Ballum  Ameland
Friesland Op de westelijke helft van bet waddeneiland Ameland, nr. 3 op de kaart
Jaarlijks maken veel toeristen vanuit Holwerd aan de Friese kust de overtocht naar het waddeneiland Ameland ‘gans omspoeld door zilte baren’, zoals het Amelander volkslied luidt. Ze vinden er zee, strand, duinen en een gevarieerde flora en fauna.
Ondanks die jaarlijkse invasie van recreanten heb­ ben een aantal Amelandse dorpen hun karakter grotendeels weten te behouden.
Ballum is het meest karakteristieke dorp van het eiland gebleven. De Camminghastraat, die dwars door het plaatsje loopt, wordt omzoomd door hoge bomen en ademt buiten het seizoen nog een welda­ dige rust. Het centrum is de brink op de kruising van Camminghastraat en Gerrit Kosterweg. Tus­ sen de bomen van de Camminghastraat rijst een kleine, vrijstaande klokketoren met zadeldak op.
Aan beide genoemde straten staan typisch Ame­ landse huisjes met 18e-eeuwse ankerdateringen. Ze stammen uit de tijd dat Amelanders elk voorjaar ter walvisvaart gingen, richting Spitsbergen. Die z.g.
‘Commandeurswoningen’ in Ballum herinneren aan de Amelandse walvisvaart in de 17e en 18e eeuw.


------------ *------------
Groenlandvaart heeft Ameland in de 17e en 18e eeuw veel welvaart gebracht. De ‘commandeurs- woningen’, waarin de walviskapiteins huisden, kan men herkennen aan de twee horizontale, uitsteken­ de richels van steentjes in de voorgevel.
Het is niet zonder reden dat in dit kleinste dorp van het eiland Amelands gemeentehuis werd gebouwd. Ballum had daarvoor historisch de meeste rechten. Hier resideerden namelijk vanaf 1430 de Cammingha’s als vrij-heren van het onaf­ hankelijke eiland. Tijdens de Eerste Engelse Oor­ log zond Watse Frans Cammingha twee Amelan­ ders naar Engeland om Oliver Cromwell duidelijk te maken dat Ameland een vrije en onafhankelijke staat was die niets met deze oorlog te maken had!
38

Het Rijksarchief te Den Haag bewaart de schrifte­ lijke overeenkomst waarin staat dat de Engelsen de neutraliteit van Ameland erkennen.
Ruim 2| eeuw hebben de Cammingha’s de heer­ lijkheid Ameland in hun bezit gehad. Zij ging pas in andere handen over toen de laatste telg van dit ge­ slacht in 1681 stierf. De familie Thoe Schwartzen- berg Hohenlansberg zwaaide er vervolgéns 23 jaar de scepter. In 1704 verkocht zij het eiland voor 170000 gulden aan de erfstadhouder van Friesland, Johan Willem Friso. Daarmee kwam Ameland in handen van de Oranjes. Onze koningin draagt nog steeds de titel van ‘vrijvrouwe van Ameland’. In 1801, gedurende de Franse tijd, werd officieel vastgelegd dat Ameland voortaan bij Friesland hoorde. En zo is de situatie gebleven tot op de hui­ dige dag.
Het Camminghaslot raakte in het begin van de 19e eeuw ernstig in verval. In 1829 werd het voor
1250 gulden voor afbraak aan een koopman ver­ kocht. Van het slot, dat stond op een kleine verho­ ging ten westen van de huidige begraafplaats, is vrijwel niets overgebleven. Slechts de grafsteen die de grafkelder van de Cammingha’s in de voorma­ lige slotkapel afdekt, herinnert nog aan het roem­ rijke huis en zijn bewoners.


"Bezienswaardigheden
Klokketoren, Camminghastraat. Vrijstaande klokke- toren, in 1755 in gele steen opgetrokken en voor­ zien van een zadeldak. In de windvaan het wapen van het geslacht Thoe Schwartzenberg Hohenlans­ berg, heren van Ameland aan het eind van de 17e eeuw. N.H.-Kerk, Camminghastraat, achter de klokketoren. Eenvoudig zaalkerkje uit 1832, met een gebeeldhouwde preekstoel van de Harlinger Claes Jesse uit 1604. Commandeurswoningen, aan Cam­ minghastraat en Gerrit Kosterweg, met 18e-eeuwse ankerdateringen en horizontale richels van steen­ tjes. Fundamenten van slotkapel bij begraafplaats, met grafsteen op grafkelder der Cammingha’s, waarop meer dan 3 m hoge gebeeldhouwde ridder, staande tussen zuilen; een werkstuk van de Franeker steen­ houwer Vincent Lucas voor Wytso van Cam- mingha (f 1552).


Het Amelander ‘Sundeklaes’ Op 5 december vieren de Amelanders een feest dat niets met de goedheiligman te maken heeft. Het begint als de schemering invalt. Dan verzamelen de volwassen mannen zich in de cafe's en na een hartversterking te hebben genomen hullen ze zich in witte gewaden. Gewa­ pend met knuppels komen ze als ‘baanvegers’ naar buiten om blazend op hun buffelhoorns de jeugd en het vrouwvolk van de straat te jagen.
Een paar uur later, als de straten zijn ‘schoonge­ veegd’, verschijnen de mannen weer, nu uitgedost als ‘sundeklazen’. Hun kledij, waar soms weken aan is gewerkt, bestaat meestal uit een witte overal of pyama, met daar overheen een wijde mantel met een bijpassende hoed en een masker. Wie hen wil ontvangen heeft het licht in de hal ontstoken. Ook de vrouwen en meisjes mogen dan in de kamer komen om de pakken van de sundeklazen te bewonderen. Ze moeten ‘over de stok springen’ en een dansje maken. De sundeklazen spre­ ken elkaar met ‘ome’ aan en schudden bij een ontmoe­ ting elkaar langdurig en krachtig de hand, het zg- ‘voesten’. Heeft een jongen beneden de 18 zich als sunde- klaas verkleed dan loopt hij de kans bij het voesten door de mand te vallen; achtervolgd door verontwaar­ digde sundeklazen wordt hij dan naar huis gejaagd.
Oorspronkelijk moesten de sundeklazen zo lang mogelijk onbekend blijven. In Hollum geldt dat nog steeds, maar in Ballum maken de sundeklazen zich aan het eind van de avond bekend. Met dat démasqué komt er een eind aan hét feest van het jaar.