Overijssel In Twente, ca. 12 km ten noorden van Oldenzaal, ca. 3 km van de Duitse grens, nr. 9 op de kaart
Dat Ootmarsum in de tijd van de industriële ont wikkeling van Twente letterlijk de boot heeft gemist en niet aan kanaal of spoorlijn kwam te liggen, zul len achteraf maar weinigen betreuren. Hierdoor is er in dit oude marktstadje veel bewaard gebleven, dat in plaatsen als Almelo en Enschede totaal verlo ren is gegaan. Hier vindt men nog middeleeuws aan doende stadswijken in de kern, een sterk ontwikkeld gemeenschapsleven en een schat aan oude tradities.
Over de oorsprong van Ootmarsum is weinig met zekerheid bekend. De Ootmarsumers zelf geloven het liefste in een stichting door de legendarische koning Othmar of Odomar. Deze Frankische vorst zou in 126 n.C. om strategische redenen aan de voet van de Kuiperberg een kampement hebben opgesla gen, vanwaar uit hij de roerige Saksen wilde onder werpen. Uit het min of meer permanente heem (huis) zou de plaats zijn gegroeid (Othmars of Odo- mars heem = Ootmarsum).
In de daarop volgende eeuwen moet de nederzet ting zich zodanig ontwikkeld hebben, dat het ca. 1300 stadsrechten verwierf. Er kwam een muur om heen, die rond 1600 op last van prins Maurits weer werd geslecht. De vroegere ligging ervan is echter nog steeds duidelijk in de Oost- en de Westwal te herkennen. Binnen deze wallen ontstond een in 4 kwartieren of ‘veerels’ verdeeld stratenplan, waarin het Kerkplein met de Westfaalse hallenkerk het cen trum vormde. Dat hierin in de loop der tijden nau welijks iets is veranderd, komt vooral doordat Oot marsum niet meedeed aan de economische expansie.
Er behoefden geen panden het veld te ruimen voor doorgangswegen en de straatjes werden niet ver breed.
Een rondwandeling door dit netwerk van straten en steegjes voert langs tal van historische gebou wen, fraaie geveltjes en monumenten. We noemen slechts de unieke Simon-en-Judaskerk van Benthei- mer zandsteen, het 17e-eeuwse Cremershuis met Renaissancegevel in de Marktstraat en de verspreid liggende bergputten, waaruit alle inwoners van een heel ‘veerel’ vroeger hun drinkwater haalden.
Lag Ootmarsum vroeger ten minste nog aan een drukke postweg die van het westen van ons land via Deventer naar de Noordduitse hanzesteden leidde, in de 19e eeuw verzonk het, door het al eerder ge noemde gemis aan kanalen en spoorlijnen, in de ver getelheid.
Door dit isolement is er misschien geen stad zo rijk aan folklore en oude gebruiken als Ootmarsum.
De opkomst van het toerisme heeft de plaats weer een nieuwe centrumfunctie gegeven en sommige ge bruiken worden ter wille hiervan in stand gehou den; aan vele doet de Ootmarsumer echter nog steeds uit overtuiging en vol overgave mee. Voor beelden zijn het ‘vlöggelen’ met Pasen (zie kader tekst), de brooduitdeling op Hemelvaartsdag en de rondgang van de nachtwacht op Oud- en Nieuwjaar.
Dit laatste gebruik herinnert nog aan de tijd dat Ootmarsum een vestingstad was, met een echte
Wandelend door Ootmarsum komt men langs vele histori sche gehouwen, waarvan vele met vakwerk.
nachtwacht. Sinds 1921 kent Ootmarsum er echter nog een in de nieuwjaarsnacht, die klokslag twaalf op het marktplein ‘Twaalf uur hef de klok!’ roept, waarop de omstanders antwoorden: ‘De klok heft twaalf!’ Vervolgens maakt hij, twaalf maal een heil wens zingend, een rondgang langs traditionele plaatsen. Verder kent men er de rondgang van de Pinksterbruid, een traditie die haar oorsprong vindt in de heidense lentefeesten. Evenals in andere Twentse plaatsen wordt in de adventstijd de mid winterhoorn geblazen: een oud, Germaans gebruik om de boze geesten te verdrijven. Veel gebruiken, maar ook veel oude ambachten, zijn er te zien op de jaarlijkse Siepelmarkten: een soort middeleeuwse markten, die in de vakantietijd worden gehouden (een siepel is een ui, waarvan er vroeger hier veel verbouwd werden, waarom Ootmarsum wel met ‘Siepelstad’ wordt aangeduid).
Wat Ootmarsum ook tot een uniek stadje maakt, is de schitterende omgeving. Vanaf de vele bergjes heeft men een prachtig uitzicht over de stad en het omringende landschap. Mogelijkheden voor wande lingen zijn er te over. Een van de vele voorbeelden is het afwisselende Springendal. In dit bijna 300 ha grote terrein vindt men niet alleen bossen, bronnen en landerijen, maar ook picknickplaatsen, ligweiden en speelwerktuigen voor de kinderen.
"Be^enswaardigheden^
R.K.-Kerk, Kerkplein 28. Aan de heiligen Simon en Judas gewijde pseudo-basiliek in Westfaalse ro- mano-gotiek, waarvan de oudste delen vermoedelijk
uit 1196 dateren; uitgevoerd in Bentheimer zand steen. De oorspronkelijke, zware toren werd in 1842 gesloopt en vervangen door een hou ten dakruiter. Koorsluiting en kapellen in de hoeken van koor en dwarsschip dateren uit 1491. In het in terieur is de oorspronkelijke polychromie hersteld.
Kerkschatten, waaronder een gotische monstrans uit ca. 1400. Fraai orgel. Grafkelder. Te bezichtigen van half mei tot half september dagelijks behalve ’s zaterdags; overigens op donderdag en zondag van 15.00—16.00 uur. N.H.-Kerk, Ganzenmarkt 31. Ge bouw uit 1810, torentje uit 1844. Belangwekkend interieur, met eikehouten preekstoel uit 1614, smeedijzeren lezenaar uit 1687, grafsteen van Johan Diderick baron von Heyden uit 1669 en fraai, oud orgel. Na overleg te bezichtigen. Stadhuis, Markt 1.
Uit 1778; in 1965 op harmonische wijze uitgebreid.
Gevel met Rococo versiering; fraai gebrandschil derd raam. Op werkdagen geopend. Drostenhuis, Walstraat 1. In 16e eeuw boerderij, in 18e eeuw tot herenhuis verbouwd. Niet te bezichtigen. Cremers- huis, Marktstraat 3. Patriciërshuis uit 1656, met ge brandschilderde wapens. Niet te bezichtigen. Overige monumentale panden, o.a. aan Ganzenmarkt, Kerk plein en Marktstraat. Hoofdzakelijk 18e- en 19e-eeuwse huizen. Pomp en putten, op de Markt, op het Bergplein en in de Walstraat. Hardstenen pomp uit 1778 vóór het stadhuis en bergputten waaruit in de 18e en 19e eeuw het van de Kuiperberg af komstige drinkwater werd gehaald. Eos Hoes, Smit- huisstraat 26. Saksisch boerderijtje uit 17e eeuw in vakwerk. In stijl ingericht, met oude gebruiksvoor werpen. Tevens geologisch museum, met gesteen ten, fossielen enz. Geopend van 1 april — 30 septem ber dagelijks behalve ’s zondags; overigens op dins dag-, donderdag- en zaterdagmiddag. Korenmolen, Oldenzaalsestraat 22. Bovenkruier met stelling, uit
1865. Na overleg te bezichtigen.