• Plaatsen in N-Holland: Twisk

 

Wï'wisk is een bijzonder dorp. Niet omdat het zo mooi is. Niet omdat het zoveel schitterende, gave, zoveel mogelijk in oude staat gehouden boerderijen bezit. Zulke dorpen zijn er wel meer, al worden ze schaarser en schaarser in Nederland. Het bijzondere van Twisk schuilt hierin dat praktisch niemand het kent. Twisk? Nooit van gehoord. Op z’n best verwarren sommige mensen het met Jisp, waar men over het algemeen wel
van gehoord heeft, of men veronderstelt dat het de gelijknamige polder betreft. Maar het dorp Twisk is de grote - of liever de kleine - onbekende.
Dat komt toch bijna niet voor: een uniek plekje in dit overbevolkte land dat zo goed als volkomen met rust wordt gelaten. Geen dagjesmensen, geen touringcars, geen bui­ tenlandse toeristen met camera’s en daar­ door ook geen patates-frites-kramen, paling- stalletjes, limonadetentjes, geen ‘Zimmer Frei’, niets van dat alles. Er is één café, dat fungeert zoals het vroeger altijd heeft gefun­ geerd, namelijk als dorpskroeg, voor eigen gebruik, al begint de bistro, die zich in een aangrenzende ruimte bevindt, een zekere renommee te krijgen bij mensen buiten
Twisk. Maar verder is er rust en stilte. We worden niet bezocht. En dat mag werkelijk een wonder heten, zo’n ‘onbewoond eiland’ te­ midden van een zee van overbekende trekpleisters.
Sinds wij hier zijn komen wonen (in 1977, bij toeval terecht gekomen, tot over de oren verliefd geworden op een te koop staand huis, waarvan wij de foto ontdek­ ten op een advertentiepagina van een krant) vraag ik mij af hoe het komt dat bijna
niemand op de hoogte is van het bestaan van dit paradijsje en tot nog toe ben ik er naar blijven gissen. Toch zal ik proberen een ver­ klaring te geven voor dit raadsel.
In de eerste plaats is er de ligging. Wie niet per se in Twisk moet zijn komt er niet, want men komt er niet langs op weg naar een andere plaats. Je moet min of meer om­ rijden om er te komen (mérite un détour).
In de tweede plaats is het een saai dorp (gelukkig), in die zin dat er niks te ‘doen’ is, geen museum, geen ponypark, geen speel­ tuin, geen zwembad of iets anders van be­ lang in de ‘recreatieve sfeer’. Je kunt hier eigenlijk alleen maar wonen en werken.
En in de derde plaats, maar dat sluit bij het vorige aan: het ligt ook niet dicht bij een andere toeristische trekpleister. De zeilers die de haven van Medemblik aandoen blijven meestal in die plaats hangen. Toch komt in het seizoen het stoomtrammetje tussen Medemblik en Enkhuizen langs Twisk en schijnt dan op verzoek bij het kleine station­ netje te stoppen, maar voorzover mij bekend heeft nog nooit iemand van die gelegenheid gebruik gemaakt.
Wat maakt Twisk zo mooi? Er zijn aller­ eerst de al eerder genoemde boerderijen.
Twisk is - heb ik mij laten vertellen - altijd een welvarend dorp geweest, met over het algemeen grote en rijke boerenbedrijven.
Dat is aan de bouwstijl van de stolpen te merken: rijk versierd aan daklijsten en voor­ deuren, statige toegangshekken en wat dies meer zij. Het dorp bestaat uit één lange, licht kronkelende dorpsweg, met een sloot er­ langs, waaroverheen schilderachtige brugge­ tjes, links en rechts boerderijen en huizen.
En, wat heel belangrijk is: het is een dorp met bomen, een verademing in het soms toch erg kale Noord-Holland.
Bijna alle huizen zijn oud, meestal ouder dan honderd jaar. Er is wel nieuwbouw, een hele wijk zelfs, maar die is ter zijde, buiten de lintbebouwing neergezet en gaat bovendien schuil achter de melkfabriek.
Wie voor het eerst in Twisk komt heeft de eewaarwordine een schoololaat van Cornelis Jetses binnen te stappen. Dit hier is het decor van Wim en Jet, de huizen, de hekjes, de deuren, de boomaanplant en inderdaad, de wei-de en de scha-pen.
En bijna niemand kent Twisk. Wat mij be­ treft: dat zou zo moeten blijven. Ik had dit allemaal misschien ook beter niet kunnen zeggen, uit puur eigenbelang. Maar ik heb mij door mijn enthousiasme laten meeslepen.
Daarom zou ik u dringend willen vragen: het blijft toch onder ons, hoop ik ? 44

twisk-1.png

twisk-2.png