Friesland Aan de A7, 10 km ten oosten van de kop van de Afsluitdijk, nr. 4 op de kaart
 
Het gaaf bewaard gebleven Hanzestadje Bolsward vertoont een schilderachtig silhouet. Oorspronke­ lijk lag het aan de Middelzee of, liever gezegd, aan de Marneslenk. Het had dus een open verbinding met zee. Na verzanding en inpoldering van de Mid­delzee deden Makkum en Harlingen dienst als voorhavens.
Het opvallendste element in het stadssilhouet is de zadeldaktoren van de Martinikerk. Deze rijst hoog boven de omringende woonhuizen op en imponeert door zijn robuuste schoonheid. De kerk zelf werd meer dan 5 eeuwen geleden, tussen 1446 en 1466, opgetrokken. Het zadeldak van de toren stamt ook uit deze tijd, maar de rest ervan is ouder.
Het gebouw ligt op een terp, die volgens opgravingen daar al in de eerste eeuw vóór Christus moet zijn opgeworpen. Toen werd dus de grond­slag gelegd voor dit Friese stadje (één van de elf).
Dat Bolsward op terpen is gebouwd valt nog te zien aan het niveauverschil tussen sommige straten.
Wie de moeite neemt eens rond de kerk te wan­delen en het gebouw goed te bekijken, ontkomt niet aan een gevoel van stille bewondering voor de

arbeiders die het bouwden. Met noeste vlijt en zon­ der hulp van de tegenwoordige werktuigen is de ene steen op de andere gezet. De wil van de wer­ kers om voor de eeuwigheid te bouwen, straalt van de kerk af.


Maar niet alleen de buitenkant van de Martini­ kerk, met de machtige steunberen en de langs de toren doorlopende zijbeuken, is indrukwekkend, ook het interieur is de moeite van het bekijken waard. Bij naoorlogse restauraties kwamen in de noordelijke zijbeuk onder de pleisterlaag, die tijdens de reformatie was aangebracht, fraaie 15e-eeuwse fresco’s te voorschijn. Een hoogtepunt vormen echter de gotische koorbanken uit omstreeks 1490.
Om deze banken is een legende geweven. De hout­ snijder ervan zou het ontwerp van de duivel heb­ ben gekregen, in ruil voor zijn laatstgeboren kind.
Dank zij de moed en slimheid van de moeder kreeg de duivel niet wat hij van haar wilde hebben. Hij had zich als monster met zeven koppen aan de vrouw geopenbaard en zo beeldde de houtsnijder hem ook op de koorstoel af in de scène van Chris­ tus’ Verzoeking in de woestijn.

Opmerkelijk in het interieur is ook de monumen­ tale kansel, die de protestanten aan de kerk toe­ voegden. Het landelijke karakter van Bolsward weerspiegelt zich in de vier tableaus op de preek­ stoel, die de seizoenen voorstellen. De kansel is het uit één brok hout vervaardigde meesterstuk van een eenvoudige timmerman. Bij het aanvaarden van de opdracht had hij bedongen dat hij anoniem zou blijven. Toen bij de inwijding ervan de domi­ nee toch zijn naam noemde, verliet hij de kerk en wierp zijn houtsnijgereedschap weg.

Een herinnering aan het romaanse kerkje dat vóór de Martinikerk op deze plaats heeft gestaan is de St.-Maartenssteen in de zuidelijke zijbeuk van de kerk. Het is een in rode Bremer zandsteen uitge­ voerd reliëf uit het midden van de 14e eeuw. In 1781 werd het kostbare, door de bekende Groning­ se orgelbouwer Albert Hinsch vervaardigde orgel toegevoegd, waarop in de zomermaanden concer­ ten worden gegeven. Grafzerken vindt men vele in de kerk, zoals een steen waarop een scheepje is afge- beeld en dat het volgende grafschrift van een hooi- schipper draagt: ‘Hooivaren was mijn plezier, Nu ik dood ben lig ik hier, Laat nu varen wien het lust, Ik lig hier in d’eeuwige rust.’ Schuin tegenover de ingang bevindt zich in een nis het marmeren borstbeeld van de Friese dichter Gysbert Japicx. De dichter stierf in 1666 aan de pest; het borstbeeld dateert uit 1823. Buiten, op het hof van de kerk, staat een beeld van hem dat in 1966, bij de herdenking van zijn 300ste sterfdag, door koningin Juliana werd onthuld. Hij kan beschouwd worden als de schepper van de Friese cultuurtaal.


De vader van de beroemde dichter, Japik Gysberts, heeft het stadhuis ontworpen. Het werd tus­ sen 1613 en 1617 in Friese Renaissancestijl uitge­ voerd. Opvallend zijn de natuurstenen banden tus­ sen het rode baksteen, de zuilen die uit het muur­ werk naar voren treden en het vele beeldhouw­ werk. Het bordes is in 1768 in Rococovorm ver­ nieuwd. De hoge, open klokketoren rustte oor­ spronkelijk slechts op de zware balken van de zol­ dering; later werd de natuurstenen zuil in de hal aangebracht. In de toren bevindt zich de Oudheid­ kamer, die via een wenteltrap vanuit de ‘Vier­ schaar’ — de grote entreehal — te bereiken is. Het kleine deurtje bij de trap leidt naar het vroegere cachot. Op de tweede verdieping, boven de raad­ zaal, heeft men een 19e-eeuwse zilversmederij inge­ richt.
Een wandeling door het oude stadje leidt de bezoeker langs talloze resten uit een rijk verleden, zoals sierlijke 17e- en 18e-eeuwse geveltjes en de deftige Heerema State en Monsma State. Plotseling staat men aan de rand van de oude veste en kijkt over het oneindige Friese landschap uit. Het is boeiend ook daar de sfeer van te proeven en eens stapvoets over de landweggetjes te rijden, die soms zo maar doodlopen in de weiden of onderbroken worden door veeroosters.

Folklore in Bolsward
Er zijn twee evenementen die elk jaar duizenden belangstellenden naar Bolsward trekken: eind juni de Heamieldagen en de eerste donderdag van oktober Bol- letongersdei.

De Heamieldagen of Hooimaaldagen zijn in 1952 ingesteld. Ze vormen een herinnering aan het traditio­ nele maal dat de boer vroeger na de drukke hooitijd Zijn werkvolk aanbood, waarbij de drank rijkelijk vloeide. Tegenwoordig kiest men elk jaar een Heake- ninginne, een Hooikoningin, die op de eerste dag van het feest met haar twee hofdames een intocht houdt. In de lange stoet rijdt een boerenwagen mee, met daarop sym­ bolisch de laatste portie hooi. Bij het stadhuis wordt de Hooikoningin door de burgemeester ontvangen. Op de tweede feestdag vindt er bij het stadhuis een openlucht­ maaltijd plaats, waarna nog twee dagen feest wordt gevierd.
De Bolletongersdei is vlak na de Tweede Wereld­ oorlog weer herleefd. In vroeger eeuwen was het de dag van de stierenmarkt, waarop stevig werd gedronken en vechtpartijen schering en inslag waren. Het is nu een gezellige vee- en jaarmarkt op de eerste donderdag van oktober, met ringsteken en veekeuring.


bezienswaardigheden^
Grote, St.-Maartens- of Martinikerk, Groot Kerkhof
26. Gotische, in 1446—1466 gebouwde kerk met zadeldaktoren en belangwekkend interieur, met laatgotische koorbanken, Renaissancekansel, fres­ co’s en Hinsch-orgel. Van mei-sept. op werkdagen geopend en in het seizoen ook op zaterdag; verder in overleg met de koster. Stadhuis, Jongemastraat 2.
Typisch voorbeeld van Noordnederlandse Renais- sancebouwkunst, uit 1614—1617. Met Oudheid­ kamer en 19e-eeuwse zilversmidse. Te bezichtigen van 1 april-1 nov. op werkdagen; zilversmidse al­ leen met gids. St.-Antoniegasthuis, Nieuwmarkt 38.
Classicistische gevel met Lodewijk xvi-ingang.
Niet te bezichtigen. Heerema State, Heeremastraat 8.
Gerestaureerd laatmiddeleeuws adelshuis. Oor­ spronkelijk uit het begin van de 16e eeuw, in de 19e eeuw ernstig verminkt. Niet te bezichtigen. Monsma State, Franekerstraat 25. In 1709 als buitenverblijf door burgemeester Monsma gebouwd. Met pilas­ ters aan voorgevel en Vlaamse gevel als midden­ partij. Niet te bezichtigen. Monumentale huizen, door het gehele stadje. In hoofdzaak 17e- en 18e-eeuwse panden, met fraaie gevels, gevelstenen en orna­ menten. Omwalling, Hoog Bolwerk. Resten van 17e- eeuwse stadswallen. Molens. Achtkante polder- molen, richting Afsluitdijk; uit 1824; te bezichtigen indien er iemand aanwezig is. Spinnekopmolen, Witmarsumervaart, uit 1888; niet te bezichtigen.

----------- -X----------
Een officieuze kijk, in het hartje van Bolsward, dat nog vele oude panden rijk is.