Kolhorn
Noord-Holland
Ca. 5 km ten oosten van Schagen, nr. 10 op de kaart
In het vlakke Westfriese polderland ligt het typisch Hollandse dorp Kolhorn. Het oude plaatsje is zo klein en knus, dat het terecht voor alle verkeer is afgesloten. We laten de auto of de fiets dan ook achter op het parkeerplaatsje in de nieuwe wijk en beginnen onze wandeling op de oude Westfriese Zeedijk. Vanaf die dijk hebben we een prachtig uit zicht op Kolhorn en de omringende polders. Tegen de glooiing van de dijk liggen oude vissershuisjes en verderop strekt zich het oude dorp uit: een wir war van nauwe steegjes. Karakteristieke loopbrug getjes leiden er vanaf de dijk naar toe. Misschien ruiken we nog de teer van de visserschepen en proeven we de zilte smaak van de zee. Maar tegen woordig begint die zee pas zo’n 20 km noordelijker en ligt Kolhorn als een vis op het droge in het in- gepolderde land.
Al heeft de zeedijk zijn functie al lang verloren, toch bepaalt hij nog steeds de sfeer in het dorp.
Zonder die dijk zou Kolhorn zijn eigen karakter misschien niet zo lang bewaard hebben.
Over een van de bruggetjes lopen we weer naar beneden. Omdat de dijk bij Kolhorn een scherpe bocht maakt, wordt het dorp min of meer verdeeld in twee stukken, die haaks op elkaar staan: de Oude en de Nieuwe Streek. Samen met het Keern zijn dat de belangrijkste straten.
De Nieuwe Streek ligt in de schaduw van hoge lindebomen. Er staan lage, eenvoudige huizen, met aan de overkant de fleurige, goed onderhouden ‘overtuintjes’ (tuinen die aan de overkant van de straat liggen). Daarachter ligt de ringvaart, en over het water begint het Keern, waar de huisjes dwars door elkaar heen staan.
Aan de Beneden Kolk ligt de Oude Streek. Hier zien we nog enkele zwartgeteerde turfschuren, want vroeger was Kolhorn bekend om zijn turf.
Maar niet alleen daarom. De Kolhorners hadden ook de reputatie van ruige, maar bekwame vissers en kustvaarders. Ze voeren vaak de Oostindiëvaar- ders tegemoet, namen op de rede van Texel hun goederen over en brachten die dan naar Amster dam, omdat zij met hun kleinere schepen gemak kelijk over de ondiepte van Pampus konden heen komen.
Met de inpoldering kwam daar echter allemaal een eind aan en nu leven alleen de verhalen voort.
Het verhaal dat iedereen nog kent is dat van de grote brand van 1788, toen binnen een uur of vijf 24 huizen en twee kerken tot de grond toe afbrand den. De naam ‘Nieuwe Streek’ herinnert aan de herbouw van die afgebrande huizen, aan het eind van de 18e eeuw.
De verwoeste Nederlands-Hervormde kerk werd op dezelfde plaats weer opgebouwd en in 1860 werd de houten toren door het huidige stenen torentje vervangen. Later raakte de kerk in verval, maar het hele dorp heeft zich ingezet om geld voor het herstel bijeen te brengen. Zo gaven de Kolhor- ners bij de dijk een voorstelling van ‘De Jantjes’, die duizenden bezoekers trok en waarvoor zelfs de tele visie belangstelling had. De opbrengsten werden bestemd voor de restauratie van de kerk.
De omgeving van Kolhorn is een landbouw gebied geworden. In 1844 werd de Waard- en Groetpolder op de Zuiderzee veroverd en een paar jaar later konden de nieuwe boeren de eerste oogst al binnenhalen. Die viel echter nogal tegen, wegens het hoge zoutgehalte van de grond. De Zeeuwen kenden dat probleem al langer en brachten een wondermiddel naar Kolhorn: het plantje meekrap.
De wortels van deze plant maken de bodem name lijk zo poreus dat het zout de kans krijgt te ontsnap pen. Jarenlang stond er in Kolhorn zelfs een fabriekje dat van gedroogde en gemalen meekrap- wortels verfstoffen voor de textielindustrie maakte.
Tü^enswaardigbeden^
NH.-Kerk, Nieuwe Streek 16. Een in aanleg 17e- eeuwse kerk, die in de 18e eeuw door brand werd verwoest en in 1792 werd herbouwd. Na verval ge restaureerd. Turfschuren, aan de Westfriese dijk.
Oude panden, met houten topgevelbeschieting (vaak groen beschilderd) en pannendaken, o.m. aan de ringsloot, het Keern en de Oude Streek.