Noord-Holland Aan de Zaan, ca. 12 km ten noordwesten van Amsterdam, resp. nrs. 25 en 7 op de kaart
Vanaf de Julianabrug, die bij Zaandijk de beide oevers van de Zaan verbindt, heeft men een schit terend uitzicht op een karakteristiek stukje Zaan streek. Op de linkeroever van de brede Zaan ligt de Gortershoek, met zijn fraaie koopmanshuizen, en op de rechter de Zaanse Schans.
In de Middeleeuwen bestond de Zaanstreek in
grote lijnen uit een in de 13e eeuw ontgonnen veen en zeekleigebied, dat doorsneden werd door de Zaan en omringd door het IJ en een groot aantal water lopen. Hierin waren enkele agrarische dorpen ont staan, waaronder West- en Oostzaan. Ten behoeve van de waterbeheersing en om zich tegen het op dringende water te beschermen begon men dijken aan te leggen: hoge langs het IJ en de grote meren, lage langs de binnenwateren, zoals langs de Zaan de huidige Lagedijk in Zaandijk. Nederzettingen ont stonden hierbij echter in dit stadium nog niet, op Oost-Zaandam na. Plaatsen als Zaandijk zouden pas in de 16e eeuw verschijnen, toen de streek onder in vloed van de Amsterdamse scheepvaart en nijver heid tot ontwikkeling kwam. Op de westoever kwam toen bedrijvigheid die gericht was op de ver edeling van de voor de Amsterdamse stapelmarkt aangevoerde goederen.
Zo werd Zaandijk omstreeks 1500 vanuit West- zaan gesticht. Via een verhard pad, het kerkepad (de tegenwoordige Guisweg), was de jonge nederzetting met het moederdorp verbonden. Het beloop van het pad werd bepaald door de slagenverkaveling, die karakteristiek is voor zo’n waterrijke streek als de Zaanstreek. In 1638 kreeg Zaandijk een eigen kerk en verloor het kerkepad zijn oorspronkelijke functie.
de sierlijke houten huizen van de Gortershoek te Zaandijk rijen zich aaneen langs de oever van de Zaan.
De eerste vestigingen vonden direct aan de Zaan plaats, maar vanaf de 17e eeuw begon het dorp zich ook aan de binnenkant van de dijk te ontwikkelen.
Er kwamen landinwaarts evenwijdige paden, met in het open land bedrijfjes — in hoofdzaak molens - en langs het pad de behuizingen van de arbeiders. Het gebied tussen dijk en Zaan werd hoofdzakelijk het terrein van de welgestelde kooplieden, die er hun voorname huizen optrokken, afgewisseld met bedrijven en pakhuizen. Na een zakelijk goed jaar lieten de kooplieden vaak een nieuw stuk aan hun huis bouwen, het z.g. ‘goedjaars-end’. Vanaf de Julianabrug zijn nog steeds de wonderlijkste uit bouwsels aan de huizen te aanschouwen, waarmee men de buitenwereld zijn welstand wilde tonen.
Molens bepaalden in die tijd het gezicht van de Zaanstreek. Een doorbraak betekende de uitvinding van de houtzaagmolen in 1593 door de Uitgeester Krelis Lootjes. In 1596 werd het eerste exemplaar in Zaandam neergezet en nauwelijks een eeuw later draaiden er 200 in dit gebied. Ondanks dat er geen boom groeide, wemelde het hier van boomstammen in de Zaan en op de wal, en waren alle huizen van hout. De houtzaagmolens waren van het paltrok- type, de andere - oliemolens, pelmolens, hennep- molens, korenmolens, papiermolens enz. — hoofd zakelijk bovenkruiers. In de periode van de grootste bedrijvigheid draaiden er in de Zaanstreek ca. 600 molens.
De diverse dorpen gingen zich in de loop van de 17e eeuw specialiseren. In Zaandijk richtte men zich voornamelijk op de papierfabricage. Dit bleek een gelukkige greep, want toen de andere industrie takken in de tweede helft van de 18e eeuw begon nen te tanen, nam juist de vraag naar wit papier enorm toe. Zaandijk behield hierdoor tot in de Franse tijd een relatief grote welstand. Toen aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw in de Zaanstreek nieuwe industrieën een plaats kregen, bleef Zaandijk tamelijk onaangetast. Er lagen immers buiten Zaandijk voldoende door afbraak en verval geteisterde terreinen. Wel werd de sloot langs de weg vanaf 1867 in gedeelten gedempt en in 1922 het profiel van de Lagedijk verbreed en deels met bomen beplant. In 1936 werd de Julianabrug gebouwd. In de jaren vijftig kwam het idee op een reservaat te stichten waarin 17e- en 18e-eeuwse Zaanse huizen en bedrijfsgebouwen, die plaats moesten maken voor nieuwbouw, konden worden ondergebracht. Het oog viel toen op de Kalver- polder, tegenover de Gortershoek. Nabij de plaats waar ooit Diederik van Sonoy, gouverneur van Willem van Oranje, een schans liet opwerpen tegen de Spaanse troepen, is de Zaanse Schans verrezen, een unieke verzameling historische Zaanse huizen, bedrijfspanden en molens (zie kadertekst).
Zuidoostelijk van de Zaanse Schans ligt in de Kalverpolder ook nog de buurtschap Haalders- broek, die door een ophaalbrug is verbonden met de buurtschap ’t Kalf. Deze twee ten opzichte van de rest van de Zaandorpen tamelijk geïsoleerd gelegen buurtschappen waren oorspronkelijk op Oostzaan gericht, met een kerkepad dwars door het land naar de kerk van Oostzaan. Bij de Hervorming werd de pastoor van Oostzaan in één dag hervormd predi kant. Over hem is een volksrijmpje bekend: ‘JacobBartersz. Bart ’s Morgens preekte hij in ’t wit ’s Avonds in het zwart.’
Haaldersbroek en ’t Kalf bleven echter rooms katholiek. Vanaf 1644, toen de Staten van Holland de sluiting van alle katholieke kerken bevalen, werden er op ’t Kalf in het geheim godsdienst oefeningen gehouden. Vrome vrouwen, ‘klopjes’ ge naamd, gingen rond en kondigden de diensten bij de parochianen aan. Langzamerhand luwde de vervol ging en bloeide de parochie van ’t Kalf en Haaldersbroek op. Het vormde het rooms-katho- lieke centrum van de Zaanstreek en de gelovigen kwamen van heinde en verre naar de kerk van Haaldersbroek. Deze werd te klein, waarna in 1887 aan ’t Kalf een nieuw gebouw verrees en het oude werd gesloopt. De oude pastorie staat er nog, maar bevindt zich in een zeer bouwvallige staat. Door de vorming van nieuwe parochies elders nam het aan tal kerkgangers in de moederparochie in de loop van deze eeuw sterk af.
bezienswaardigheden^
® Zaanlandse Oudheidkamer, Lagedijk 80. Koop manshuis uit 1711, waarin de ‘Zaanlandse Oudheid kundige Verzameling Jacob Honig Janszoon Junior’ is ondergebracht. Diverse stijlkamers, waaronder een compleet ingerichte kraamkamer; verder schilderijen, porselein, penningen, gebruiksvoor werpen enz. Te bezichtigen op dinsdag t/m vrijdag en zondagmiddag. ® Raadhuis, Lagedijk 104. Voor malig koopmanshuis met antiek interieur, waar onder tegelschouw en wandschilderingen. Te be zichtigen op werkdagen van 9.00-12.30 uur. ® ‘Weefhuis’ of ‘Huis met de beeldentuin’, Lagedijk 39.
Koopmanshuis uit 1650, met in de tuin het beeld van Bacchus, omringd door de Ochtend, de Middag, de Avond en de Nacht. Niet te bezichtigen. © Windmolen ‘De Bleke Dood’, Lagedijk 28A. Meel- molen uit 1656. Niet te bezichtigen.
Zaanse Schans
Tegenover de Gortershoek in Zaandijk is aan de Zaanoever een wandeldorp verrezen, waarin men een uitstekende indruk krijgt van een Zaans dijkdorp uit vroeger eeuwen.
Een wandeling door de Zaanse Schans begint bij de voormalige pakhuizen ‘De Bezem’ en ‘De Kraai’. Het eerste behoorde vroeger bij een oliemolen, het tweede bij een meelfabriek. Het Zeilenmakerspad voert vervolgens langs de kijkschuur ‘De Lelie’, eertijds een Westzaans pakhuis, en over een ophaalbruggetje langs de wip- watermolen ‘De Hadel’. Rechts ziet men achtereen volgens de houtzaagmolen © ‘De Gekroonde Poelen burg’, de verf molen ‘De Kat’ en de oliemolen ‘De Zoeker’ aan de Kalverringdijk langs de Zaan liggen. Verder naar het noorden staan de onttakelde oliemolen ‘De Os’ en de oliemolen ‘De Bonte Hen’, die enkele jaren geleden werd gerestaureerd. Het pad volgend, staat men na het passeren van een bakkerij, een 17e-eeuwse midden- standswoning Het Jagershuis uit 1623 en het huis van een zeilenmaker — met een ‘goedjaarsend’ met overhoekse ramen — tegenover de mosterdmolen ® ‘De Huisman’.
Links ligt het eigenlijke dorp aan de Kalverringdijk, met tegenover het voormalige weeshuis ‘De Hoop op d’Swarte Walvis’ een in Franse stijl aangelegde overtuin en daarachter nog een aantal huizen. Langs de Kalver ringdijk vindt men o.a. het © Stijlkamermuseum, de © kruidenierswinkel van Albert Heijn en het © Uurwerkenmuseum. Een pad terug voert door het drassige weiland naar de klompenmakerij, vroeger een schuur van een scheepstimmerman, met daarachter het molentje ‘De Windhond’. Via een kwakel en een op haalbruggetje is men weer op het uitgangspunt terug.