• Gemeente Overijssel: Deventer
  • Plaatsen in Overijssel: Deventer

Deventer, stad aan de IJssel
Er wordt verteld, dat er in het grijze verleden een koopman leefde, die ventte langs de IJssel. Hij ventte van Arnhem naar Zwolle en weer van Zwolle naar Arnhem. Toen die venter oud werd en niet zoveel meer kon lopen en sjouwen, kreeg hij er genoeg van. Hij ging daar ergens midden tussen Arnhem en Zwolle aan de IJssel een huis bouwen met een winkel om zijn koopwaar aan de man te bren- gen, en daarom noemde men die plaats: De Venter.
Wij zijn er graag op uit om namen te verklaren. Dat kan een boeiende en leerzame bezigheid zijn. Als dit verhaal waar is, dan moet het toch wel drommels lang geleden zijn, want er zijn binnen de tegenwoordige bebouwing resten gevonden van een nederzetting uit het bronstijdperk, dat is ongeveer vijftienhonderd jaren voor Christus. De schedel van de zogenaamde Koerhuisbeekman, even buiten de stad gevonden in het oeverland van de IJssel, moet op zijn minst achtduizend jaren oud zijn. Wie weet is dat wel de schedel van onze venter? Alleen uit deze simpele gegevens blijkt dus al, dat Deventer een zeer oude stad is, wellicht met Utrecht en Maastricht de oudste die we in ons land kennen.
Nu is Deventer een stad met 60.000 inwoners. Het is het centrum van de Nederlandse worstfabricage. Twee grote fabrieken staan in deze stad, die de wereldberoemde 'Gelderse' worst maken, die dus in werkelijkheid uit Overijsel komt. Niet alleen worst wordt er gemaakt, ook miljoenen conservenblikjes met andere vleeswaren zwerven van hieruit de hele wereld door. Het is niet vreemd dat er zoveel aan- dacht aan worst en vlees besteed wordt, want Salland, de streek waarvan Deventer de hoofdplaats is, heeft een bodem waarvan de voortbrengselen buitengewoon geschikt zijn om er varkens van te houden. De lichte zandgrond, die we hier aantreffen, brengt nl. landbouwprodukten voort, die niet op de markt komen, maar die gebruikt worden voor veevoer, speciaal rogge en maïs voor varkens en kippen. Duizenden levende varkens gaan de worstfabrieken bin-
Het lijkt wel of de ene toren van de Bergkerk te Deventer groter is dan de andere. De legende vertelt dat twee zusters deze torens lieten bouwen. Toen de een haar geld op was, bouwde de ander nog even door.
6
nen. Keurig verpakt in kartonnen dozen en blikken komen ze er Ult.
De ene industrie heeft te maken met de andere. Toen de worstfa-
brieken kwamen, kwam er na enige tijd ook een fabriek voor het ma-
ken van kunstdarmen, waarin de worst geborgen werd. Om de con-
serven veilig tegen bederf te bewaren, waren er blikfabrieken nodig.
En toen ze dan toch de blikfabrieken voorhanden hadden, zijn ze
weer gaan nadenken, hoe die nog nuttiger gemaakt konden worden.
Zo kwam er een conservenindustrie van de grond, die tomatensoep
met balleties en nasi goreng produceerde. Je ziet wei, dat ze daar in Deventer voorlopig nog niet van honger omkomen.
Dat in 1966 het Europesc kampioenschap en het were1dkampioen-
schap hardrijden door twee Nederlanders werden behaald, is zeker niel in hel minst te danken aan de prachtige kunstijsbaan van De-
venter. 6000 vierkante meter ijs! Ais er ijs moet worden gemaakt, werkt al het personeel - dat zijn maar acht mensen - op volle toeren.
De machinekamer draait dan dag en nacht. Wanneer mannen als
Verkerk, Schenk ofLiebrechts op de ijzers verschijnen, zijn de tribu-
nes ovcrvol. Zowe! 'elfstedenvrienden' als doodgewone 'baantjes-
trekkers' zi tten zich heerlijk te verga pen aan de N ederlandse jongens,
die in hun trainingspakken of oranje truien voorbijracen. De trainer
van de Russische schaatsploeg zei in 1966 voordat de Europese wed-
strijdcn begonnen : 'De Nederlandcrs zijn onze grootste concurren-
ten op het Europese schaatskampioenschap in Deventer. Ik acht het
waarschijnlijk, dat een Nederlander of een Rus de titel gaat winnen.'
Dat het ui teindelijk twee Nederlanders zouden zijn die met de hoog- ste eer gingen strijken, had geen mens gedacht, maar Schenk en Ver-
kerk werden door heel de we reid toegejuicht. En terecht!
Wereldberoemd is Deventer in de veertiende eeuw geworden door
de Broederschap van het gemeenschappelijk leven, gesticht door
Geert Groote. Deze Geert Groote werd in '340 te Deven tel' geboren en
stierf daar aan de pest, die hij had opgelopen bij het verplegen van een vriend. In zijn jeugd leefde Geert Groote werkelijk niet als een
brave Hendrik, integendeel. Hij gooide er met zijn pet naar en deed
precies waar hij zin in had. Een ernstige ziekte en het contact met een kluizenaar brachten hem tot nadenken. Hij ging van toen af aan boetepreken houden en meer studeren. In zijn woning te Deventer vormde zich een groep godsdienstige mannen, die met de ganzeveer boeken overschreven en zo ontstond langzamerhand de vereniging van de Broeders van het gemeenschappelijke leven. Zij leefden als kloosterlingen in gemeenschap van goederen, verrichtten handenar- beid en gaven les aan jongemannen die dat nodig hadden en op wie ze ook een godsdienstige invloed hadden.
Naast het portaal van de Sint-Lebuïnuskerk zit een gedenksteen ingemetseld ter nagedachtenis aan de stichter van de 'Broeders des Gemeenen Levens'. Heel deze godsdienstige opleving speelde zich af aan de voeten van deze kerk, die nog steeds hoog boven Deventer uit torent. Vroeger hing in de toren een enorme luiklok van niet minder dan negen ton; die kun je nu nog bekijken, want hij staat helemaal beneden in de waag. Toen Deventer zijn grote carillon
valsemunters in gloeiende olie te koken.
63
kreeg, moest deze klok uit de toren verdwijnen. Na de tweede wereld- oorlog ging ze naar het naburige Bathmen om de plaats in te nemen van de klok die de Duitsers uit de dorpstoren hadden geroofd om er kanonnen van te gieten. De inwoners van Bathmen waren echter zó wild van vreugde wegens de bevrijding, dat ze de klok te woest luid- den, met als gevolg: een scheur in het brons en een geschonden klank. Nu staat ze te zwijgen in het waaggebouw van Deventer.
Op de Brink kom je niet zo gauw uitgekeken. Hier heeft eens Geert Groote, na een losbandige jeugd, zijn boeken over zwarte kunst ver- brand. Daarna ging hij zich voorbereiden op zijn nieuwe leven: naastenliefde beoefenen en mensen opwekken tot vertrouwen in God.
Hoe langer je hier ronddwaalt, des te sterker wordt het besef dat het een van de rijkste pleinen uit ons land is voor wat betreft interes- sante oude huizen. Er staan nog verschillende gevels uit het begin van de zestiende eeuw. Heel wat mensen hebben er aan geprutst en verbouwd, dat is waar, maar tóch lees je er nog hun oorspronkelijke karakter uit af. Een van de inspringende hoeken van het plein draagt de naam Penninckshoek- als je in Deventer woont, probeer dan eens te achterhalen hoe deze naam is ontstaan - en daar, in het voorge- bouw van een verborgen kerk, valt een toegangspoort met kostelijk steenhouwwerk te bewonderen. Als je de moed hebt om met open ogen hier rond te wandelen, ontdek je zelf wel wat kostbaar en mooi is.
Het waaggebouw is zonder meer om van te watertanden. Triom- fantelijk als een kasteel met zijn torens en balustrades, trekt het on- middellijk de aandacht. Aan de zijgevel van de waag zie je een spot- beeldje, dat Kiek-in-de-pot heet. Vroeger stond namelijk aan de overkant van de IJssel een fort dat zo genoemd werd. De hertog van Gelre wilde door dit fort Deventer in de gaten houden en er kon niets .gebeuren in de stad of het werd vanuit het fort gezien, vandaar die naam. De spotbeeldjes stellen meestal de hertog van Gelre voor.
In vroeger eeuwen heeft het daar aardig gerommeld, want wij mogen nu over atoombommen beschikken waarmee helaas de hele wereld vernietigd kan worden, maar vroeger waren ze ook zo lekker niet.
64
Stap het waaggebouw maar eens binnen, dan kun je een paar staal- tjes zien van ruzie en vechten.
Nu is het echter allemaal koek en ei in Deventer. Want wie heeft er nooit Deventer koek gegeten? Kan het vredelievender? Denk niet, dat Deventer uit koekebakkers bestaat, want dat vinden ze daar heus geen eretitel. De koek is het oudste exportartikel van Deventer.
Reeds in de middeleeuwen kende deze stad een koekebakkersgilde met veel leden. Zij behoorden tot de voornaamste burgers. Nu komen alle verschillende soorten koek uit één fabriek en hoeft er onder de bakkers geen heftige concurrentie te zijn zoals vroeger.
Nóg een oud ambacht wordt er in Deventer uitgeoefend, meer dan waar ook. Deventer wordt namelijk ook wel 'boekenstad' genoemd, omdat van ouds veel boekwerken daar werden gekalligrafeerd. We hebben er al op gewezen, toen we iets vertelden over Geert Groote.
Tot het jaar 1500 kwam meer dan tweederde van de boekenproduk- tie in het Nederlands uit Deventer.
Er is een opzienbarend boek verschenen, 'Deventer, stad van 250.000 inwoners', dat boordevol staat met toekomstplannen, mis- schien te groot om waar te maken. En dat hoeft ook niet, want een stad is niet groot omdat er zoveel honderdduizend mensen wonen, maar wel omdat er met voortvarendheid gestreeft wordt naar het be- tere en schonere. En dat is in Deventer te vinden. Oude, erbarmelij- ke woningen die het leven verbitteren, worden met kracht opge- ruimd. Veel mensen willen niet in een te grote stad wonen. Daar- om zal het misschien beter zijn wanneer de oude stad Deventer een plek zal blijven waar het gezellig en goed wonen is.
Opdrachten
1. Zijn er nog andere tijdperken dan het bronstijdperk? Welke?
2. Wat is zwarte kunst? Wat zijn balustrades?
3. Welke produkten levert de plaats waarin je woont?
Lectuur C. Wilkeshuis: Lofdicht op Deventer, N. Kluwer, Deventer.