger naald- en loofhout. Aan de weg naar Meersel ligt ter hoogte van Ulvenhout het grotendeels toegan­ kelijke landgoed De Blaauwe Kamer. De ingang vindt men aan de zandweg die naar Galderseweg 75 leidt. Het Mastbos wordt aan de zuidkant be­ grensd door de Galderse Heide, waar men ook prachtig kan wandelen. Veel natuurterreinen bij Breda worden soms als militair oefenterrein ge­ bruikt, zodat dan enige voorzichtigheid geboden is.
Bezienswaardigheden
N.H.-Kerk, Duivelsbruglaan 1. Gotische kerk, met schip uit 1940, maar dwarspand en koor uit de tweede helft van de 15e eeuw. Het schip vervangt een lager schip uit 1610. Toren in oorsprong 14e-eeuws, maar zijn huidige vorm dateert vermoe­ delijk uit 1649. Na de oorlog grondig gerestaureerd,

GInneken bouvigne.png

waarbij de gewelven in koor en dwarspand weer zijn aangebracht, evenals beeldhouwwerk aan de kapitelen van de kruising. Van het interieur is een preekstoel uit de tweede helft van de 17e eeuw van belang. Na overleg te bezichtigen. St.-Lau- rentiuskerk, Ginnekenweg 331. Neogotische kruis­ basiliek met middentoren, uit 1901—1902. Na over­ leg te bezichtigen. Voormalig raadhuis, Raadhuis­ straat 6. Uit 1792, met classicistische voorgevel.
Niet te bezichtigen. Huis Bouvigne, Bouvignelaan 5.
Omgracht, kasteelachtig ‘maison de plaisance’. In aanleg 16e-eeuws, maar in zijn huidige vorm uit ca.
1615. Opgetrokken uit rode baksteen, met spek­ lagen van witte bergsteen. Zeskantige toren met peervormige spits. Niet te bezichtigen, maar vanuit het vrij toegankelijke park is het complex goed te overzien. Monumentale panden, aan Ginnekenmarkt, Ginnekenweg en Ulvenhoutselaan. Zowel eenvou­ dige huizen als grote herenhuizen uit 18e en 19e eeuw. Monument, Duivelsbruglaan, tegenover N.H.- Kerk. Gedenkteken voor de bij de verdediging van de Antwerpse Citadel in 1832 gesneuvelde Neder­ landse militairen, onthuld in 1872, met graftombe van baron David Hendrik Chassé (1765—1849).
Dorpspomp, Ginnekenmarkt. Hardstenen pomp uit 1790.
De legende van de Duivelsbrug
De Duivelsbrug over de Mark bij Ginneken is onder­ werp van een legende. Honderdvijftig jaar geleden publiceerde Jan Philipsen de geschiedenis op rijm. Hij verhaalt van de schone Catharien van Gaveren uit Ginneken, die wil trouwen met de dappere Walter van Ulvenhout, de zoon van de aartsvijand van haar vader.
Deze ontsteekt in woede en zendt zijn dochter naar een klooster van de zusters Ursulinen. Walter weet haar echter te vinden en schaakt haar. Het paar rept zich naar een boskapel en vraagt de priester hen voor het oog van God in de echt te verbinden. Deze weigert omdat Catharien het klooster is ontvlucht. Driftig grijpt Walter het klokketouw om de klok te luiden, als teken aan zijn vrienden dat ze als getuigen naar de kapel moeten komen. De priester wil hem tegenhouden en zegt dat de klok pas morgen aan God zal worden gewijd, zodat hij nu nog in de macht van Satan is. Walter luis­ tert echter niet. Woest klinken de klokketonen op, steeds wilder en dan verschijnt schaterlachend de duivel in de galmgaten. Een deel van de toren stort in. Jui­ chend grijpt Satan de klok en springt met zijn buit in de Mark. De priester en Catharien zijn ongedeerd, maar Walter is verpletterd door de vallende stenen.
Het gedicht van Jan Philipsen eindigt aldus: ‘En juist op de plaats waar de Satan eens zonk, De honende lach van den Booze weêrklonk, Daar vindt gij de brug als bekende: Tot leering en voorbeeld van ieder die spot Met klooster, met priester, met kerk of met God.
Ziedaar nu de echte legende. ’