Ten zuiden van Bunschoten zien we grote bedrijventerreinen, die onder meer dienen voor wat hier 'de marktvloot' wordt genoemd. Van daar rijden dagelijks vele viskramen uit naar markten en standplaatsen tot in de wijde omtrek.
Maar vooral rijden de 'broodbussen' uit van bakkerij 't Stoepje, die met befaamde producten als 'natte keek' op negenhonderd markten in Nederland aanwezig is. Dat er zoveel geel-met- rode broodbussen of 'wiedewiedewagens' op zoveel markten staan, is te danken aan de honderd franchisenemers van het Spakenburgse bedrijf, dat nog wel alle brood- en koekpro- ducten in eigen huis bakt.
Want toen de Zuiderzee in 1932 werd afgesloten en het toch al niet zo goed meer ging met de ooit bloeiende visserij in Spakenburg, moest er iets anders worden bedacht. Eerst kon er nog op paling worden gevist, maar na de Tweede Wereldoorlog werd de handel in door vissers van elders gevangen vis en later ook de handel in brood en koek de belangrijkste basis van de Spakenburgse economie. In de haven zien we nog een stuk of dertig botters, ooit behorend tot de grote vissersvloot van het dorp, die in de negentiende eeuw uit tweehonderd boten bestond. Het zijn prachtige schepen, die tegenwoordig ten dienste staan van het toerisme. Spakenburg heeft nog een Botterwerf, waar de boten kunnen worden gerepareerd. Nieuwe botters worden er niet meer gebouwd.
Doordat er enige honderden vrouwen in klederdracht lopen en er hier en daar nog het een en ander herinnert aan de tijden waarin het dorp een typische Hollandse vissersha- ven was, is er in Spakenburg enig toerisme. Behalve de mooie botters bezit het dorp niet veel oud-Hollands, maar lelijk is de bebouwing rond de haven niet. In een aantal huisjes en voormalige visrokerijen aan de Oude Schans bij de haven is zelfs een heel aardig museum gevestigd, dat 't Vurhuus heet.
Met veel klederdrachtpoppen in allerlei decors en plastic vissen aan stokken om aan te geven hoe het roken vroeger ging, is het allemaal zeer folkloristisch educatief, maar niet onsympathiek gedaan.
Op weg naar de pier die het Eemmeer in steekt, komen we de voetbalvelden tegen van sv Spakenburg en IJsselmeervo- gels, twee Spakenburgse clubs die in de hoogste klasse van de zaterdagcompetitie altijd hoge ogen gooien en in de KNVB- bekercompetitie geregeld gerenommeerde profclubs hebben verslagen.
Twee kilometer ten zuiden van het duodorp, aan de andere kant van de AI, beginnen de buitenwijken van Amersfoort, de stad die aan de rand van de Gelderse Vallei ligt en wellicht beter per trein kan worden benaderd.