Ligging
Archeologisch reservaat aan het Schepergats te Stein.
60 C 181.24/331.70
Het archeologisch reservaat is een klein nogal gesloten gebouw op circa 600 meter ten zuiden van de kern van het dorp Stein aan het Schepergats 6.
Geschiedenis De grafkelder te Stein is een voor ons land uniek exemplaar. Evenals de hunebedden is het een megalithisch - megalithen zijn grote stenen - monument, doch het laat zich het beste vergelijken met de uit Noord-Frankrijk bekende zogenaamde galerijgraven.
Zoals de hunebedden behoren tot de Trechterbekercultuur wordt het galerijgraf te Stein gerekend tot de eveneens neolithische Seine-Oise-Marne (S.O.M.) cultuur, die haar oorsprong vindt tussen de Oise en Marne, zijrivieren van de Seine, in Noord-Frankrijk. De doden werden collectief bijgezet in natuurlijke grotten, uitgehakte grafkamers of galerijgraven. Een galerijgraf bestaat uit een rechthoekige kuil met langs de wanden zware stenen platen. De grafkamer is afgedekt met zware dekstenen en toegankelijk via een portaal aan één der korte zijden.
Het graf in Stein werd in 1963 ontdekt tijdens het onderzoek van bandceramische nederzettingssporen. De vondsten inspireerden enkele inwoners van Stein tot het oprichten van de Archeologie-Stichting-Stein met als doel 'de Monumenten van Geschiedenis en Oudheidkunde in de gemeente te behouden en voor hedendaagse mens opnieuw te doen leven en in het bijzonder gelden bijeen te brengen om het galerijgraf en andere haar toevertrouwde monumenten te conserveren en voor bezichtiging open te stellen.'
30 juni 1967 was voor de stichting een belangrijke dag daar toen de Commissaris der Koningin in Limburg het Archeologisch Reservaat kon openen op dezelfde plek waar het galerijgraf werd gevonden en onderzocht. Alleen de bovenbouw is voor ongeveer een derde gereconstrueerd. De rest bleef in de staat zoals het werd opgegraven.
Behalve het graf toont het reservaat aan de hand van kaarten, foto's en vondsten de resultaten van het oudheidkundig bodemonderzoek in de omgeving van Stein.
Onderzoek-vondsten
Overzicht van de in 1963 onderzochte oppervlakte in het dorp Stein. Het galerij-graf werd binnen de aangegeven cirkel ontdekt.
Plattegrond en doorsnede van de vloer van het galerij- graf. Met een zwarte kleur is de vindplaats van het aardewerk aangeduid.
Tijdens het onderzoek van een bandceramische nederzetting aan de Keerenderkerkweg door P. J. R. Modderman stiet men in april 1963 op een verzameling grotere en kleinere veldstenen. Deze bleken van jongere datum (circa 2800 v. Chr) dan het bandceramische huis (circa 4000 v.
Chr.) dat in een vroeger stadium op dezelfde plek had gestaan en waarvan de wandgreppel doorsneden was door het op 70 cm diepte aangelegde graf. De kleinere stenen vormden een vloertje van circa 1.75 x 5.50 m, met een enigszins ovale vorm en de oriëntatie WZW - ONO. De grotere stenen wekken de indruk zodanig te zijn gelegd dat ze als drempel dienden en zowel de overgang markeren van een zich aan de noordoostzijde bevindend portaal - vermoedelijk de ingang - naar de eigenlijke grafkamer als de toegang tot een tweede gedeelte van deze grafkamer. Eenvoudiger gezegd: ze vormden de drempelstenen tussen de voor-, midden- en achterkamer.
Uit het onderzoek bleek dat in de lengteas van het graf een strook ter breedte van 35-55 cm iets verdiept in de vloer was aangelegd. Deze smalle strook schijnt de feitelijke grafkamer te zijn geweest hetgeen zowel door de vindplaats der crematieresten als de situering van verschillende grotere stenen aannemelijk wordt. De crematie bevond zich overigens niet direct op de vloer doch was uitgestrooid op een dun laagje grijze grond dat ter dikte van een paar centimeter de stenen bedekte. Reeds is gesproken van cre- matie-resten. In tegenstelling tot de begravingen in onze andere megaliet-graven, de hunebedden, is in Stein geen sprake van lijkbijzetting maar van het bijzetten van de resten na lijkverbranding.
In ons galerij-graf is op twee plaatsen een opeenhoping van gecalcineerde beenderen gevonden. De ene lag direct ten zuidwesten van de noordoostelijke drempel en de andere bevond zich op dezelfde plaats ten opzichte van de zuidwestelijke drempel. Laatstgenoemde is tevens de vind-
plaats van het bekende circa 11 cm hoge kraagflesje, dat in een iets andere vorm zo kenmerkend is voor de Trechterbekercultuur. Andere bijgaven werden gevormd door een 96-tal transversale pijlpunten gemaakt van vuursteen, een elftal pijlpunten gesneden uit ribben en voorts door de scherven van een 22.8 cm hoge pot van een lichtbruine tot licht roodbruine kleur. Ook een kleine kraal van niet nader gedefinieerd materiaal behoorde tot de vondsten.
Of een 13.8 cm lange gepolijste vuurstenen bijl tot de inhoud vpn de grafkamer heeft behoord kon niet met zekerheid worden vastgesteld aangezien deze werd gevonden in de machinaal uitgeworpen grond.
De crematieresten zelve meent men te kunnen toeschrijven aan tenminste 30-37 personen, waarvan een groot percentage vermoedelijk kinderen is.
Kraagflesje en pot uit het ga- lerij-graf.
In tegenstelling tot andere megaliet-graven is het graf te Stein niet opgezet en afgedekt met grote stenen.
Paalgaten, twee aan elk der lengtezijden en samen een vierkant vormend, wekken de indruk dat de bovenbouw heeft bestaan uit hout en ander vergankelijk materiaal. Dit is niet verwonderlijk als men weet dat grote stenen in de omgeving van Stein niet voorhanden waren en er dus naar een alternatief gezocht moest worden.
Plaatsbeschrijving
Literatuur
Monumenten in de naaste omgeving
In de ruim opgezette nieuwbouw ten zuiden van het oude Stein, en bereikbaar vanaf de weg Stein - Elsloo (de Heerstraat) via de Ledderkenstraat en de Keerenderkerkweg, vormt het archeologisch reservaat aan het Schepergats (nr.
6) hoek Hoppenkampstraat een wat vreemd element.
Van 1 mei tot 1 oktober is het reservaat 's middags van 4-6 geopend en van 1 oktober tot 1 mei alleen zaterdag en zondag namiddag of volgens afspraak (tel. 04495-2850).
Modderman P. J. R., The neolithic burial vault at Stein, Analecta Praehistorica Leidensia, (1964) p. 3-16.
Zie L1 - een neolithische huisplattegrond te Elsloo.
Zie L2 - de kasteelberg'de Koppelberg'te Dieteren.
Op hemelsbreed nog geen 400 meter van het reservaat bevindt zich achter het klooster en dicht bij het Julianakanaal de ruïne van de burcht Steyn (60C 180.88/330.40). De gracht van het kasteel wordt gevoed door een beek die vroeger direct in de Maas uitmondde. Van de eigenlijke hoofd
burcht, die vóór 1840 op een door water omgeven hoogte lag, is onder meer de donjon gedeeltelijk bewaard gebleven. De later aangepaste burcht dateert in oorsprong uit de 13de eeuw.
Eveneens uit de middeleeuwen dateren de wallen van Steln. Ten noorden van het dorp beginnen zij op circa 400 meter né de passage van de spoorbrug komende uit de richting Urmond (60C 181.80/332.50). Hier bevindt zich ook de gemeentelijke vuilstortplaats!
Over de hier aanwezige rug met fraai uitzicht op het dorp Stein laten de wallen zich vervolgen in de richting van de autoweg tot onder de rook van de chemische industrie. Het noordelijk gedeelte eindigt op het fabrieksterrein van Macintosh.
Het zuidelijk gedeelte der wallen begint direct ten zuiden van Nieuwdorp vanaf de weg Stein - Elsloo (Steinderweg) (60C 182.15/329.82). Tussen beide wallen loopt hier een wandelpad. Duidelijk is over enkele honderden meters, ondanks de sterke begroeiing, het oorspronkelijke karakter te herkennen. Aan weerszijden van het pad bevinden zich brede greppels die aan de buitenzijde begeleid worden door een hoge wal.
De vondst van bandceramische nederzettingssporen heeft er in de twintiger en dertiger jaren toe geleid dat de wallen op gezag van de arts en oudheidkundige Beckers werden verklaard als overblijfselen van versterkingen van het volk der bandceramiek.
Hoewel Beckers wist dat de wallen werden beschouwd als versterking der oude heerlijkheid Stein en reeds lang bekend stonden als zogenaamde landweer, meende hij toch, vooral naar analogie van de resultaten van de opgravingen te Köln-Lindenthal - een omwalde nederzetting van de bandceramische cultuur - de wallen te moeten bestempelen als de begrenzing van een prehistorisch dorp.
Ook in recente toeristische lectuur wordt deze opvatting nog wel eens verkondigd.
Vergelijkbare monumenten elders
In ons land kennen we behalve Stein nog een voorbeeld van een gedeeltelijk gereconstrueerd megalithisch graf te weten het hunebed 'De Papeloze Kerk' te Schoonoord (Zie D8).
Dit monument en de Gallo-Romeinse tempels in Eist (zie Gld. 8) vormen met de steenkist in Stein de enige archeologische monumenten, waar voor de bezichtiging een toegangsprijs wordt gevraagd. Ook de Thermen in Heerlen (zie L5) zullen in de nabije toekomst tot deze kleine groep gaan behoren.
Het archeologisch reservaat is een klein nogal gesloten gebouw op circa 600 meter ten zuiden van de kern van het dorp Stein aan het Schepergats 6. 

Overzicht van de in 1963 onderzochte oppervlakte in het dorp Stein. Het galerij-graf werd binnen de aangegeven cirkel ontdekt.
Plattegrond en doorsnede van de vloer van het galerij- graf. Met een zwarte kleur is de vindplaats van het aardewerk aangeduid.


