bijlage tongerenDownload tongeren
https://www.reisroutes.be/stadswandelingen/haspengouw/tongeren-eeuwenoude-muren/
https://www.toerismetongeren.be/praktisch
korting met keuzedag : dan kost het 20,-- voor het belgische deel
treinplanner belgie reisduur 4,5 uur via antwerpen
reizen via maastircht op keuzedag
nblegische deel kost dan ca 5 euro
reistijd iets korter? beverijk-maatsricht is 3 uur
wandeling
https://www.reisroutes.be/stadswandelingen/haspengouw/tongeren-eeuwenoude-muren/
hotel
Artikelen: Bewerken
De momenteel geïnstalleerde Joomla! versie is "5.3.1" 5.3.1
Titel *
Alias
Artikeltekst
Tongeren (Frans: Tongres) is een voormalige stad en gemeente in het zuiden van de Belgische provincie Limburg. De stad is in 2025 gefuseerd met Borgloon tot Tongeren-Borgloon. De stad was de hoofdplaats van een bestuurlijk arrondissement en zetelplaats van een afdeling van het gerechtelijk arrondissement Limburg. Tongeren ligt aan de rivier de Jeker in de regio Haspengouw.
De gemeente telt ruim 32.000 inwoners op een oppervlakte van 87,81 km² en is daarmee naar inwonertal de tiende gemeente van Limburg en de 75e gemeente van België. De stadskern telt zo’n 18.000 inwoners. De overige bevolking woont verspreid over de 16 deelgemeenten die aangehecht werden tijdens de fusiegolven van 1972 en 1977. Een inwoner van Tongeren wordt een Tongeraar of Tongenaar genoemd.[1]
Door de aanwezigheid van verschillende onderwijs- en zorginstellingen is de stad een regionaal centrum voor Zuidoost-Limburg. Het is ook een belangrijke gerechtelijke stad voor de provincie aangezien het Limburgse hof van assisen in Tongeren gevestigd is.
+
+
...
+
...
Title
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Sed molestie scelerisque ultrices. Nullam venenatis, felis ut a
Vanaf 15 v.Chr. ontwikkelde Tongeren zich als een Gallo-Romeinse burgernederzetting. In de daaropvolgende eeuwen speelde de stad een belangrijke rol in de geschiedenis van de Lage Landen. Zo verkreeg Tongeren in de 2e eeuw marktrechten en werd de stad in de 4e eeuw de zetel van het eerste bisdom van de Lage Landen. In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd was de stad een van de 23 Goede Steden van het prinsbisdom Luik. Vanaf de tweede helft van 20e eeuw werd begonnen met de uitbouw van Tongeren als handelscentrum en toeristische trekpleister. Als "de eerste stad" van België gebruikt Tongeren zijn Romeinse verleden dan ook als een toeristische troef.[2] 'Tongeren, Romeinse stad' werd opgenomen in de Canon van Vlaanderen.
Toponymie
De plaatsnaam Tongeren is terug te voeren op het Latijnse Atuatuca Tungrorum en zou zoveel betekenen als "vesting van de Tungri".
De aanwezigheid van het element Atuatuca heeft lange tijd doen vermoeden dat Tongeren kon worden vereenzelvigd met Atuatuca, de vesting van de Eburonen waar Julius Caesar in 54 v.Chr. anderhalf Romeins legioen voor de winter liet inkwartieren.[3] Aangezien er in en rond Tongeren geen vondsten zijn gedaan die dateren van voor 30 v.Chr., werd duidelijk dat de vesting van de Eburonen elders gezocht moest worden. In juni 2012, na vier jaar onderzoek, lokaliseerde een team van onderzoekers verbonden aan de VU Amsterdam en de KU Leuven het Atuatuca van de Eburonen in de buurt van Thuin.[4][5] Deze ontdekking zou de idee ondersteunen dat Atuatuca geen eigennaam zou zijn; zo beschreef Caesar Atuatuca als: Id castelli nomen est, dat dan "Dit is de benaming voor een fort" betekent.[3] Toch blijft de exacte locatie van Atuatuca nog steeds voer voor discussie en komen ook andere plaatsen – zoals het Oppidum Caestert op het plateau van Caestert of een plek nabij de monding van de Ourthe in Luik – in aanmerking.[3][6][7]
Het element Tungrorum is de genitiefvorm van Tungri. Deze stam werd aan het eind van de 1e eeuw beschreven in Tacitus' De origine et situ Germanorum.[8] Als men over de Tungri spreekt, dan bedoelt men zowel de Germaanse stammen die van over de Rijn kwamen als de inheemse stammen die de represaille van Caesar overleefden. De betekenis van Tungri is nog niet precies achterhaald waardoor de verschillende verklaringen die de ronde doen slechts hypothetisch zijn. Een mogelijke verklaring wordt gezocht in het Keltische *tung dat "eed" betekent. Tungri zou dan "eedgenoten" betekenen en verwijzen naar de heterogene samenstelling van de stam. Een andere verklaring wordt gezocht bij het Oergermaanse *tangijan dat "samendrukken" betekent. Tungri zou dan verwijzen naar het verbond dat de verschillende stammen zijn aangegaan.[9][10]
Geschiedenis [bewerken | brontekst bewerken]
Zie Geschiedenis van Tongeren voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Tongeren op de Ferrariskaart Servatius ontvangt te Tongeren de mijter en kromstaf uit handen van een engel
Tongeren ontwikkelde zich van een Romeins legerkamp tot een Gallo-Romeinse nederzetting. Voordat de Romeinen er in de 1e eeuw v.Chr. binnenvielen, werd het gebied rond de stad bewoond door de Eburonen. Nadat deze stam aan de top bijna helemaal was uitgeroeid door de Romeinen en het grootste deel van de rest als Toxandriërs naar de Kempen was verdreven, kregen de Tungri de toestemming zich in deze streek te vestigen. Tijdens de Romeinse aanwezigheid groeide Tongeren uit tot een belangrijke stad. Zo verwierf Atuatuca Tungrorum de status van municipium en werd de stad zelfs de hoofdplaats van een civitas. De sporen uit de Romeinse tijd beslaan een aaneengesloten terrein van ongeveer 2 km². Ze vormen daarmee het grootste aaneengesloten archeologisch complex van de Lage Landen.
In het begin van de 4e eeuw begon de kerstening van de Lage Landen. Een belangrijk figuur in deze tijd was Maternus, volgens de overlevering medeoprichter van het bisdom Tongeren. De bekendste bisschop van Tongeren was Servatius, die in Maastricht ligt begraven. Wanneer de bisschopszetel definitief werd overgebracht naar Maastricht, is niet bekend; in elk geval vóór het begin van de 6e eeuw. Na de Val van het West-Romeinse Rijk boette de stad aan belang in. Onder de Merovingen en Karolingen speelde Tongeren een onbeduidende rol.
Pas vanaf de 11e eeuw kende de stad weer een periode van economische heropleving dankzij haar centrale ligging in het prinsbisdom Luik. Op bestuurlijk vlak werden Tongeren en de omliggende plaatsen in de 12e eeuw benoemd tot een stadsvrijheid. Dit verschafte de stad een zekere vorm van autonomie. Na de Vrede van Fexhe in 1316 kreeg Tongeren als Goede Stad meer vrijheden en meer inspraak in het eigen bestuur.
Hoewel Tongeren deel uitmaakte van het neutrale prinsbisdom Luik, bleef de stad niet gevrijwaard van plunderingen en belegeringen. Na een lange periode van onrusten brak in de 17e eeuw een periode van rust en bloei aan, maar die werd in 1677 abrupt onderbroken toen Franse troepen de stadsomwalling opbliezen en brand stichtten in de binnenstad.
Ook in de 18e eeuw bleven verschillende legers Tongeren aanvallen. Tijdens de Spaanse en Oostenrijkse successieoorlogen werd er desondanks weinig schade aangericht en bleef men werken aan de heropbouw van de stad. Het einde van de 18e eeuw bracht grote veranderingen met zich mee voor Tongeren. De Nederlanden werden ingelijfd door Frankrijk en op bestuurlijk vlak werd de stad onderdeel van het departement Nedermaas. Voor het eerst in 1000 jaar was Tongeren niet meer verbonden met Luik.
In 1815 werd de stad onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden en in 1830 werd Tongeren uiteindelijk een Belgische stad. Bij de splitsing van Limburg in 1839 werd Tongeren de hoofdplaats van een gerechtelijk en bestuurlijk arrondissement.
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en op 9 augustus 1914 werd de stad bezet door de Duitse troepen. De gevolgen van deze oorlog bleven echter beperkt tot materiële schade aan een tiental huizen en twaalf burgerslachtoffers. Op 24 november 1918 werd Tongeren bevrijd door de Belgische troepen.
Op 10 mei 1940, bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, werden het station en de omliggende wijken gebombardeerd door Duitse vliegtuigen en werd er met scherp geschoten op een volle pendeltrein naar Luik. Op 8 september 1944 bereikten de geallieerden de stad en was Tongeren bevrijd. In de naweeën van de bezetting vielen in december 1944 nog enkele V-bommen rond Tongeren.
Vanaf de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw werden nieuwe woonwijken buiten het stadscentrum aangelegd en veranderde Tongeren in een stad van diensten, zorg- en onderwijsinstellingen.
GeografieTongeren ligt in het zuiden van de provincie Limburg nabij de taalgrens. In het oosten en noordoosten vormt de A13-E313 grotendeels de gemeentegrens met respectievelijk Riemst en Bilzen. In het zuiden is de taalgrens de scheidingslijn tussen Tongeren en de Waalse gemeentes Crisnée, Oerle, Awans, Juprelle en Bitsingen. Eveneens in het zuiden grenst de gemeente aan Herstappe, een van de twee Limburgse faciliteitengemeentes. In het westen grenst Tongeren aan de gemeentes Heers en Borgloon. De grens met Borgloon wordt deels bepaald door de Mombeek. Ten slotte liggen ten noorden van Tongeren de buurgemeentes Kortessem en Hoeselt.
De Euregiosteden Hasselt, Genk, Maastricht en Luik liggen alle binnen een straal van ongeveer 20 km rond Tongeren.
Geologie en landschap [bewerken | brontekst bewerken]
Reliëfkaart van Belgisch Zuid-Limburg
Het centrum van Tongeren ligt op de zuidelijke helling van een heuvel nabij de Jeker. De hoogte binnen de stadswallen stijgt van 87 m aan de oevers van de Jeker tot 105 m aan de uitvalswegen naar Hasselt en Bilzen. Ten noordwesten van het centrum zijn de hellingen van deze heuvel steiler en daalt de hoogte tot 75 m in de wijk Broek.
De noordelijke deelgemeentes van Tongeren liggen in de overgangszone tussen het lager gelegen Vochtig-Haspengouw en het Haspengouws plateau. De vochtige ondergrond bestaat er uit zand- en leemlagen boven op een kleilaag en is erg geschikt voor het telen van fruit. Het landschap wordt er getypeerd door vele beken, houtwallen, boomgaarden en holle wegen. De hoogte in dit gebied varieert van zo'n 60 m aan de oevers van de Mombeek ten westen van Kolmont tot 125 m bij de Galgenberg in de buurt van Berg.[11]
De zuidelijke deelgemeentes liggen in de Jekervallei en behoren tot Droog-Haspengouw. De ondergrond bestaat er uit löss boven op een waterdoorlatende krijtlaag. Bijgevolg is de bodem er minder vochtig en treedt er minder erosie op waardoor het reliëf minder uitgesproken is. Het zacht glooiende landschap in Droog-Haspengouw wordt voornamelijk gekenmerkt door open akkers. De hoogte varieert er tussen 90 m en zo'n 145 m. Deze laatste hoogte wordt bereikt in de velden nabij de taalgrens ten zuiden van Vreren.[11][12]
Dwars door de gemeente loopt eveneens de scheidingslijn tussen het Maas- en Scheldebekken, aangezien de Jeker rechtstreeks uitmondt in de Maas en de Demer via de Dijle en de Rupel in de Schelde stroomt. De Demerbron bevindt zich in Ketsingen, een gehucht ten oosten van Tongeren.
Kernen [bewerken | brontekst bewerken]
De fusiegemeente telt naast de stadskern nog 16 deelgemeenten: Berg, Diets-Heur, Henis, , Koninksem, Lauw, Mal, Neerrepen, Nerem, Overrepen, Piringen, Riksingen, Rutten, Sluizen, Vreren en Widooie. Op het grondgebied van de deelgemeente Tongeren liggen de gehuchten Blaar, Mulken en Offelken. Van deze drie gehuchten is Mulken het enige dat nog niet met de stadskern vergroeid is. Mulken wordt van de stadskern gescheiden door Beukenberg en de recreatiezone rond de oude Pliniusbron. Ook sommige deelgemeenten hebben een gehucht binnen hun grondgebied, zoals het gehucht Hamal in Rutten, Ketsingen in Berg, Klein-Mal in Mal, Kolmont in Overrepen en Verhenis in Henis.
https://youtu.be/ByU2cWjuNOE
ongeren (Frans: Tongres) is een voormalige stad en gemeente in het zuiden van de Belgische provincie Limburg. De stad is in 2025 gefuseerd met Borgloon tot Tongeren-Borgloon. De stad was de hoofdplaats van een bestuurlijk arrondissement en zetelplaats van een afdeling van het gerechtelijk arrondissement Limburg. Tongeren ligt aan de rivier de Jeker in de regio Haspengouw.
De gemeente telt ruim 32.000 inwoners op een oppervlakte van 87,81 km² en is daarmee naar inwonertal de tiende gemeente van Limburg en de 75e gemeente van België. De stadskern telt zo’n 18.000 inwoners. De overige bevolking woont verspreid over de 16 deelgemeenten die aangehecht werden tijdens de fusiegolven van 1972 en 1977. Een inwoner van Tongeren wordt een Tongeraar of Tongenaar genoemd.[1]
Door de aanwezigheid van verschillende onderwijs- en zorginstellingen is de stad een regionaal centrum voor Zuidoost-Limburg. Het is ook een belangrijke gerechtelijke stad voor de provincie aangezien het Limburgse hof van assisen in Tongeren gevestigd is.
Vanaf 15 v.Chr. ontwikkelde Tongeren zich als een Gallo-Romeinse burgernederzetting. In de daaropvolgende eeuwen speelde de stad een belangrijke rol in de geschiedenis van de Lage Landen. Zo verkreeg Tongeren in de 2e eeuw marktrechten en werd de stad in de 4e eeuw de zetel van het eerste bisdom van de Lage Landen. In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd was de stad een van de 23 Goede Steden van het prinsbisdom Luik. Vanaf de tweede helft van 20e eeuw werd begonnen met de uitbouw van Tongeren als handelscentrum en toeristische trekpleister. Als "de eerste stad" van België gebruikt Tongeren zijn Romeinse verleden dan ook als een toeristische troef.[2] 'Tongeren, Romeinse stad' werd opgenomen in de Canon van Vlaanderen.
Toponymie
De plaatsnaam Tongeren is terug te voeren op het Latijnse Atuatuca Tungrorum en zou zoveel betekenen als "vesting van de Tungri".
De aanwezigheid van het element Atuatuca heeft lange tijd doen vermoeden dat Tongeren kon worden vereenzelvigd met Atuatuca, de vesting van de Eburonen waar Julius Caesar in 54 v.Chr. anderhalf Romeins legioen voor de winter liet inkwartieren.[3] Aangezien er in en rond Tongeren geen vondsten zijn gedaan die dateren van voor 30 v.Chr., werd duidelijk dat de vesting van de Eburonen elders gezocht moest worden. In juni 2012, na vier jaar onderzoek, lokaliseerde een team van onderzoekers verbonden aan de VU Amsterdam en de KU Leuven het Atuatuca van de Eburonen in de buurt van Thuin.[4][5] Deze ontdekking zou de idee ondersteunen dat Atuatuca geen eigennaam zou zijn; zo beschreef Caesar Atuatuca als: Id castelli nomen est, dat dan "Dit is de benaming voor een fort" betekent.[3] Toch blijft de exacte locatie van Atuatuca nog steeds voer voor discussie en komen ook andere plaatsen – zoals het Oppidum Caestert op het plateau van Caestert of een plek nabij de monding van de Ourthe in Luik – in aanmerking.[3][6][7]
Het element Tungrorum is de genitiefvorm van Tungri. Deze stam werd aan het eind van de 1e eeuw beschreven in Tacitus' De origine et situ Germanorum.[8] Als men over de Tungri spreekt, dan bedoelt men zowel de Germaanse stammen die van over de Rijn kwamen als de inheemse stammen die de represaille van Caesar overleefden. De betekenis van Tungri is nog niet precies achterhaald waardoor de verschillende verklaringen die de ronde doen slechts hypothetisch zijn. Een mogelijke verklaring wordt gezocht in het Keltische *tung dat "eed" betekent. Tungri zou dan "eedgenoten" betekenen en verwijzen naar de heterogene samenstelling van de stam. Een andere verklaring wordt gezocht bij het Oergermaanse *tangijan dat "samendrukken" betekent. Tungri zou dan verwijzen naar het verbond dat de verschillende stammen zijn aangegaan.[9][10]
Geschiedenis [bewerken | brontekst bewerken]
Zie Geschiedenis van Tongeren voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Tongeren op de Ferrariskaart Servatius ontvangt te Tongeren de mijter en kromstaf uit handen van een engel
Tongeren ontwikkelde zich van een Romeins legerkamp tot een Gallo-Romeinse nederzetting. Voordat de Romeinen er in de 1e eeuw v.Chr. binnenvielen, werd het gebied rond de stad bewoond door de Eburonen. Nadat deze stam aan de top bijna helemaal was uitgeroeid door de Romeinen en het grootste deel van de rest als Toxandriërs naar de Kempen was verdreven, kregen de Tungri de toestemming zich in deze streek te vestigen. Tijdens de Romeinse aanwezigheid groeide Tongeren uit tot een belangrijke stad. Zo verwierf Atuatuca Tungrorum de status van municipium en werd de stad zelfs de hoofdplaats van een civitas. De sporen uit de Romeinse tijd beslaan een aaneengesloten terrein van ongeveer 2 km². Ze vormen daarmee het grootste aaneengesloten archeologisch complex van de Lage Landen.
In het begin van de 4e eeuw begon de kerstening van de Lage Landen. Een belangrijk figuur in deze tijd was Maternus, volgens de overlevering medeoprichter van het bisdom Tongeren. De bekendste bisschop van Tongeren was Servatius, die in Maastricht ligt begraven. Wanneer de bisschopszetel definitief werd overgebracht naar Maastricht, is niet bekend; in elk geval vóór het begin van de 6e eeuw. Na de Val van het West-Romeinse Rijk boette de stad aan belang in. Onder de Merovingen en Karolingen speelde Tongeren een onbeduidende rol.
Pas vanaf de 11e eeuw kende de stad weer een periode van economische heropleving dankzij haar centrale ligging in het prinsbisdom Luik. Op bestuurlijk vlak werden Tongeren en de omliggende plaatsen in de 12e eeuw benoemd tot een stadsvrijheid. Dit verschafte de stad een zekere vorm van autonomie. Na de Vrede van Fexhe in 1316 kreeg Tongeren als Goede Stad meer vrijheden en meer inspraak in het eigen bestuur.
Hoewel Tongeren deel uitmaakte van het neutrale prinsbisdom Luik, bleef de stad niet gevrijwaard van plunderingen en belegeringen. Na een lange periode van onrusten brak in de 17e eeuw een periode van rust en bloei aan, maar die werd in 1677 abrupt onderbroken toen Franse troepen de stadsomwalling opbliezen en brand stichtten in de binnenstad.
Ook in de 18e eeuw bleven verschillende legers Tongeren aanvallen. Tijdens de Spaanse en Oostenrijkse successieoorlogen werd er desondanks weinig schade aangericht en bleef men werken aan de heropbouw van de stad. Het einde van de 18e eeuw bracht grote veranderingen met zich mee voor Tongeren. De Nederlanden werden ingelijfd door Frankrijk en op bestuurlijk vlak werd de stad onderdeel van het departement Nedermaas. Voor het eerst in 1000 jaar was Tongeren niet meer verbonden met Luik.
In 1815 werd de stad onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden en in 1830 werd Tongeren uiteindelijk een Belgische stad. Bij de splitsing van Limburg in 1839 werd Tongeren de hoofdplaats van een gerechtelijk en bestuurlijk arrondissement.
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en op 9 augustus 1914 werd de stad bezet door de Duitse troepen. De gevolgen van deze oorlog bleven echter beperkt tot materiële schade aan een tiental huizen en twaalf burgerslachtoffers. Op 24 november 1918 werd Tongeren bevrijd door de Belgische troepen.
Op 10 mei 1940, bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, werden het station en de omliggende wijken gebombardeerd door Duitse vliegtuigen en werd er met scherp geschoten op een volle pendeltrein naar Luik. Op 8 september 1944 bereikten de geallieerden de stad en was Tongeren bevrijd. In de naweeën van de bezetting vielen in december 1944 nog enkele V-bommen rond Tongeren.
Vanaf de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw werden nieuwe woonwijken buiten het stadscentrum aangelegd en veranderde Tongeren in een stad van diensten, zorg- en onderwijsinstellingen.
GeografieTongeren ligt in het zuiden van de provincie Limburg nabij de taalgrens. In het oosten en noordoosten vormt de A13-E313 grotendeels de gemeentegrens met respectievelijk Riemst en Bilzen. In het zuiden is de taalgrens de scheidingslijn tussen Tongeren en de Waalse gemeentes Crisnée, Oerle, Awans, Juprelle en Bitsingen. Eveneens in het zuiden grenst de gemeente aan Herstappe, een van de twee Limburgse faciliteitengemeentes. In het westen grenst Tongeren aan de gemeentes Heers en Borgloon. De grens met Borgloon wordt deels bepaald door de Mombeek. Ten slotte liggen ten noorden van Tongeren de buurgemeentes Kortessem en Hoeselt.
De Euregiosteden Hasselt, Genk, Maastricht en Luik liggen alle binnen een straal van ongeveer 20 km rond Tongeren.
Geologie en landschap [bewerken | brontekst bewerken]
Reliëfkaart van Belgisch Zuid-Limburg
Het centrum van Tongeren ligt op de zuidelijke helling van een heuvel nabij de Jeker. De hoogte binnen de stadswallen stijgt van 87 m aan de oevers van de Jeker tot 105 m aan de uitvalswegen naar Hasselt en Bilzen. Ten noordwesten van het centrum zijn de hellingen van deze heuvel steiler en daalt de hoogte tot 75 m in de wijk Broek.
De noordelijke deelgemeentes van Tongeren liggen in de overgangszone tussen het lager gelegen Vochtig-Haspengouw en het Haspengouws plateau. De vochtige ondergrond bestaat er uit zand- en leemlagen boven op een kleilaag en is erg geschikt voor het telen van fruit. Het landschap wordt er getypeerd door vele beken, houtwallen, boomgaarden en holle wegen. De hoogte in dit gebied varieert van zo'n 60 m aan de oevers van de Mombeek ten westen van Kolmont tot 125 m bij de Galgenberg in de buurt van Berg.[11]
De zuidelijke deelgemeentes liggen in de Jekervallei en behoren tot Droog-Haspengouw. De ondergrond bestaat er uit löss boven op een waterdoorlatende krijtlaag. Bijgevolg is de bodem er minder vochtig en treedt er minder erosie op waardoor het reliëf minder uitgesproken is. Het zacht glooiende landschap in Droog-Haspengouw wordt voornamelijk gekenmerkt door open akkers. De hoogte varieert er tussen 90 m en zo'n 145 m. Deze laatste hoogte wordt bereikt in de velden nabij de taalgrens ten zuiden van Vreren.[11][12]
Dwars door de gemeente loopt eveneens de scheidingslijn tussen het Maas- en Scheldebekken, aangezien de Jeker rechtstreeks uitmondt in de Maas en de Demer via de Dijle en de Rupel in de Schelde stroomt. De Demerbron bevindt zich in Ketsingen, een gehucht ten oosten van Tongeren.
Kernen [bewerken | brontekst bewerken]
De fusiegemeente telt naast de stadskern nog 16 deelgemeenten: Berg, Diets-Heur, Henis, , Koninksem, Lauw, Mal, Neerrepen, Nerem, Overrepen, Piringen, Riksingen, Rutten, Sluizen, Vreren en Widooie. Op het grondgebied van de deelgemeente Tongeren liggen de gehuchten Blaar, Mulken en Offelken. Van deze drie gehuchten is Mulken het enige dat nog niet met de stadskern vergroeid is. Mulken wordt van de stadskern gescheiden door Beukenberg en de recreatiezone rond de oude Pliniusbron. Ook sommige deelgemeenten hebben een gehucht binnen hun grondgebied, zoals het gehucht Hamal in Rutten, Ketsingen in Berg, Klein-Mal in Mal, Kolmont in Overrepen en Verhenis in Henis.
TONGEREN
Ambiorix, de leider van de Belgische cpstand tegen Julius Caesar, versloeg hier twee Romeinse legioenen. Er staat een beeld van hem op de Grote Markt.
Onze-Lieve-Vrouwebasiliek
De basiliek, gebouwd tussen de 13e en 15e eeuw, is rijk versierd. De schatkamer bevat gedenkwaardige stukken, waaronder een 12-eeuws Hoofd van Christus en de 13e-eeuwse schrijn van de martelaren van Trier.
Grote Markt, tel. (012) 232961. Open ■ thatkamer): Pasen-30 sept. dag. van 9.00-12.00 u. en 14.00-17.00 u.; andere tijden op verzoek. Entreegeld voor schatkamer.
Provinciaal Gallo-Romeins Museum Archeologische vondsten, onder andere munten, kaarten en wegmarkeringen uit de tijd van Ambiorix en Julius Caesar.
Kielenstraat 15, tel. (012) 233914. Open: di.-za. van 9.00-12.00 u. en 14.00-17.00 u., zo. van 14.00-17.00 u. Entreegeld.
Achter de basiliek.
https://www.reisroutes.be/stadswandelingen/haspengouw/tongeren-eeuwenoude-muren/
https://www.toerismetongeren.be/praktisch
korting met keuzedag : dan kost het 20,-- voor het belgische deel
treinplanner belgie reisduur 4,5 uur via antwerpen
reizen via maastircht op keuzedag
nblegische deel kost dan ca 5 euro
reistijd iets korter? beverijk-maatsricht is 3 uur
wandeling
https://www.reisroutes.be/stadswandelingen/haspengouw/tongeren-eeuwenoude-muren/
hotel
Tongeren (Frans: Tongres) is een voormalige stad en gemeente in het zuiden van de Belgische provincie Limburg. De stad is in 2025 gefuseerd met Borgloon tot Tongeren-Borgloon. De stad was de hoofdplaats van een bestuurlijk arrondissement en zetelplaats van een afdeling van het gerechtelijk arrondissement Limburg. Tongeren ligt aan de rivier de Jeker in de regio Haspengouw.
De gemeente telt ruim 32.000 inwoners op een oppervlakte van 87,81 km² en is daarmee naar inwonertal de tiende gemeente van Limburg en de 75e gemeente van België. De stadskern telt zo’n 18.000 inwoners. De overige bevolking woont verspreid over de 16 deelgemeenten die aangehecht werden tijdens de fusiegolven van 1972 en 1977. Een inwoner van Tongeren wordt een Tongeraar of Tongenaar genoemd.[1]
Door de aanwezigheid van verschillende onderwijs- en zorginstellingen is de stad een regionaal centrum voor Zuidoost-Limburg. Het is ook een belangrijke gerechtelijke stad voor de provincie aangezien het Limburgse hof van assisen in Tongeren gevestigd is.
Vanaf 15 v.Chr. ontwikkelde Tongeren zich als een Gallo-Romeinse burgernederzetting. In de daaropvolgende eeuwen speelde de stad een belangrijke rol in de geschiedenis van de Lage Landen. Zo verkreeg Tongeren in de 2e eeuw marktrechten en werd de stad in de 4e eeuw de zetel van het eerste bisdom van de Lage Landen. In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd was de stad een van de 23 Goede Steden van het prinsbisdom Luik. Vanaf de tweede helft van 20e eeuw werd begonnen met de uitbouw van Tongeren als handelscentrum en toeristische trekpleister. Als "de eerste stad" van België gebruikt Tongeren zijn Romeinse verleden dan ook als een toeristische troef.[2] 'Tongeren, Romeinse stad' werd opgenomen in de Canon van Vlaanderen.
Toponymie [bewerken | brontekst bewerken]
De plaatsnaam Tongeren is terug te voeren op het Latijnse Atuatuca Tungrorum en zou zoveel betekenen als "vesting van de Tungri".
De aanwezigheid van het element Atuatuca heeft lange tijd doen vermoeden dat Tongeren kon worden vereenzelvigd met Atuatuca, de vesting van de Eburonen waar Julius Caesar in 54 v.Chr. anderhalf Romeins legioen voor de winter liet inkwartieren.[3] Aangezien er in en rond Tongeren geen vondsten zijn gedaan die dateren van voor 30 v.Chr., werd duidelijk dat de vesting van de Eburonen elders gezocht moest worden. In juni 2012, na vier jaar onderzoek, lokaliseerde een team van onderzoekers verbonden aan de VU Amsterdam en de KU Leuven het Atuatuca van de Eburonen in de buurt van Thuin.[4][5] Deze ontdekking zou de idee ondersteunen dat Atuatuca geen eigennaam zou zijn; zo beschreef Caesar Atuatuca als: Id castelli nomen est, dat dan "Dit is de benaming voor een fort" betekent.[3] Toch blijft de exacte locatie van Atuatuca nog steeds voer voor discussie en komen ook andere plaatsen – zoals het Oppidum Caestert op het plateau van Caestert of een plek nabij de monding van de Ourthe in Luik – in aanmerking.[3][6][7]
Het element Tungrorum is de genitiefvorm van Tungri. Deze stam werd aan het eind van de 1e eeuw beschreven in Tacitus' De origine et situ Germanorum.[8] Als men over de Tungri spreekt, dan bedoelt men zowel de Germaanse stammen die van over de Rijn kwamen als de inheemse stammen die de represaille van Caesar overleefden. De betekenis van Tungri is nog niet precies achterhaald waardoor de verschillende verklaringen die de ronde doen slechts hypothetisch zijn. Een mogelijke verklaring wordt gezocht in het Keltische *tung dat "eed" betekent. Tungri zou dan "eedgenoten" betekenen en verwijzen naar de heterogene samenstelling van de stam. Een andere verklaring wordt gezocht bij het Oergermaanse *tangijan dat "samendrukken" betekent. Tungri zou dan verwijzen naar het verbond dat de verschillende stammen zijn aangegaan.[9][10]
Geschiedenis [bewerken | brontekst bewerken]
Zie Geschiedenis van Tongeren voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Tongeren op de Ferrariskaart
Servatius ontvangt te Tongeren de mijter en kromstaf uit handen van een engel
Tongeren ontwikkelde zich van een Romeins legerkamp tot een Gallo-Romeinse nederzetting. Voordat de Romeinen er in de 1e eeuw v.Chr. binnenvielen, werd het gebied rond de stad bewoond door de Eburonen. Nadat deze stam aan de top bijna helemaal was uitgeroeid door de Romeinen en het grootste deel van de rest als Toxandriërs naar de Kempen was verdreven, kregen de Tungri de toestemming zich in deze streek te vestigen. Tijdens de Romeinse aanwezigheid groeide Tongeren uit tot een belangrijke stad. Zo verwierf Atuatuca Tungrorum de status van municipium en werd de stad zelfs de hoofdplaats van een civitas. De sporen uit de Romeinse tijd beslaan een aaneengesloten terrein van ongeveer 2 km². Ze vormen daarmee het grootste aaneengesloten archeologisch complex van de Lage Landen.
In het begin van de 4e eeuw begon de kerstening van de Lage Landen. Een belangrijk figuur in deze tijd was Maternus, volgens de overlevering medeoprichter van het bisdom Tongeren. De bekendste bisschop van Tongeren was Servatius, die in Maastricht ligt begraven. Wanneer de bisschopszetel definitief werd overgebracht naar Maastricht, is niet bekend; in elk geval vóór het begin van de 6e eeuw. Na de Val van het West-Romeinse Rijk boette de stad aan belang in. Onder de Merovingen en Karolingen speelde Tongeren een onbeduidende rol.
Pas vanaf de 11e eeuw kende de stad weer een periode van economische heropleving dankzij haar centrale ligging in het prinsbisdom Luik. Op bestuurlijk vlak werden Tongeren en de omliggende plaatsen in de 12e eeuw benoemd tot een stadsvrijheid. Dit verschafte de stad een zekere vorm van autonomie. Na de Vrede van Fexhe in 1316 kreeg Tongeren als Goede Stad meer vrijheden en meer inspraak in het eigen bestuur.
Hoewel Tongeren deel uitmaakte van het neutrale prinsbisdom Luik, bleef de stad niet gevrijwaard van plunderingen en belegeringen. Na een lange periode van onrusten brak in de 17e eeuw een periode van rust en bloei aan, maar die werd in 1677 abrupt onderbroken toen Franse troepen de stadsomwalling opbliezen en brand stichtten in de binnenstad.
Ook in de 18e eeuw bleven verschillende legers Tongeren aanvallen. Tijdens de Spaanse en Oostenrijkse successieoorlogen werd er desondanks weinig schade aangericht en bleef men werken aan de heropbouw van de stad. Het einde van de 18e eeuw bracht grote veranderingen met zich mee voor Tongeren. De Nederlanden werden ingelijfd door Frankrijk en op bestuurlijk vlak werd de stad onderdeel van het departement Nedermaas. Voor het eerst in 1000 jaar was Tongeren niet meer verbonden met Luik.
In 1815 werd de stad onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden en in 1830 werd Tongeren uiteindelijk een Belgische stad. Bij de splitsing van Limburg in 1839 werd Tongeren de hoofdplaats van een gerechtelijk en bestuurlijk arrondissement.
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en op 9 augustus 1914 werd de stad bezet door de Duitse troepen. De gevolgen van deze oorlog bleven echter beperkt tot materiële schade aan een tiental huizen en twaalf burgerslachtoffers. Op 24 november 1918 werd Tongeren bevrijd door de Belgische troepen.
Op 10 mei 1940, bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, werden het station en de omliggende wijken gebombardeerd door Duitse vliegtuigen en werd er met scherp geschoten op een volle pendeltrein naar Luik. Op 8 september 1944 bereikten de geallieerden de stad en was Tongeren bevrijd. In de naweeën van de bezetting vielen in december 1944 nog enkele V-bommen rond Tongeren.
Vanaf de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw werden nieuwe woonwijken buiten het stadscentrum aangelegd en veranderde Tongeren in een stad van diensten, zorg- en onderwijsinstellingen.
Geografie [bewerken | brontekst bewerken] Aangrenzende gemeenten
Tongeren ligt in het zuiden van de provincie Limburg nabij de taalgrens. In het oosten en noordoosten vormt de A13-E313 grotendeels de gemeentegrens met respectievelijk Riemst en Bilzen. In het zuiden is de taalgrens de scheidingslijn tussen Tongeren en de Waalse gemeentes Crisnée, Oerle, Awans, Juprelle en Bitsingen. Eveneens in het zuiden grenst de gemeente aan Herstappe, een van de twee Limburgse faciliteitengemeentes. In het westen grenst Tongeren aan de gemeentes Heers en Borgloon. De grens met Borgloon wordt deels bepaald door de Mombeek. Ten slotte liggen ten noorden van Tongeren de buurgemeentes Kortessem en Hoeselt.
De Euregiosteden Hasselt, Genk, Maastricht en Luik liggen alle binnen een straal van ongeveer 20 km rond Tongeren.
Geologie en landschap [bewerken | brontekst bewerken]
Reliëfkaart van Belgisch Zuid-Limburg
Het centrum van Tongeren ligt op de zuidelijke helling van een heuvel nabij de Jeker. De hoogte binnen de stadswallen stijgt van 87 m aan de oevers van de Jeker tot 105 m aan de uitvalswegen naar Hasselt en Bilzen. Ten noordwesten van het centrum zijn de hellingen van deze heuvel steiler en daalt de hoogte tot 75 m in de wijk Broek.
De noordelijke deelgemeentes van Tongeren liggen in de overgangszone tussen het lager gelegen Vochtig-Haspengouw en het Haspengouws plateau. De vochtige ondergrond bestaat er uit zand- en leemlagen boven op een kleilaag en is erg geschikt voor het telen van fruit. Het landschap wordt er getypeerd door vele beken, houtwallen, boomgaarden en holle wegen. De hoogte in dit gebied varieert van zo'n 60 m aan de oevers van de Mombeek ten westen van Kolmont tot 125 m bij de Galgenberg in de buurt van Berg.[11]
De zuidelijke deelgemeentes liggen in de Jekervallei en behoren tot Droog-Haspengouw. De ondergrond bestaat er uit löss boven op een waterdoorlatende krijtlaag. Bijgevolg is de bodem er minder vochtig en treedt er minder erosie op waardoor het reliëf minder uitgesproken is. Het zacht glooiende landschap in Droog-Haspengouw wordt voornamelijk gekenmerkt door open akkers. De hoogte varieert er tussen 90 m en zo'n 145 m. Deze laatste hoogte wordt bereikt in de velden nabij de taalgrens ten zuiden van Vreren.[11][12]
Dwars door de gemeente loopt eveneens de scheidingslijn tussen het Maas- en Scheldebekken, aangezien de Jeker rechtstreeks uitmondt in de Maas en de Demer via de Dijle en de Rupel in de Schelde stroomt. De Demerbron bevindt zich in Ketsingen, een gehucht ten oosten van Tongeren.
Kernen [bewerken | brontekst bewerken]
De fusiegemeente telt naast de stadskern nog 16 deelgemeenten: Berg, Diets-Heur, Henis, , Koninksem, Lauw, Mal, Neerrepen, Nerem, Overrepen, Piringen, Riksingen, Rutten, Sluizen, Vreren en Widooie. Op het grondgebied van de deelgemeente Tongeren liggen de gehuchten Blaar, Mulken en Offelken. Van deze drie gehuchten is Mulken het enige dat nog niet met de stadskern vergroeid is. Mulken wordt van de stadskern gescheiden door Beukenberg en de recreatiezone rond de oude Pliniusbron. Ook sommige deelgemeenten hebben een gehucht binnen hun grondgebied, zoals het gehucht Hamal in Rutten, Ketsingen in Berg, Klein-Mal in Mal, Kolmont in Overrepen en Verhenis in Henis.
Tongeren (Frans: Tongres) is een voormalige stad en gemeente in het zuiden van de Belgische provincie Limburg. De stad is in 2025 gefuseerd met Borgloon tot Tongeren-Borgloon. De stad was de hoofdplaats van een bestuurlijk arrondissement en zetelplaats van een afdeling van het gerechtelijk arrondissement Limburg. Tongeren ligt aan de rivier de Jeker in de regio Haspengouw.
De gemeente telt ruim 32.000 inwoners op een oppervlakte van 87,81 km² en is daarmee naar inwonertal de tiende gemeente van Limburg en de 75e gemeente van België. De stadskern telt zo’n 18.000 inwoners. De overige bevolking woont verspreid over de 16 deelgemeenten die aangehecht werden tijdens de fusiegolven van 1972 en 1977. Een inwoner van Tongeren wordt een Tongeraar of Tongenaar genoemd.[1]
Door de aanwezigheid van verschillende onderwijs- en zorginstellingen is de stad een regionaal centrum voor Zuidoost-Limburg. Het is ook een belangrijke gerechtelijke stad voor de provincie aangezien het Limburgse hof van assisen in Tongeren gevestigd is.
Vanaf 15 v.Chr. ontwikkelde Tongeren zich als een Gallo-Romeinse burgernederzetting. In de daaropvolgende eeuwen speelde de stad een belangrijke rol in de geschiedenis van de Lage Landen. Zo verkreeg Tongeren in de 2e eeuw marktrechten en werd de stad in de 4e eeuw de zetel van het eerste bisdom van de Lage Landen. In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd was de stad een van de 23 Goede Steden van het prinsbisdom Luik. Vanaf de tweede helft van 20e eeuw werd begonnen met de uitbouw van Tongeren als handelscentrum en toeristische trekpleister. Als "de eerste stad" van België gebruikt Tongeren zijn Romeinse verleden dan ook als een toeristische troef.[2] 'Tongeren, Romeinse stad' werd opgenomen in de Canon van Vlaanderen.
Toponymie [bewerken | brontekst bewerken]
De plaatsnaam Tongeren is terug te voeren op het Latijnse Atuatuca Tungrorum en zou zoveel betekenen als "vesting van de Tungri".
De aanwezigheid van het element Atuatuca heeft lange tijd doen vermoeden dat Tongeren kon worden vereenzelvigd met Atuatuca, de vesting van de Eburonen waar Julius Caesar in 54 v.Chr. anderhalf Romeins legioen voor de winter liet inkwartieren.[3] Aangezien er in en rond Tongeren geen vondsten zijn gedaan die dateren van voor 30 v.Chr., werd duidelijk dat de vesting van de Eburonen elders gezocht moest worden. In juni 2012, na vier jaar onderzoek, lokaliseerde een team van onderzoekers verbonden aan de VU Amsterdam en de KU Leuven het Atuatuca van de Eburonen in de buurt van Thuin.[4][5] Deze ontdekking zou de idee ondersteunen dat Atuatuca geen eigennaam zou zijn; zo beschreef Caesar Atuatuca als: Id castelli nomen est, dat dan "Dit is de benaming voor een fort" betekent.[3] Toch blijft de exacte locatie van Atuatuca nog steeds voer voor discussie en komen ook andere plaatsen – zoals het Oppidum Caestert op het plateau van Caestert of een plek nabij de monding van de Ourthe in Luik – in aanmerking.[3][6][7]
Het element Tungrorum is de genitiefvorm van Tungri. Deze stam werd aan het eind van de 1e eeuw beschreven in Tacitus' De origine et situ Germanorum.[8] Als men over de Tungri spreekt, dan bedoelt men zowel de Germaanse stammen die van over de Rijn kwamen als de inheemse stammen die de represaille van Caesar overleefden. De betekenis van Tungri is nog niet precies achterhaald waardoor de verschillende verklaringen die de ronde doen slechts hypothetisch zijn. Een mogelijke verklaring wordt gezocht in het Keltische *tung dat "eed" betekent. Tungri zou dan "eedgenoten" betekenen en verwijzen naar de heterogene samenstelling van de stam. Een andere verklaring wordt gezocht bij het Oergermaanse *tangijan dat "samendrukken" betekent. Tungri zou dan verwijzen naar het verbond dat de verschillende stammen zijn aangegaan.[9][10]
Geschiedenis [bewerken | brontekst bewerken]
Zie Geschiedenis van Tongeren voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Tongeren op de Ferrariskaart
Servatius ontvangt te Tongeren de mijter en kromstaf uit handen van een engel
Tongeren ontwikkelde zich van een Romeins legerkamp tot een Gallo-Romeinse nederzetting. Voordat de Romeinen er in de 1e eeuw v.Chr. binnenvielen, werd het gebied rond de stad bewoond door de Eburonen. Nadat deze stam aan de top bijna helemaal was uitgeroeid door de Romeinen en het grootste deel van de rest als Toxandriërs naar de Kempen was verdreven, kregen de Tungri de toestemming zich in deze streek te vestigen. Tijdens de Romeinse aanwezigheid groeide Tongeren uit tot een belangrijke stad. Zo verwierf Atuatuca Tungrorum de status van municipium en werd de stad zelfs de hoofdplaats van een civitas. De sporen uit de Romeinse tijd beslaan een aaneengesloten terrein van ongeveer 2 km². Ze vormen daarmee het grootste aaneengesloten archeologisch complex van de Lage Landen.
In het begin van de 4e eeuw begon de kerstening van de Lage Landen. Een belangrijk figuur in deze tijd was Maternus, volgens de overlevering medeoprichter van het bisdom Tongeren. De bekendste bisschop van Tongeren was Servatius, die in Maastricht ligt begraven. Wanneer de bisschopszetel definitief werd overgebracht naar Maastricht, is niet bekend; in elk geval vóór het begin van de 6e eeuw. Na de Val van het West-Romeinse Rijk boette de stad aan belang in. Onder de Merovingen en Karolingen speelde Tongeren een onbeduidende rol.
Pas vanaf de 11e eeuw kende de stad weer een periode van economische heropleving dankzij haar centrale ligging in het prinsbisdom Luik. Op bestuurlijk vlak werden Tongeren en de omliggende plaatsen in de 12e eeuw benoemd tot een stadsvrijheid. Dit verschafte de stad een zekere vorm van autonomie. Na de Vrede van Fexhe in 1316 kreeg Tongeren als Goede Stad meer vrijheden en meer inspraak in het eigen bestuur.
Hoewel Tongeren deel uitmaakte van het neutrale prinsbisdom Luik, bleef de stad niet gevrijwaard van plunderingen en belegeringen. Na een lange periode van onrusten brak in de 17e eeuw een periode van rust en bloei aan, maar die werd in 1677 abrupt onderbroken toen Franse troepen de stadsomwalling opbliezen en brand stichtten in de binnenstad.
Ook in de 18e eeuw bleven verschillende legers Tongeren aanvallen. Tijdens de Spaanse en Oostenrijkse successieoorlogen werd er desondanks weinig schade aangericht en bleef men werken aan de heropbouw van de stad. Het einde van de 18e eeuw bracht grote veranderingen met zich mee voor Tongeren. De Nederlanden werden ingelijfd door Frankrijk en op bestuurlijk vlak werd de stad onderdeel van het departement Nedermaas. Voor het eerst in 1000 jaar was Tongeren niet meer verbonden met Luik.
In 1815 werd de stad onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden en in 1830 werd Tongeren uiteindelijk een Belgische stad. Bij de splitsing van Limburg in 1839 werd Tongeren de hoofdplaats van een gerechtelijk en bestuurlijk arrondissement.
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en op 9 augustus 1914 werd de stad bezet door de Duitse troepen. De gevolgen van deze oorlog bleven echter beperkt tot materiële schade aan een tiental huizen en twaalf burgerslachtoffers. Op 24 november 1918 werd Tongeren bevrijd door de Belgische troepen.
Op 10 mei 1940, bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, werden het station en de omliggende wijken gebombardeerd door Duitse vliegtuigen en werd er met scherp geschoten op een volle pendeltrein naar Luik. Op 8 september 1944 bereikten de geallieerden de stad en was Tongeren bevrijd. In de naweeën van de bezetting vielen in december 1944 nog enkele V-bommen rond Tongeren.
Vanaf de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw werden nieuwe woonwijken buiten het stadscentrum aangelegd en veranderde Tongeren in een stad van diensten, zorg- en onderwijsinstellingen.
Geografie [bewerken | brontekst bewerken]
|
Aangrenzende gemeenten |
||||
| Kortessem | Hoeselt | Bilzen | ||
![]() |
||||
| Borgloon en Heers | Riemst | |||
| Crisnée en Oerle | Awans, Herstappe en Juprelle | Bitsingen | ||
Tongeren ligt in het zuiden van de provincie Limburg nabij de taalgrens. In het oosten en noordoosten vormt de A13-E313 grotendeels de gemeentegrens met respectievelijk Riemst en Bilzen. In het zuiden is de taalgrens de scheidingslijn tussen Tongeren en de Waalse gemeentes Crisnée, Oerle, Awans, Juprelle en Bitsingen. Eveneens in het zuiden grenst de gemeente aan Herstappe, een van de twee Limburgse faciliteitengemeentes. In het westen grenst Tongeren aan de gemeentes Heers en Borgloon. De grens met Borgloon wordt deels bepaald door de Mombeek. Ten slotte liggen ten noorden van Tongeren de buurgemeentes Kortessem en Hoeselt.
De Euregiosteden Hasselt, Genk, Maastricht en Luik liggen alle binnen een straal van ongeveer 20 km rond Tongeren.
Geologie en landschap [bewerken | brontekst bewerken]
Reliëfkaart van Belgisch Zuid-Limburg
Het centrum van Tongeren ligt op de zuidelijke helling van een heuvel nabij de Jeker. De hoogte binnen de stadswallen stijgt van 87 m aan de oevers van de Jeker tot 105 m aan de uitvalswegen naar Hasselt en Bilzen. Ten noordwesten van het centrum zijn de hellingen van deze heuvel steiler en daalt de hoogte tot 75 m in de wijk Broek.
De noordelijke deelgemeentes van Tongeren liggen in de overgangszone tussen het lager gelegen Vochtig-Haspengouw en het Haspengouws plateau. De vochtige ondergrond bestaat er uit zand- en leemlagen boven op een kleilaag en is erg geschikt voor het telen van fruit. Het landschap wordt er getypeerd door vele beken, houtwallen, boomgaarden en holle wegen. De hoogte in dit gebied varieert van zo'n 60 m aan de oevers van de Mombeek ten westen van Kolmont tot 125 m bij de Galgenberg in de buurt van Berg.[11]
De zuidelijke deelgemeentes liggen in de Jekervallei en behoren tot Droog-Haspengouw. De ondergrond bestaat er uit löss boven op een waterdoorlatende krijtlaag. Bijgevolg is de bodem er minder vochtig en treedt er minder erosie op waardoor het reliëf minder uitgesproken is. Het zacht glooiende landschap in Droog-Haspengouw wordt voornamelijk gekenmerkt door open akkers. De hoogte varieert er tussen 90 m en zo'n 145 m. Deze laatste hoogte wordt bereikt in de velden nabij de taalgrens ten zuiden van Vreren.[11][12]
Dwars door de gemeente loopt eveneens de scheidingslijn tussen het Maas- en Scheldebekken, aangezien de Jeker rechtstreeks uitmondt in de Maas en de Demer via de Dijle en de Rupel in de Schelde stroomt. De Demerbron bevindt zich in Ketsingen, een gehucht ten oosten van Tongeren.
Kernen [bewerken | brontekst bewerken]
De fusiegemeente telt naast de stadskern nog 16 deelgemeenten: Berg, Diets-Heur, Henis, , Koninksem, Lauw, Mal, Neerrepen, Nerem, Overrepen, Piringen, Riksingen, Rutten, Sluizen, Vreren en Widooie. Op het grondgebied van de deelgemeente Tongeren liggen de gehuchten Blaar, Mulken en Offelken. Van deze drie gehuchten is Mulken het enige dat nog niet met de stadskern vergroeid is. Mulken wordt van de stadskern gescheiden door Beukenberg en de recreatiezone rond de oude Pliniusbron. Ook sommige deelgemeenten hebben een gehucht binnen hun grondgebied, zoals het gehucht Hamal in Rutten, Ketsingen in Berg, Klein-Mal in Mal, Kolmont in Overrepen en Verhenis in Henis.
