• Gemeente Drenthe: Midden-Drenthe
  • Plaatsen in Drenthe: 0

Esdorp Beilen stamt uit de middeleeuwen, maar dit gebied wordt al twintigduizend jaar bewoond.

monumentale winkel

kanaal

Zeker proeven: het Geiler Kontje, een perzik- en slagroomgebakje met marsepein. Bedacht in 1975 door bakker Willem Berghuis en nog steeds te krijgen in de gelijknamige bakkerij (Paltz 6).
► drentsekontjes.nl
Bij Koffiehuis Leut (Nassaukade 1) geniet je van een lekkere koffie met iets erbij of een kleine lunch, knus bij de houtkachel of in de zon op het terras. Snuffel op hetzelfde adres meteen even rond bij Flow, een winkeltje met allerlei leuks dat een tweede kans verdient. ► habitatbeilen.nl/koffiehuis-leut
Ga een hapje eten bij Rickkies Boer'n Bistro (Smalbroek 35). Rickie neemt je mee in zijn droom waarin koeien, wijnen en de natuur samenkomen. Het lunch- en dinermenu boordevol verse streekproducten van het seizoen verandert regelmatig en is te lezen op de krijtwand. ► rickkies.nl
Stukje wandelen? De wandelroute Beilen-Holtherzand (2,5 km, online/pdf) neemt je mee langs Schotse hooglanders en zonnedauw, een van de weinige vleesetende planten van Nederland. Start: Holthe ter hoogte van Oude Beilerweg, Beilen.
Tulpenpluktuin Drenthe vind je net even buiten het dorp (Brunstingerveld 16). Hier pluk je zelf de mooiste tulpen, je rekent ze per stuk af bij de Tulpenkraam ► tulpenpluktuindrenthe.nl

 

wandeling jjvgalen

 

EEN STEEN
DES AANSTOOTS
BEILEN-HOLLANDSCHEVELD-HOOGEVEEN
In het westen liggen de ruigten van het Terhorsterzand, vlakbij zijn weiden, aardappelvelden, korenakkers. Raar eigenlijk dat langs de spoorlijn geen gedenksteen staat. In de trein heeft de aankondiging alleen al van het station Beilen de geschiedenis in gedachten geroepen, zoals het passeren van Harmelen en De Punt altijd iets onheilspellends houdt: als plekken van rampen die de natie schokten. Beilen is de plaats waar in 1975 de treinkaping plaatsvond, al zeggen anderen dat het bij Wij ster was.
Hier ergens moet het geweest zijn, tussen die twee dorpen in. Aan weerszijden van de weg staan bermen zo vol soorten bloemen dat je gaat twijfelen aan jobstijdingen over verschraling van de natuur. Er hangt een weeïg zoete geur, die aanwaait uit de wijd gespreide tentakels waarmee een boer op een tractor tegen het ongedierte chemicaliën op zijn land sproeit.
Halverwege de jaren zeventig gingen de radenrepubliek Nieuwmarkt, het gekkenparadijs Dennendal en de droom dat het Oranje-team van Cruijff wereldkampioen zou worden teloor. De tijd die volgens Den Uyl niet weerom zou komen, was de tijd van onbeperkte energie voor een schappelijk prijsje, maar ook van de kortstondige euforie waarin Nederland het voortreffelijkste aller landen leek. Op de ontgonnen Drentse hei ging de illusie verloren dat alle immigranten uit het voor-
11
malige Nederlandsch-Indië het bij ons opperbest naar hun zin hadden en naadloos in onze natie waren opgegaan.
Het was niet de eerste gewelddadige actie van jonge Moluk- kers en het zou de laatste niet zijn. Ze hadden al eens brand gesticht en de Indonesische ambassade bezet, maar het kapen en gijzelen van een complete trein maakten veel meer indruk. De treinen reden nog op tijd en de Nederlandse Spoorwegen hadden een imago van onkwetsbaarheid. Het werd door kapers met piratendoeken om het hoofd en uzi's in de hand verbrijzeld. Zoiets kenden we alleen uit Duitsl ind en Italië.
Ik herinner mij hoe de Molukkers in ons land kwamen, al kon niemand ze toen onderscheiden van de Indo-Europeanen die in groten getale in 'contractpensions' gehuisvest waren.
Het waren 'bruine mensen' en de meisjes die op onze lagere school geplaatst werden, brachten een zwoelte mee die mij voorgoed met de tropen verbond. Uit de contractpensions stegen vreemde geuren op en mijn vader klaagde dat die panden 'uitgewoond' werden. Hij vond het jammer dat mooie oude herenhuizen in verval raakten en nam het de eigenaren kwalijk dat ze er goed aan verdienden.
Het idee dat Molukkers op hun eilanden van herkomst een eigen republiek wilden stichten, was romantisch en bevredigde tegelijk onze wraakgevoelens jegens Soekarno, die ons In- dië had afgepakt en een zooitje maakte van dat paradijs. Mijn vader stemde net zo graag af op de weemoedige Molukse muziek van de Mena Moeria Minstrels als op Malando's Tango- Rumba Orkest en de Boertjes van Buuten. In de jaren zeventig bleek dat het hen met die republiek menens was en dat ze zo zachtmoedig niet waren. De kapers waren hier geboren, maar vastberaden om de droom te realiseren. Misschien waren ze, doordat ze zo ver van hun land geboren werden, des te vastberadener.
Nederland schrok, en schrok nog meer toen ze twee jaar later opnieuw een trein en ook nog een kleuterschool gijzelden.
12
Het werd het begin van wat we 'minderhedenbeleid' noemden, dat gepaard ging met veel jargon, woordvoerders en subsidies en dat tien jaar later alweer failliet verklaard werd. 'Integratie met behoud van eigen identiteit' was het uitgangspunt, in die typisch Nederlandse hang naar verzoening van het onverzoenlijke. In de jaren negentig bleek dat veel minderheden wel met kunst- en vliegwerk hun eigen identiteit behielden maar niet integreerden, met name doordat ze van de arbeidsmarkt uitgesloten bleven.
Aan de rand van Wijster komt mij een Molukker tegemoet die twee pitbullterriërs uitlaat, waarvan een is aangelijnd.
Wijster was ooit een dorp waarvandaan 's morgens de schapen uitzwermden over de hei om tegen de avond weer bijeengedre- ven te worden in de fuik van de brink. Die staat nu vol eengezinswoningen, met een tuin voor en een tuin achter. De moderne tijd begon hier in de jaren twintig. Joden ontgonnen de hei. Ze waren de voornaamste eigenaren van de Landmaatschappij Drenthe die, gesticht in 1918, in hoog tempo van heide cultuurgrond liet maken.
Twee pilaren van veldkeien markeren de toegang tot het landgoed De Vossenberg dat het centrum van de ontginning was. Tn de Tweede Wereldoorlog kwam er een abrupt einde aan,' meldt een opschrift. 'De meeste (joodse) aandeelhouders overleefden de oorlog niet.' Het landgoed is nu natuurreservaat. Er hangt een spandoek met de tekst: 'Meer natuur, meer genieten.' Het is wel ironisch dat we nu met man en macht van cultuurgrond weer woestenij maken ten behoeve van recreatie. Hier werken de wetten van vraag en aanbod: er is meer en profijtelijker vraag naar het genot in de 'vrije natuur' dan naar aardappels of melk.
Ik volg het Linthorst-Homan-kanaal over een kilometer of tien. De wandelaar is bij uitstek in de positie om onder de indruk te raken van de prestatie: het is tussen 1923 en 1926 met de schop gegraven, in het kader van de werkverschaffing. Lang
13
heb ik gedacht dat die er gekomen is door de werkloosheid in de crisis van de jaren dertig: de Dienst Uitvoering Werken heette het, afgekort duw. En als kind dacht ik dat die arme mensen heel hard moesten duwen. Maar werklozen waren er al eerder en men vond dat ze aan het werk gezet moesten worden. Toen Drees wethouder van Den Haag was wilde hij hun uitkering inhouden als ze weigerden in Drenthe te gaan werken - die weigering zou er vast op duiden dat ze zwart werkten.
De sociaal-democratie was hard in die dagen, haar zachtzinnigheid dateert pas van na Drees.
Op de oevers van het kanaal woekert warrig struikgewas, dat de waterlelies op het roerloze oppervlak overhuift. Ik baan mij een pad door de struiken en sta voor een kruising van twee waterwegen, ingesloten door wallen van gebladerte, en de ruïne van een brug - het heeft de romantiek van een impressionistisch schilderij. Het doel waarvoor honderden werklozen hun schoppen de zompige grond in dreven was de ontsluiting van het hart van Drenthe voor scheepvaartverkeer, maar nu vaart er nog geen roeiboot. Het is stil, zelfs kikkers laten zich niet horen: de kanalen zijn dood.
De kaart leert dat hier het 'vAM-kanaal' in het Linthorst-Ho- man-kanaal stroomt. De Vuil Afvoer Maatschappij dateert ook uit de jaren twintig. Ze ging 'stadsafval' verwerken tot compost waarmee de ontgonnen veengronden bemest werden - een vroege vorm van recycling. Achter Wijster zie je de lichtblauwe fabriekspijpen van de hedendaagse vam oprijzen, een enorme loods met een afvalberg ernaast. Het meeste huisvuil van vandaag is te smerig om het te composteren, het moet vernietigd of veilig opgeslagen worden. Het kanaal is allang in onbruik, het huisvuil wordt per spoor uit de steden naar Wijster vervoerd, in lange treinen. In dorpen langs de lijn hoor je 's nachts het ritme van de wagons op de rails.
Ons afval stapelt zich op. Overal worden schermutselingen van inspraak en protest geleverd om de stortplaatsen elders te
krijgen, not in my backyard. Als eenmaal een lokatie gevonden is, torent er na enige jaren een vuilnisbelt die met vernuftige landscaping omgetoverd wordt tot een groene heuvel, geschikt als ski-piste. Zo wordt Nederland steeds bergachtiger.
Bij Drijber ziet het ontgonnen land er modern uit: uitgestrekte, rechthoekige akkers, nieuwige hoeven, comfortabel aan rechte wegen gelegen - ruilverkaveling van na de Tweede Wereldoorlog. Het was een modernisering, die voor ieders bestwil georganiseerd en van hogerhand opgelegd werd. Wie niet kwam stemmen over het plan werd dus automatisch als voorstander beschouwd.
Bij de oprit van veel boerderijen staat een bordje met een stralende zon, de tekst 'Kamperen bij de boer, krek dat is het' en het telefoonnummer van de Stichting Vrije Recreatie in Meerkerk. Er is in de jaren zestig een heftige strijd over gevoerd. Om hun slinkende inkomsten bij te spijkeren begonnen boeren hun erf te verhuren aan kampeerders die het leuk vonden hun tent niet op een geordende camping te zetten, maar tussen een hooiberg en een stal. Voor de bestwil van de kampeerder staken de autoriteiten er een stokje voor: deze 'vrije recreatie' voldeed niet aan van hogerhand vastgestelde normen van hygiëne en administratie. Onder aanvoering van een 'vrije boer' uit Meerkerk kwamen de boeren in het geweer
- wie was er potdorie de baas op hun erf? Het is op z'n Nederlands opgelost met een stichting, toezicht, erkenningen en officiële bordjes.
Ongemerkt raak ik in de veenkoloniën verzeild. Tiendeveen heet het eerste dorp, wat klinkt naar Elfde-, Twaalfde-, Ontelba- re-veen. Het gebied heeft een roep van verlatenheid, die goed is verwoord in de naam van het voetbalstadion te Veendam: de Lange Leegte. Maar in de loop van de decennia groeide het geboomte en het verschiet heeft iets van een coulissenlandschap, al beneemt lintbebouwing de wandelaar daarop vaak het zicht.
In Tiendeveen is het corso net afgelopen. De praalwagen die
15
van de jury de derde prijs kreeg staat te pronk naast het huis van de prijswinnaar: een nagebouwde plaggenhut, met keurige vitrage voor de vensters. Het verleden geromantiseerd. 'Wij bewaken Uw en onze eigendommen via een gesloten tv-circuit,' staat in Noordscheschut achter de toonbank - een dreigement, verhuld als zorgzaamheid. Ze verkopen bier maar vragen je het buiten op te drinken: de cafetaria heeft namelijk geen drankvergunning. Aan het blikje nippend loop ik de 31e Wijk en de 6e Wijkweg over. De fantasie van de straatnaamge- vers was in dit vlakke veen kennelijk uitgeput. De straten in Hollandscheveld hebben namen als Rechtuit en Doorsnijding.
Hier is wel een gedenksteen. Aan het Hollandscheveldsche Opgaande ligt een veldkei op een sokkel van metselwerk, 'een steen des aanstoots voor het Landbouwschap, voor de verdreven vrije boeren een eresteen'. Een buurman maait het gras dat er omheen is opgeschoten. 'Opdat wij niet vergeten de Slag in Holl.veld '63.' Ik vergeet het niet: politiemannen te paard op laarzen, in lange jassen en met helmen op, hollende boeren op klompen, een landschap van dooiende sneeuw en een boerderij in lichterlaaie die opvlamde in de avond.
Die beelden lijken nu we vertrouwd zijn geraakt met grimmiger en grootscheepser opstootjes - eerst de bouwvakkers- rellen, toen de treinkapingen, later 'geen kroning, geen woning' en telkens weer voetbalonlusten - haast knus en genoeglijk, maar toen was het een barst in een natie waar alles voortreffelijk geregeld leek, een krachtmeting tussen de staat die de boel voor ons bestwil organiseerde en onderdanen die daar geen boodschap aan hadden omdat hun niks gevraagd was.
Niet de provo's begonnen in 1965 de consensus in de democratie van het georganiseerde vertrouwen te doorbreken maar, twee jaar eerder, de vrije boeren in Hollandscheveld.
Het Landbouwschap was de belichaming van de bestwil- staat. De 'bedrijfsgenoten' waren er verplicht lid van en moes-
16
ten verplicht contributie betalen. Het stuitte veel boeren op de Veluwe en in de Drentse veenkoloniën, god- en autoriteitsvre- zend van huis uit, tegen de borst, waarin als het erop aan kwam het 'eigen meester niemands knecht' heftiger klopte dan de gezagsgetrouwheid van Romeinen 13. Vooral ook omdat ze zagen hoe het beleid van het Landbouwschap in dienst stond van de agrarische schaalvergroting die de sociaal-democraat Mans- holt voor ogen had en waarbij de kleine boer het loodje zou leggen. Ze weigerden de verplichte afdrachten te betalen, hetgeen leidde tot langdurige invorderingsprocedures die ermee eindigden dat de hoeven verkocht moesten worden ten bate van het Landbouwschap.
In Hollandscheveld kwam het verzet tot een uitbarsting, die de wind in de zeilen gaf aan de Boerenpartij van Hendrik Koekoek, waarin zich allerlei onvredes samenbalden. Op de plek waar de veldkei ligt stond toen de boerderij van Klaas Veldman, die op 14 maart 1963 geveild zou worden maar de avond daarvoor in brand werd gezet: ze zullen hem niet krijgen! Het was brandstichting, zo veel is zeker, maar wie het vuur erin gejaagd heeft, werd buiten het dorp nooit bekend.
Een paar huizen verder klop ik aan bij de meubelmaker Ber- tus ten Caat - 'voor het jongere antiek' - die een boek schreef over de slag. 'Orde is aanvaarde chaos,' staat op de muur van zijn werkplaats. Zo werd het door de overheid toen niet gezien.
Orde was de door haar opgelegde orde en wie zich er niet naar voegde moest maar voelen. Hij geeft mij een exemplaar van Opstand der Braven; het is partijdige geschiedschrijving, maar wie zou niet partijdig zijn wanneer hij als elfjarige op het slagveld woonde?
Waren het braven, die in opstand kwamen? Wel als 'braaf' wordt opgevat in de zin van dapper. Verzet tegen de arrogantie van de macht getuigde, zeker voor een calvinistische gelovige, van onverschrokkenheid. Er zat, denk ik, een wanhopig gevoel van machteloosheid achter. Boeren waren geen eigen meester
17
meer. Sedert de crisis van de jaren dertig was hun bedrijf steeds meer beschermd en ingelijfd door een overheidsapparaat, waarvan ze - door gegarandeerde afzet en dito prijzen, door een wemeling van geboden en verboden - afhankelijk werden, als een soort halve ambtenaren. Ze verzetten zich tegen een afhankelijkheid waar ze niet meer buiten konden.
Aan de wand van het café hangen foto's die het verleden tonen: een onherbergzaam land, doorsneden van vaarten, waarlangs schamele hutten in de veenmodder staan. Aan de toog bespreken mannen de armoede van nu - ' juus van mens'n van wie j' 't nie zou denk'n' - maar het is een ander soort armoede: een huur van achthonderd gulden, kinderen op de middelbare school en dan de auto weg moeten doen.
Pas in Hoogeveen overvalt me het veenkoloniale gevoel. De vaart door het dorp is gedempt om een erg lange en brede hoofdstraat aan te leggen. Tussen speels straatmeubilair slingert zich een betonnen siergrachtje, waarin fonteintjes door de stilte klateren. In het voetgangersdomein hebben alle moderne winkelketens - Hij, Hans Anders, Halfords - zich gevestigd, maar er is geen sterveling te bekennen. Dit is de lange leegte.