HET AVONTUUR VAN
DE OVERTOCHT
KRUININGEN-ROVERBERG-HULST
Van ver zie ik een langgerekte schittering oplichten in het Zeeuwse land, de zon weerkaatst op de file voor het veer. Het is een vertrouwd gegeven: 'De wachttijd voor het veer Kruinin- gen-Perkpolder bedraagt één uur.' En op dagen dat de wind tegen het venster buldert klinkt uit de radio: 'Het veer Kruinin- gen-Perkpolder is uit de vaart genomen.' Ik zie een machtige hand voor me die de veerboot uit de Westerschelde tilt en neerzet op het droge. Vandaag is het stralend weer met een mild windje. Velen hebben het plan opgevat de Walcherse stranden te bezoeken, maar op Zuid-Beveland is werk-in-uitvoering, filevorming is opgetreden en zodoende bedraagt de wachttijd voor het veer Kruiningen-Perkpolder ook nu één uur.
Niet voor mij. Voetgangers kunnen zo scheep gaan. Scheep gaan: de uitdrukking bergt iets in zich van het avontuur, dat de overtocht voor mij als kind was en hopelijk blijven zal, zolang het veer vaart. Er is een klein meisje aan boord, voor wie het de allereerste keer is. 'Leuk, hè? Jij hebt nog nooit gevaren, hè?' zegt de moeder, luid genoeg om het alle omstanders te laten weten. 'En wij gaan meteen weer terug, hè, want papa wacht in Kruiningen op ons.' Ze tilt haar dochtertje op om haar over de laadklep naar Zeeuws-Vlaanderen te laten kijken, want de prinses Christina mist een voorplecht vanwaar de passagiers de oever langzaam op zich af zouden kunnen zien glijden. Ook

HET AVONTUUR VAN
DE OVERTOCHT
KRUININGEN-ROVERBERG-HULST
Van ver zie ik een langgerekte schittering oplichten in het Zeeuwse land, de zon weerkaatst op de file voor het veer. Het is een vertrouwd gegeven: 'De wachttijd voor het veer Kruinin- gen-Perkpolder bedraagt één uur.' En op dagen dat de wind tegen het venster buldert klinkt uit de radio: 'Het veer Kruinin- gen-Perkpolder is uit de vaart genomen.' Ik zie een machtige hand voor me die de veerboot uit de Westerschelde tilt en neerzet op het droge. Vandaag is het stralend weer met een mild windje. Velen hebben het plan opgevat de Walcherse stranden te bezoeken, maar op Zuid-Beveland is werk-in-uitvoering, filevorming is opgetreden en zodoende bedraagt de wachttijd voor het veer Kruiningen-Perkpolder ook nu één uur.
Niet voor mij. Voetgangers kunnen zo scheep gaan. Scheep gaan: de uitdrukking bergt iets in zich van het avontuur, dat de overtocht voor mij als kind was en hopelijk blijven zal, zolang het veer vaart. Er is een klein meisje aan boord, voor wie het de allereerste keer is. 'Leuk, hè? Jij hebt nog nooit gevaren, hè?' zegt de moeder, luid genoeg om het alle omstanders te laten weten. 'En wij gaan meteen weer terug, hè, want papa wacht in Kruiningen op ons.' Ze tilt haar dochtertje op om haar over de laadklep naar Zeeuws-Vlaanderen te laten kijken, want de prinses Christina mist een voorplecht vanwaar de passagiers de oever langzaam op zich af zouden kunnen zien glijden. Ook

mag je aan boord niet roken, wat juist zo prettig zou zijn: met een sigaartje aan de railing, zon op je kop, wind in je haren, over het water turen dat ginds in het oosten haast onmerkbaar overgaat in land.
Niet langer dan twintig minuten duurt de overtocht, dan schuren de flanken van de boot alweer tegen de beschoeiingen. Tussen auto's door die vanuit de buik van het gevaarte de weg op snellen steek ik over, ga de Westerscheldedijk op en zie aan alle kanten de weidse delta. Dichtbij zijn strandjes van donkergrijze modder waar je langs het water zou willen lopen maar bordjes waarschuwen dat het 'gevaarlijk drijfzand' is.
Voor buitenlanders en analfabeten zijn er twee armpjes en een hoofdje bij getekend die bezig zijn verzwolgen te worden. Het lijkt de omgekeerde verbeelding van de Zeeuwse zinspreuk 'luctor et emergo': ik worstel en ga onder. Daarachter vissersboten met sleepnetten, zeiljachten en rookwolken uit de kerncentrale van Doel.
Vandaag gord ik de 'pedometer' aan. Het is, in deze dagen vol berichtgeving over kinderporno-netwerken, een twijfelachtige naam voor een simpel apparaatje waarmee de wandelaar de afgelegde afstand kan meten. Ik bezit het al een jaar, een geschenk van een kennis die iets verwoeder wandelt dan ik en minder behept is met reserves tegen moderne apparatuur. Ze moesten eigenlijk bij elk apparaat een achtjarig kind leveren, schreef Anthony Burgess: dat snapt in een ommezien hoe het werkt. Op de pedometer moet je eerst de lengte van je pas instellen, maar wie kent de lengte van zijn pas? Ik gok op 95 centimeter en bevestig het apparaat aan mijn broekriem. Nu op pad!
Het is het Grenslandpad, dat van Valkenswaard helemaal naar Sluis loopt, en daarvan de etappe van Kruiningen tot Hulst. Het traject voert hier over oude dijken onder 'Canadas- sen' door, populieren die lispelen in de wind, over een sluisje dat in 1761 is gebouwd door de monniken van Ter Dutne. De


rijkdom van de roomse Kerk bestond uit grootgrondbezit, maar de grond moest eerst veroverd worden op het water.
Kloosterlingen zopen en hoereerden, dat weten we, maar ze ploeterden ook lang in zompige klei. De eersten die Zeeuws- Vlaanderen in de twaalfde eeuw met hun spaden inpolderden waren cisterciënzers van de abdijen van Ter Duinen, Ter Doest, Ter Hagen en Boudeloo. De dijken die ze opwierpen slingeren nu nutteloos maar lieflijk door het landschap.
Op de Boudeloosedijk valt de pedometer in het gras. Volgens de gebruiksaanwijzing is het een 'precisie-instrument' waar je heel voorzichtig mee moet omgaan, maar daaruit heeft de fabrikant niet de conclusie getrokken dat hij er een deugdelijke bevestiging bij moet leveren. Ik stop het apparaat in mijn rugzak: later nog maar eens proberen. In de gidsjes voor de wandelpaden staan de afstanden trouwens vermeld, al wordt het altijd meer omdat je soms verkeerd loopt of het pad verlaat om een herberg te bezoeken. De pedometer zal het voortaan exact registreren.
Het licht lijkt scherper hier, het vergezicht mysterieuzer, het leven ruiger. Het hooi staat in oppers te drogen en het loof van het gewas op de akkers in de zon is verdroogd tot een hel geel.
Tegen de dijken in de verte staan eenzame huisjes met rode daken en er boven uit schuiven gevaarten voort in de richting van Antwerpen: moderne zeeschepen, drijvende loodsen van een hel oranje en gemeen geel.
Zeeuws-Vlaanderen is een beetje België. Het gehucht Lamswaarde schuilt onder een enorme roomse kerk in Vlaamse stijl. Ik laat het rechts liggen en kom in Roverberg. Dit is een streek geweest van wetteloosheid en smokkel. In de jaren zestig hoorde ik hier 's nachts, logerend in een huisje aan een onverharde dijk, de auto's langs racen, het grind opspattend onder de banden. De Europese gedachte was toen nog een gedachte, de slagbomen tussen België en Nederland werden bewaakt door geüniformeerde mannen en het loonde om bij
nacht en ontij een kofferbak vol boter of sigaretten de grens over te brengen. Smokkelaars waren omgeven met de romantiek van nachtelijke achtervolgingen, waarbij ze de douaniers te slim af waren en kraaienpootjes uitstrooiden om hun autobanden lek te prikken. Maar het was armoede, die hen tot smokkel dreef.
Ik haal de pedometer uit de rugzak en zie tot mijn verbazing, dat hij er lustig op los getikt heeft. Het mechanisme reageert op het stapsgewijs voortdeinende lichaam. Vijftien kilometer, wijst het wijzertje. Maar ik heb hooguit twaalf kilometer afgelegd. Paslengte verkeerd geschat? Ik stel in op tachtig centimeter. De precisie van de pedometer is een illusie. Wanneer mijn pas telkens drieëntachtig centimeter overbrugt, zal ik nooit kunnen vaststellen hoeveel ik gelopen heb, want die maat komt niet op de schaal voor. Bij een bank 'voor de vermoeide reiziger' staat dat het van hier 1895 kilometer is naar Santiago de Compostela.
De route voert naar het fort Zandberg en vandaar over de Li- niedijk, een smal pad waarop door het bladerdak heen de dalende zon schijnt, langs opbollingen in het landschap die overwoekerd zijn met bramen en brandnetels, en langs uitstulpingen van de dijk die onder populieren vooruitspringen in het vlakke land. Aan het eind van de zestiende eeuw, heb ik gelezen, verlegde de opmars van het kanon het zwaartepunt in de strategie van de slag in het open veld naar het beleg van de stad.
De Liniedijk is een van de fortenlinies die prins Maurits in 1591 ter verdediging van Hulst liet aanleggen. Wat een karwei zal het geweest zijn: over een afstand van vier kilometer moesten huurlingen spitten, zweten en zwoegen om Hulst tot een geduchte vesting te maken. De lopen van de kanonnen op de bolwerken wezen zuidwaarts, waarvandaan de roomse Spaanse vijand kon komen, zoals vier eeuwen later de kernkoppen op Moskou gericht werden, klaar om het communistische gevaar onschadelijk te m

Waarom staat bij het begin van Hulst niet dat dit een 'drugsvrije stad' is, zoals je vroeger overal las dat je een 'kernwapen- vrije gemeente' binnenging: Purmerend of Rheden tegen de nucleaire wapenwedloop! Hulst heeft de strijd met de verdovende middelen aangebonden en de 'coffeeshops' die het meer van hasj dan van koffie moeten hebben, zijn er gesloten.
Je hoort de burgemeester wel eens op de radio vertellen over het overleg met zijn collega's van drugsvrije steden in het buitenland, meest metropolen, maar in Nederland doet alleen Hulst mee. Het is wel ironisch, dat men juist in dit gewest met zijn traditie van bandeloosheid de hasj in de ban deed. Er valt profijtelijk in te sluikhandelen en de opbrengsten staan in een grootschalige verhouding tot wat de smokkelaar verdiende aan een jutezak vol sigaretjes: straatwaarden van miljoenen guldens.
Ik inspecteer de pedometer en zie dat het wijzertje de laatste anderhalf uur is blijven stilstaan. De toren van Hulst staat weliswaar in de steigers, maar de klok loopt en slaat net zes. Uit het hoofd bereken ik dat ik twintig kilometer gelopen heb.
Over de verdedigingswerken die Hulst omgeven als om de boze buitenwereld buiten te sluiten, kuieren toeristen en inwoners die de hond uitlaten. Een jaar eerder was het gras op de wallen na een zomer zonder regen verdroogd en strogeel, maar nu heeft het geregend en is het frisgroen. Ik ga de poort door, een trap op en wandel langs de bolwerken naar de Gentse Poort. In de poort is een bocht gebouwd om te voorkomen dat vijandelijke kogels er dwars doorheen de stad in vlogen.
Er is een grote sexshop; Hulst is drugs-, maar niet pornovrij.
Ik wandel langs de refugia, hoge huizen met slanke torentjes, die de monniken van de kloosters in de wijde omgeving tot toevluchtsoord dienden als oorlog en roverij over het platteland raasden. Wij bekijken de historie graag nostalgisch, maar in werkelijkheid heerste toen veel angst: voor rabauwen en voor besmettelijke ziekten die dodelijk om zich heen grepen.

Op de Grote Markt staat het oude stadhuis te pronken met zijn geelzwarte luiken en de dubbele gouden adelaar in top. Het is verrezen op de ruïne van een schepengebouw, waarin honderden Gentenaren zich op hun plundertocht hadden verschanst toen de inwoners van Hulst het gebouw in brand staken. De zon schijnt nog op het terras, een fanfare speelt, oudere mensen begeven zich met gezangenboeken onder de arm ter kerke: hier is het helemaal in orde en ik zou lang willen blijven, maar ik moet naar het veer.
Glorieus gaat de zon onder boven de weilanden. Jonge meisjes met een onwennige make-up stappen in de bus, en er weer uit bij disco 'Love' in Kloosterzande. Het wordt kil, maar eenmaal aan boord ga ik toch aan de railing staan om tegen de bloedrode lucht de silhouetten van schepen langs te zien glijden. Drie zwarte jongens drinken bier, ze stompen elkaar en maken grappen in een exotisch Frans. In de kajuit staat te lezen dat we allemaal de zwemvesten aan moeten als één keer lang en zeven keer kort het scheepsalarm klinkt. Over een paar jaar ligt er een tunnel onder de Westerschelde.aken en honderdduizenden te doden.

Waarom staat bij het begin van Hulst niet dat dit een 'drugsvrije stad' is, zoals je vroeger overal las dat je een 'kernwapen- vrije gemeente' binnenging: Purmerend of Rheden tegen de nucleaire wapenwedloop! Hulst heeft de strijd met de verdovende middelen aangebonden en de 'coffeeshops' die het meer van hasj dan van koffie moeten hebben, zijn er gesloten.
Je hoort de burgemeester wel eens op de radio vertellen over het overleg met zijn collega's van drugsvrije steden in het buitenland, meest metropolen, maar in Nederland doet alleen Hulst mee. Het is wel ironisch, dat men juist in dit gewest met zijn traditie van bandeloosheid de hasj in de ban deed. Er valt profijtelijk in te sluikhandelen en de opbrengsten staan in een grootschalige verhouding tot wat de smokkelaar verdiende aan een jutezak vol sigaretjes: straatwaarden van miljoenen guldens.
Ik inspecteer de pedometer en zie dat het wijzertje de laatste anderhalf uur is blijven stilstaan. De toren van Hulst staat weliswaar in de steigers, maar de klok loopt en slaat net zes. Uit het hoofd bereken ik dat ik twintig kilometer gelopen heb.
Over de verdedigingswerken die Hulst omgeven als om de boze buitenwereld buiten te sluiten, kuieren toeristen en inwoners die de hond uitlaten. Een jaar eerder was het gras op de wallen na een zomer zonder regen verdroogd en strogeel, maar nu heeft het geregend en is het frisgroen. Ik ga de poort door, een trap op en wandel langs de bolwerken naar de Gentse Poort. In de poort is een bocht gebouwd om te voorkomen dat vijandelijke kogels er dwars doorheen de stad in vlogen.
Er is een grote sexshop; Hulst is drugs-, maar niet pornovrij.
Ik wandel langs de refugia, hoge huizen met slanke torentjes, die de monniken van de kloosters in de wijde omgeving tot toevluchtsoord dienden als oorlog en roverij over het platteland raasden. Wij bekijken de historie graag nostalgisch, maar in werkelijkheid heerste toen veel angst: voor rabauwen en voor besmettelijke ziekten die dodelijk om zich heen grepen.

Op de Grote Markt staat het oude stadhuis te pronken met zijn geelzwarte luiken en de dubbele gouden adelaar in top. Het is verrezen op de ruïne van een schepengebouw, waarin honderden Gentenaren zich op hun plundertocht hadden verschanst toen de inwoners van Hulst het gebouw in brand staken. De zon schijnt nog op het terras, een fanfare speelt, oudere mensen begeven zich met gezangenboeken onder de arm ter kerke: hier is het helemaal in orde en ik zou lang willen blijven, maar ik moet naar het veer.
Glorieus gaat de zon onder boven de weilanden. Jonge meisjes met een onwennige make-up stappen in de bus, en er weer uit bij disco 'Love' in Kloosterzande. Het wordt kil, maar eenmaal aan boord ga ik toch aan de railing staan om tegen de bloedrode lucht de silhouetten van schepen langs te zien glijden. Drie zwarte jongens drinken bier, ze stompen elkaar en maken grappen in een exotisch Frans. In de kajuit staat te lezen dat we allemaal de zwemvesten aan moeten als één keer lang en zeven keer kort het scheepsalarm klinkt. Over een paar jaar ligt er een tunnel onder de Westerschelde.

Zwinstreek

Geen wonder dat vogels en mensen zo graag neerstrijken in de Zwinstreek. Middenin de rijke natuur en het imponerende landschap van de Nederlands/Belgische grensregio vind je immers rust en ruimte en een cultureel erfgoed dat veel vertelt over de strijd tegen de zee. De grens deelt het Zwin weliswaar in tweeën, maar juist natuur, cultuur, erfgoed en landschap vormen de belang- rijkste ingrediënten voor een project dat over de grenzen heen reikt: Recreatie en Ecotoerisme in de Zwinstreek (REECZ).
Duurzaam in de Zwin
I ^ *>;=.● J l i . 1
D
e Zwinstreek, op de grens van Zeeuws-Vlaanderen en Belgisch Vlaanderen, kent een roerig verleden. Dappere en harde werkers doorkruisen de geschiedenis: verre voorou- ders die zich in de kuststrook, het schorrengebied en op de terpen vestigden, dijkbouwers die de strijd voerden tegen de zee, middel- eeuwse handelaren die met hun kleine schepen over de zeeën voe- ren, voorvaderen die in opstand kwamen tegen de Spanjaarden, families die grootse plannen maakten om de streek toeristisch uit te bouwen... Ze slaagden erin het gebied leefbaar, bewoonbaar en vooral uniek te maken. De Zwinstreek kent bijzondere natuurwaar- den. Planten- en diersoorten gedijen in het aangename zeeklimaat.
En er strijken jaarlijks duizenden trekvogels neer, wat het gebied voor vogelaars extra spannend maakt.
GRENSOVERSCHRIJDENDE NATUUR
Om de grensoverschrijdende beleving van natuur, landschap en erf- goed te versterken hebben organisaties aan beide zijden van de grens de handen ineengeslagen en samen het project 'Recreatie en Ecotoerisme in de Zwinstreek', afgekort REECZ, ontwikkeld. Via het bestaande grensoverschrijdende kustoverleg en het vorige Interreg project Natuur, Milieu en Burgers is IVN Consulentschap Zeeland betrokken geraakt bij REECZ. Rita de Ligt - van der Zee is namens IVN projectleider. 'Door REECZ wordt de economische meerwaarde die het toerisme levert, geoptimaliseerd. Bovendien streven we ernaar de ecologische en cultuurhistorische waarde voor de bewo- ners en bezoekers beleefbaar te maken. Zo wordt gewerkt aan duurzame recreatie in de Zwinstreek. De economische waarde ligt tenslotte in de parels die de Zwinstreek biedt. Denk hierbij aan de voormalige Zwingeulen, kreken, schor- ren, slikken en polders, vestingsteden, Spaanse forten en linies, enzovoort/
I N T E R N A T I O N A L E UITSTRALING
Natuurreservaat het Zwin vormt de kern van het gebied. Door REECZ kan het provinciaal Natuurpark haar vroegere rol weer innemen. Het streven is om het natuurreservaat een nationale en internationale uit- straling te geven met een breed natuureducatief programma.
Het natuurreservaat is bovendien ankerpunt voor toerisme en recreatie in de Zwinstreek met bijzondere aandacht voor het unieke historische polderlandschap, de grensoverschrijdende samen- werking tussen twee Vlaanderen (West en Zeeuws) en de relatie met de natuurlijke, historische en culturele ontwikkeling van het gebied.
TEKST: ARiANNE jANSEN-ALBREGTSE FOTO'S: REECZ
nöjm^^tmrs
REECZ wordt financieel mogelijk gemaakt door het Europese Interreg IV-programma voor de grensregio Vlaanderen-Nederland met vijf partners aan Vlaamse zijde en twee partners aan Nederlandse zijde.
Aan Vlaamse zijde werken mee de Provincie West-Vlaanderen (projectleider), het Agentschap Natuur en Bos (AN B), de gemeente Knokke-Heist, Westtoer en het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK). Aan Nederlandse zijde werken de gemeente Sluis en IVN Consulentschap Zeeland gezamenlijk aan het project. De provincie Zeeland zorgt voor co-financiering. Inhoudelijk zijn zo'n dertig partners betrokken. Het project loopt tot augustus 2012 en heeft een budget van 5.841.575,32 euro, waarvan 50% door Europa wordt betaald.
EERSTE RESULTATEN
Binnen REECZ wordt gewerkt aan vier thema's: toeristische centra, wandel- netwerken, natuur- en milieueducatie en communicatie.
Toeristische centra
De bezoekerscentra aan Vlaamse en Nederlandse zijde worden zowel op elkaar afgestemd en zullen fungeren als toegangs- poort en ankerpunt voor de Zwinstreek.
Wandelnetwerken
De projectpartners werken aan een grensover- schrijdend netwerk voor wandelaars, fietsers en ruiters. Ook worden specifieke wandelrou- tes ontwikkeld, zoals het blotevoetenpad.
Natuur- en milieueducatie (NME)
Binnen dit thema wordt gewerkt rond informa- tiedragers (infopanelen en brochures), gastheerschap gidsenwerk (opleiding van bestaande en nieuwe gidsen) en streek-
beleving (gps-tochten, landschapsbelevings- kaart, uitkijkpunten, etcetera).
Communicatie
Voor de streek is een huisstijl ontwikkeld met daarbij behorende campagne. De campagne wordt ingezet om aan het brede publiek duidelijk te maken waarvoor de Zwinstreek staat en wat haar troeven zijn.
Kijk voor meer informatie over de Zwinstreek
op www,zwmstreek,eu.
MENS & NATUUR - LENTE 2011 


Cadzand   en LAND VAN SAEFTINGHE   en zeeuws vlaanderen  zie PDF