• Plaatsen in Overijssel: Giethoorn

mooiste dorp nl


en Dwarsgracht
Overijssel In de Kop van Overijssel, ca. 9 km ten zuiden van Steemvijk, resp. nrs. 6 en 5 op de kaart
‘Venetië van het noorden’ is een veelgehoorde naam voor dit schilderachtige plaatsje. De enige overeenkomst tussen de Italiaanse lagunenstad en dit oude vervenersdorp is echter het feit dat het vervoer er grotendeels te water geschiedt. Wie het
148
waterdorp bezoekt, krijgt hier direct mee te maken: men kan zijn auto alleen op een van de parkeer­ plaatsen kwijt, waarna de tocht verder te voet moet worden ondernomen. Giethoorn kan men echter pas werkelijk goed vanuit een punter bekijken, die tegenwoordig niet meer met de vaarboom, maar met een buitenboordmotor wordt voortbewogen. 
Bedenk wel dat u in het hoogseizoen niet de enige bezoeker bent: jaarlijks komen er meer dan een half miljoen toeristen. Het dorp kreeg vooral vermaard­ heid doordat Bert Haanstra er zijn beroemde film ‘Fanfare’ opnam.
Vóór onze jaartelling was het water- en moeras­ gebied waarin Giethoorn is gelegen een onherberg­ zame wildernis, waarin zich een metersdikke laag veen had gevormd. In de 13e eeuw kregen leden van de godsdienstige sekte der flagellanten of gesel- broeders van de eigenaar van de gronden, de bis­ schep van Utrecht, toestemming zich er te vesti­ gen. Hier, in het verlaten St.-Maartensland, waren deze predikers van de ondergang van de wereld veilig voor de vervolging die ze overal te duchten hadden. Vólgens de overlevering vonden de eerste bewoners hier massa’s hoorns van geiten, die waar­ schijnlijk in 1170 tijdens de St.-Elisabethsvloed om het leven waren gekomen. Daarom noemden ze hun nederzetting Geytenhoorn, wat later Giet­ hoorn werd.
Het oudste deel van het dorp is het Noordeinde, met het schilderachtige Molengat. In de 13e eeuw stichtten Friese monniken hier een klooster, waar­ aan de Kloosterbuurt zijn naam ontleent. Deze monniken leerden de bewoners hoe ze turf moes­ ten winnen en al snel was de vervening het belang­ rijkste middel van bestaan; na het opraken van het veen ging men over op de visserij en veeteelt.
Het landschap veranderde door de vervening sterk van karakter. De turfgravers gingen ongeor­ ganiseerd te werk en groeven het veen het eerst af waar dat het gemakkelijkst ging. Op legakkers of ribben werd het veen te drogen gelegd en later tot turven afgestoken, die per boot werden afgevoerd. 
Tijdens stormen en springvloeden begaven de Zui- derzeedijken het geregeld, waardoor het gebied
Drijvende graslanden Een bijzonder fenomeen in dit waterrijke gebied vormen de drijftillen of kraggen, die men overigens ook in andere moerassige streken kan aantreffen. Een krag begint als een drijvend eilandje van planteresten, dat geleidelijk aangroeit door de planten die zich erop ves­ tigen en door aanspoelsel. Op den duur wordt het zo groot en stevig, dat het vee erop kan lopen. Vroeger werden ze door de boeren soms verplaatst en aan de eigen weilanden verankerd. In de omgeving van Giet­ hoorn zijn er in het verleden uitgeveende plassen mee gedicht. Gaat het verlandingsproces voort, dan ontstaat uiteindelijk een ondoordringbaar broekbos.
onderliep. De boven de veenpiassen uitstekende ribben werden weggesppeld en in 1776 verdween zelfs het gehele dorpje Beulake in de golven van wat nu het Beulaker Wiede heet. Het volksgeloof wil, dat in stormnachten bij volle maan de klokken van het ongelukkige dorp nog te horen zijn.
Dat de bestaansmiddelen in Giethoorn nooit tot rijkdom hebben geleid, is af te lezen aan de vele oorspronkelijke boerderijtjes die hier nog te vinden zijn. Ze zien er zeker pittoresk uit, met hun aparte bakhuisjes en ‘kameelrug’, maar de weelderige ver­ siering van gevels en deuren die men in vrucht­ baarder streken ziet, ontbreekt.
Het huidige dorp is ca. 8 km lang en bestaat uit het Noordeinde, de Middenbuurt en het Zuideinde. 
Bijzonder schilderachtig zijn de meer dan honderd vonders en bruggetjes, die hoog over de dorps- gracht lopen. Ze zijn zo hoog omdat nog niet zo lang geleden al het vervoer per punter gebeurde; de boer ging ermee naar zijn land en de kruidenier bezorgde er de boodschappen mee, de postbode de brieven en kranten en de bakker het brood. Het aantal echte boeren in Giethoorn is sterk vermin­ derd en veel huizen worden bewoond door stede­ lingen die de drukte zijn ontvlucht. Ook vestigden zich veel kunstenaars in Giethoorn. Toch proberen enkele boeren hun bedrijf hier als vanouds uit te oefenen, zodat men nog steeds een met hooi of koeien beladen punter kan tegenkomen. Een fraaie aanpassing aan dit vervoer vormt de aan één zijde over het water heen reikende overkapping van de hooischuren, waardoor het hooi gemakkelijk vanuit de boot in de schuur kan worden geborgen.
Een bijzondere toeristische attractie is de gondel- vaart op de laatste zaterdagavond van augustus, met praalboten waarop diverse voorstellingen zijn uitgebeeld, terwijl het hele dorp feeëriek verlicht is.
De originele Giethoornse punter heeft een diep­ gang van slechts 15 cm, een lengte van ca. 6 m en een breedte van 1,50 m; hij wordt met een vaar­ boom voortbewogen. Op de scheepswerf Schreur, aan het Binnenpad, is nog altijd te zien hoe deze boten worden gebouwd. Wie de sensatie van het punteren aan den lijve wil ervaren, kan er één huren en op het Bovenwiede, een ondiep meer ten oosten van het dorp, zijn geluk beproeven.
Slechts ca. 2 km ten westen van het Noordeinde ligt het eveneens tot de gemeente Brederwiede behorende waterdorpje Dwarsgracht. Het is be­ kend vanwege de nabijgelegen ‘Otterskooi’: de grootste eendenkooi van Europa en door zijn zwaar geboomte een markant punt in het land­ schap. Eigenares is de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, die in dit gebied nog meer eendenkooien bezit, waaronder de Bakkerskooi bij Wanneperveen. Beide eendenkooien zijn van half -------------------------------*--------------------------------
Als de zon onder is en de lampen branden spiegelt Giet- £> hoorn zich in het water.

april tot half juni na overleg en onder geleide van de opzichter-kooiker te bezichtigen. Men krijgt een goede indruk hoe het moerasbos er in vroeger tijden moet hebben uitgezien. Het kooikerberoep wordt er nog steeds uitgeoefend, maar alleen de wilde eenden worden geslacht: de andere soorten worden na geringd te zijn weer in vrijheid gesteld. 
De eendenkooien zelf vormen een natuurreservaat zonder weerga, met talloze broedvogels. Dit is te danken aan het oude kooirecht, dat zegt dat op een afstand van 1 km vanuit het middelpunt van de kooikolk de rust niet mag worden verstoord.
De watersporter maar ook de natuurliefhebber kan hier overal zijn hart ophalen. De Wieden vor­ men te zamen met de Weerribben een moeras- en veengebied van meer dan 7000 ha. Tussen de rijke begroeiing broeden diverse zeldzame vogels, waar­ onder purperreigers, roerdompen en zwarte sterns.
Bezienswaardigheden
N.H.-Kerk, Beulakerweg 80. Zaalkerkje uit 1644, met vrijstaande houten klokkestoel uit 1633. Na overleg te bezichtigen. Monumentale buizen. Enkele vervenershuisjes langs Binnenpad, Molenweg en ’t Klooster, en 18e- en 19e-eeuwse boerderijen door het gehele dorp. Museum ‘De Oude Aarde’, Binnen­ pad 43. Edelstenen en mineralen, verlevendigd met exotische vogels en reptielen. Verder nog enkele andere particuliere tentoonstellingen verspreid in Giethoorn.