Gelderland
In de Neder-Betuwe, nr. 9 op de kaart
Het silhouet belooft al veel. In het weidse rivier landschap verheffen zich de torens van het stad huis, de Binnenpoort en de Grote Kerk. De toren van die kerk luidt ’s avonds 10 uur de z.g. ‘papklok’ om de Culemborgers te laten weten dat de dag ten einde loopt. Sinds enige tijd is deze oude traditie in ere hersteld. In de Middeleeuwen was die klok het sein om de stadspoorten te sluiten en voor de bur gers om tussen de lakens te kruipen. Maar éérst at men dan een bordje pap, vandaar de naam ‘pap klok’. De toren heeft nog meer noten op zijn zang.
Elke vrijdagavond in juli en augustus kan men zijn carillon horen bespelen. Het heeft 47 klokken; de grootste daarvan is een geschenk van de Unie van Zuid-Afrika, omdat de stichter van de Kaapkolo nie, Jan van Riebeeck, in Culemborg is geboren en in de Grote Kerk werd gedoopt. Op het carillon- spel volgt een bespeling van het fraaie 18e-eeuwse orgel in de kerk.
Als we door de nauwe straatjes lopen wordt ons direct duidelijk dat we op historische grond zijn en verbaast het ons niet dat Culemborg een beschermd stadsgezicht is. Fraaie oude gevels en gevelstenen spreken van een rijk verleden. Ko mende op het grote, langwerpige marktplein wor den we getroffen door het aristocratische, laat gotische stadhuis. Op de zuidoostelijke hoek zijn nog de restanten van een ‘kaak’ te zien, waaraan vroeger misdadigers ten toon werden gesteld.
Twee pompen sieren het plein. In totaal is Culem borg 4 stadspompen rijk, een uitzonderlijke situatie.
Oorspronkelijk was Culemborg een vissersdorp, gelegen bij een oversteekplaats aan de Lek. Ten westen daarvan bouwde in de 12e eeuw de Heer Van Bonsichem (Beusichem) een versterkt huis, eerst van hout, daarna van steen. Het geslacht Van Bonsichem, later zich noemende Van Culemborg, stond in hoog aanzien bij de invloedrijke adel. In 1318 verleende de Heer van Culemborg aan het dorp, dat enige omvang had gekregen, stadsrech ten. In de betreffende akte werden marktrechten, tolvrijheden en het asielrecht geregeld. Het laatst genoemde recht hield niet in dat iedereen die wat op zijn kerfstok had zich vrijelijk in de stad kon ves tigen. Culemborg had een eigen rechtspraak. Men sen die van een misdrijf werden verdacht moesten voor de rechter verschijnen. Als ze schuldig bleken kregen ze hun gerechte straf. Maar ze kregen wel de gelegenheid zich te verdedigen. Bankroetiers konden hier orde op zaken stellen. Hadden ze hun schulden betaald, dan konden ze vrijuit gaan.
Gedurende hun verblijf in Culemborg werden hun schuldeisers niet in de stad toegelaten. ‘Naar Culemborg gaan’ betekende in Amsterdam failliet gaan.
De stad werd ommuurd en omgracht, ter bevei liging tegen ongeregelde benden en vijandelijke troepen. Daaraan herinneren de Binnenpoort aan de zuidzijde van het stadje en muurresten rondom
de oude kern. In de gevel van Binnenpoort 6 zijn stenen gemetseld waaraan men kan aflezen hoe hoog het rivierwater vroeger na een dijkdoorbraak was gestegen.
Dat de Culemborgers zich listig op vijandelijke indringers hadden voorbereid blijkt uit een niet direct opvallend maar wel belangrijk detail. Bij kruispunten in het centrum kan men niet rechtuit de volgende straat inkijken; men ziet altijd een gedeelte van een hoekhuis. Aangenomen wordt dat deze verspringing van rooilijnen een strategische reden heeft gehad: de stadsverdedigers konden zich hierdoor wat verdekter opstellen.
In de 14e eeuw bouwde de Heer van Culemborg een groot, zwaar kasteel aan de oostzijde van het stadje. Helaas is daar niets anders meer van over dan de kasteeltuin. Toen de Franse troepen in het rampjaar Culemborg binnenvielen werd het kasteel grotendeels verwoest. In 1735 werd het definitief gesloopt; stenen uit die sloop werden gebruikt ter versterking van de zeedijk bij Muiden.
De boeren die in het Culemborgse poldergebied veel te lijden hadden van overstromingen en onge regelde benden werden door de Heer van Culem borg in bescherming genomen. Zij konden zich vestigen in het dorpje Lanxmeer, dat vlak tegen de nieuwe muren en stadspoorten van het stadje gele gen was. Dit dorpse gebied werd eveneens om muurd en in de volksmond Nieuwstad genoemd, een naam die nu nog voor dit stadsgedeelte wordt gebruikt.
De vissers en schippers ten noorden van Culem borg ondervonden veel hinder van de oorlogen die de Heer van Culemborg voerde met de bisschop van Utrecht. Ook deze buurtschap liet de Heer van Culemborg ommuren en omgrachten. Culemborg bestaat dus eigenlijk uit drie stadsgedeelten. Echte ‘Kuilenburgers’ horen aan eikaars dialect uit welk deel zij geboortig zijn.
Het geslacht Van Culemborg was in 1555 uitge-
storven. In hetzelfde jaar verhief Karei v de heer lijkheid, die bestond uit de stad zelf en enkele dor pen met omliggend gebied, tot graafschap. In 1746 kwam het graafschap in bezit van Prins Willem iv van Oranje, zodat onze koningin zich gravin van Culemborg kan noemen.
Vroeger werd Culemborg regelmatig door Zuid- afrikanen bezocht. Ze wilden het geboortehuis zien van Jan van Riebeeck, die in 1652 voet aan land zette in de Tafelbaai van Kaap de Goede Hoop en die de grondlegger werd van de Unie van Zuid- Afrika. Sinds onze banden met dat land minder hecht zijn geworden is de stroom Zuidafrikaanse pelgrims wat geluwd. Huize ‘De Fonteyn’, aan de Achterstraat, waar Jan van Riebeeck in 1619 werd geboren, is een bakstenen pand met een trapgevel.
Achter het huis ligt een 17e-eeuwse, ommuurde kruidentuin, de ‘Fonteynhof.
Ten noordoosten van Culemborg, bij de Lekdijk, ligt het mooie wandelpark ‘Plantage’, met een her tenkamp; het is ontworpen door de bekende tuin architect Jan David Zocher (1791—1870). Èen dijk- wandeling naar Beusichem en Everdingen biedt vele mooie uitzichten over westelijk Betuweland.
Tle^enswaardigheder^
0 Binnenpoort (Lanxmeerpoort), aan de zuidzijde van de Markt. Kloeke, 14e-eeuwse poorttoren, in 1557 verhoogd. Interessante gedenkstenen betref fende enkele grote dijkdoorbraken. Restanten van de 14e-eeuu.se ommuring, van de Binnenpoort naar de
Cu/emborg achter een stuk oude stadsmuur: v.l.n.r. de toren van de Grote Kerk, de r.-k. kerk en de Binnenpoort.
-------------------------------*----------- -------------- -----
Goilberdingenstraat en de Schoteldoeksehaven, via de Schuttersbrug en ’t Hof, en langs de oostzijde van de Studentengracht. ® Grote of St.-Barbarakerk, Grote Kerkstraat 1. Hervormde kerk, in aanleg 14e- eeuwse kruisbasiliek. Te bezichtigen (inlichtingen bij de vvv). ® Stadhuis, Markt. Sierlijk laatgotisch bouwwerk uit 1534—1539, gebouwd door de Vlaamse architect Rombout Keldermans. Bordes- stoep met schildhoudende leeuwen (1775) en over blijfselen van ‘kaak’ op zuidoosthoek. Te bezichti gen (aanmelden op stadhuis). ® Elisabethsweeshuis, Herenstraat 29. Voormalig weeshuis met museum, waarin portrettengalerij, aardewerk en zilver. Te bezichtigen (inl. vvv). ® Visafslaggebouw, aan de Vismarkt. Dateert uit 1787, in classicistische stijl. © Ka» Riebeeckhuis, Achterstraat 26. Geboortehuis van Jan van Riebeeck. Te bezichtigen (inlichtingen bij de vvv). De erachter gelegen 17e-eeuwse krui dentuin, de Fonteynhof, is ook voor publiek toe gankelijk. 0 Lutherse Kerk, Achterstraat 2. Kerk gebouw uit 1839, met barokke preekstoel. Te be zichtigen (inl. vvv). Stadspompen, op de Markt.
Twee zandstenen pompen, uit 1718 en 1719, met het stadswapen. Twee andere pompen: in de Zand straat en op de Varkensmarkt. Oude panden, met 15e—18e-eeuwse gevels, o.m. aan de Markt, de Zandstraat, de Slotstraat, de Achterstraat en de Binnenpoort.