Op 1 mei was het drie eeuwen geleden, dat de eerste steen werd gelegd van de Grote Synagoge der Hoogduitse Joden aan de Deventer Houtmarkt, thans Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam. Het gebouw was in minder dan een jaar klaar, zodat de inwijding al op 25 maart 1671 kon plaats vinden. Enkele weken later, op 17 april, volgde aan de overkant de eerste steenlegging van de beroemde Esnoga of Portugese Synagoge, waarvan de bouw door de oorlog met Frankrijk langer zou duren. Maar op 2 augustus 1675 kon ook deze synagoge worden in­gewijd.

De Portugese of Sefardische Joden kre­gen nu een waarlijk vorstelijk gebouw en de Hoogduitse of Asjkenazische Joden, die zich tot dusverre hadden moeten be­helpen met bescheiden lokaliteiten, had­den voortaan de speciaal voor dit doel ge­bouwde Grote Sjoel, die de kern zou worden van een uniek synagogencom-plex. In 1685 verrees namelijk achter de Grote Sjoel een vleeshal met daarboven de Tweede of Obbene Sjoel, en in 1700 kwam aan de Nieuwe Amstelstraat door verbouwing de Drit Sjoel tot stand, ge­volgd in 1730 door de Vierde of Neie Sjoel (Nieuwe Synagoge) aan de Deventer Houtmarkt, die in 1752 zou plaats maken voor het tegenwoordige monumentale gebouw.

De bouw van twee monumentale syna­gogen van een geheel nieuw type in de jaren 1670 tot 1675 betekende een uiterst belangrijke fase in een ontwikkeling, die al bijna tweeduizend jaar tevoren be­gonnen schijnt te zijn in Babylonië. Daar hadden Joden ver van hun tempel plaat­sen van samenkomst voor gebed en schriftlezing. De letterlijke betekenis van het Griekse woord synagoge is dan ook: vergadering. Vele typen van gebouwen hebben sindsdien als synagoge dienst ge­daan maar kenmerkend is van ouds de aanwezigheid van Arke en Bima. Aan de kant van Jerusalem, waarheen men zich al biddend wendt, staat de Heilige Arke, een kast voor het bewaren van de Tora-of Wetsrollen, dat wil zeggen perkamen­ten boekrollen, waarop de Tora (letter­lijk: leer) of tekst van de vijf boeken van Moses geschreven staat. In het midden van synagogen der Asjkenazische Joden en in  het westen  van  synagogen der

1. Inwijding van de synagoge van Leeu­warden op 1 maart 1805. De wetsrollen worden naar het nieuwe gebouw gebracht. Afbeelding uit dat jaar in het bezit van de Joodse  gemeente van  Leeuwarden.


 

Sefardiem staat de Bima, een verhoogd gestoelte, waarop de Tora wordt voor­gelezen. De banken zijn centralizerend of ook wel naar de Heilige Arke gericht op­gesteld in synagogen der Asjkenaziem en in synagogen der Sefardische Joden voornamelijk naar het middenpad tussen Arke en Bima. Maar banken met de rug tegen de Bima geplaatst komen ook voor omdat de Tora in de synagoge niet alleen wordt voorgelezen maar ook bestudeerd. Vandaar de aanduiding sjoel, dat wil zeggen school (in middeleeuwse stukken: scola Judeorum) voor synagogen van Asjkenazische Joden.

Het houden van synagogediensten is pas mogelijk, maar dan ook verplicht, wan­neer minjan gemaakt kan worden, dat wil zeggen zodra het aantal van tien Joodse mannen van dertien jaar of ouder te vinden is. Men kan daarom aanvanke-


 

  1. De Deventer  Houtmarkt,  thans Jonas
    Daniël Meijerplein, te Amsterdam met ge­
    heel links de Grote Synagoge der Hoog­
    duitse Joden uit 1670—'71  van stadsbouw­
    meester Daniël Stalpaert en rechts de Por­
    tugese  Esnoga   uit    1671—'75    van  Elias
    Bouman. Tekening in kleuren, toegeschre­
    ven aan Lambert Doomer.
  2. Het Jonas Daniël Meijerplein te Amster­
    dam omstreeks de eeuwwisseling met links
    de Nieuwe Synagoge uit  1752 van stads­
    bouwmeester  G.   F.   Maybaum en  rechts
    daarvan de Grote Synagoge uit 1670-'71 van
    stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Achter
    deze beide synagogen  gaan  twee kleinere
    schuil, de Obbene Sjoel, gebouwd boven een
    vleeshal in 1685, en de Drit Sjoel aan de
    Nieuwe Amstelstraat, gesticht in 1700.

lijk desnoods volstaan met een kamer, totdat er een synagoge gebouwd kan worden. In de middeleeuwen kreeg deze in West- en Midden-Europa vaak de vorm van een zaal of van een twee-beukige hal (Worms, Praag, Krakau) met


 

478


 

 


 

de Heilige Arke in een nis aan de oost­zijde, de Bima in het midden en banken langs de wanden. Vrouwen konden aan­vankelijk de diensten volgen van achter een scherm maar later kwamen er aparte vrouwensjoeltjes, die met kleine openin­gen uitzicht gaven op de mannensjoel. Zulke middeleeuwse synagogen zijn er in ons land, dat de hevige Jodenvervol­gingen van 1349 en de anti-Joodse poli­tiek van de Habsburgers heeft meege­maakt, niet meer aanwezig. Onze oudste synagogen, die in Amsterdam staan, wer­den tussen 1670 en 1675 gebouwd als op­volgsters van een aantal kleine syna­gogen, gesticht sinds het begin van de 17de eeuw, toen hernieuwde vestiging van Joden door de overheden niet alleen werd toegelaten maar ter versterking van de economie soms ook aangemoedigd, wanneer het om Portugese Joden ging. Deze Portugese Joden en de Asjkena-zische Joden, die later berooid uit Duits­land en Oost-Europa kwamen, hielden hun godsdienstige bijeenkomsten eerst in woningen of pakhuizen. Later richtten zij bestaande gebouwen door inwendige veranderingen in tot synagogen, die er vermoedelijk niet veel anders zullen hebben uitgezien dan de meeste huis-kerkjes uit die jaren. Zo lieten de Portu­gese Joden in 1639 twee huizen verbou­wen tot een ruime synagoge met zij­galerijen. Die zijgalerijen waren een vast kenmerk voor dissenterkerken en wer­den dit ook voor synagogen, waar zij ge­heel of gedeeltelijk konden dienen om plaats te bieden aan de vrouwen, die zo verborgen achter rasterwerk de diensten konden volgen.

In de Grote Sjoel en ook in de 18de-eeuwse Neie Sjoel zijn deze galerijen als het ware ingeklemd tussen de muren en de kolommen, die kap en gewelven dragen. De Grote Sjoel heeft galerijen langs drie zijden, zodat het accent vol­ledig is komen te liggen op de Heilige Arke tegen de vrije oostwand en op het midden, de plaats van de Bima. De Por­tugese Synagoge heeft de galerijen terug-liggend in de zijbeuken, wat het axiale karakter versterkt van dit interieur met zijn 'westelijk opgestelde Bima. Deze gebouwen zijn niet alleen belang­rijk voor de ontwikkeling van synagogen

4. Inwijding van de Portugese Esnoga, augustus 1675. Omgang met de Wetsrollen. Gravure van Bernard Picart 1721. Uit.: B. Picart, Cérémonies et coutumes religieuses dl I (Leiden 1723-'43).


 

in het algemeen, zij zijn ook van grote betekenis als voortbrengselen van de Nederlandse bouwkunst: de Grote Syna­goge als produkt van het Hollandse clas­sicisme der 17de eeuw, de Nieuwe Syna­goge met haar deftige voorgevel en sier­lijke koepeltoren als een der beste voor­beelden in ons land van de late Lodewijk-XlV-stijl. Beide zijn ze het werk van Amsterdamse stadsbouwmeesters: Da­niël Stalpaert bouwde de Grote Syna­goge en G. F. Maybaum de Nieuwe Synagoge. De Portugese Esnoga, op­getrokken door Elias Bouman, werd het voorbeeld voor de synagoge in Willem­stad op Curacao uit 1732, de oudste nog bestaande synagoge in de Nieuwe Wereld.

De gebouwen zijn zo monumentaal, dat zij het Jonas Daniël Meijerplein volledig beheersen, ondanks het feit dat er al lang geen gracht meer is en de afrit naar de IJ-tunnel hier begint. Op dit plein staat nu het standbeeld van de Dokwerker als herinnering aan de Februaristaking van 1941. Want niet alleen de glorieuze jaren 70/75 van de Gouden Eeuw konden in mei herdacht worden maar helaas vooral de jaren 40/45 van onze eeuw en de mis­daad die van de Joden ook in ons land slechts een kleine rest heeft overgelaten. Zo hebben de synagogen aan het Jonas Daniël Meijerplein, samen het belang­rijkste monument van het Nederlandse Jodendom, onvervangbare waarde ge­kregen als herinnering en symbool van een bevolkingsgroep die eeuwenlang in


 

ons land een plaats van betekenis heeft ingenomen.

De Portugese Esnoga uit de jaren 1671— '75 rijst als een machtig blok met in-gezwenkte steunberen op boven bij­gebouwen van een binnenplaats. De blokvormige werking wordt versterkt doordat balustraden als gevelbekroning een groot deel van het dak aan het oog onttrekken. Ingezwenkte steunberen ko­men ook voor aan oudere Protestantse kerken en aan de Grote Sjoel maar hier zijn ze aan de achterzijde gecombineerd met rondboognissen, wat de invloed zou kunnen verraden van een destijds be­roemd houten model van de tempel van Jerusalem. Het interieur met glanzend donker meubilair en blinkend koperen kaarsenkronen is nog helemaal gaaf. Er zijn drie beuken met houten tongewel­ven op kolommen, terwijl zich in de zij­beuken smallere galerijen bevinden op aparte zuilen, in totaal twaalf, het getal van de stammen van Israël. Er is een in­drukwekkend statige Heilige Arke van Braziliaans jacarandahout, die de volle breedte van de oostwand in de midden-beuk in beslag neemt. De monumentale Bima, gemaakt van dezelfde kostbare houtsoort, staat volgens Sefardisch ge­bruik in het westen, zodat er tussen Arke en Bima een middenpad is overgebleven, waarop de banken gericht staan.

Als door een wonder is de Esnoga in de Tweede Wereldoorlog voor ernstige ver­nielingen gespaard gebleven, zodat zij nog steeds haar oorspronkelijke functie


 

479


 


 

5. Huidige toestand van de Heilige Arke van de Grote Synagoge te Amsterdam, uit marmer vervaardigd in 1670.

kan vervullen. Maar bezoekers van dit internationaal befaamde gebouw komen voor gesloten deuren te staan indien zij ook het synagogencomplex aan de andere kant van het Jonas Daniël Meijerplein zouden willen binnengaan. De syna­gogen van dit complex hebben namelijk inwendig zo geleden, dat het voor on­geschoolde ogen moeilijk is, de prachtige ruimtevorm, die ook daar aanwezig is, te ondergaan.

Toch is het belangrijkste gebouw in dit complex der Hoogduitse Joden, de Grote Sjoel uit 1670-'71, ondanks alle verwaarlozing en afgezien van de inrich­ting ook van binnen nog bijna helemaal intact. Met drie houten tongewelven op vier kolommen, die ook de galerijen steunen, is een royale maar toch intieme ruimte geschapen, waarin gelukkig nog steeds het voornaamste element, de Heilige Arke, aanwezig is. Deze Arke, die nog uit de bouwtijd stamt en als wezenlijk onderdeel van het gebouw zelf uit marmer bestaat, is uitzonderlijk monumentaal en waardevol. Door het behoud van deze Heilige Arke, eens be­waarplaats van de Torarollen, bezit de Grote Sjoel nog steeds haar synagogale karakter.

Helemaal leeggehaald is daarentegen de Neie Sjoel uit 1752, die dezelfde opzet toont als de Grote Sjoel maar met houten spiegelgewelven, die in het midden vlak zijn, en een lichtkoepel, terwijl er alleen zijgalerijen zijn, zodat het interieur veel opener van karakter is. Hier zijn zelfs de balustraden van de galerijen wegge-sloopt. Maar toch zou ook deze ruimte heel goed hersteld kunnen worden. Het zou bovendien niet moeilijk zijn en vol­komen in overeenstemming met de ge­bruiken om hier een oude Arke op te stellen ter vervanging van de oorspron­kelijke (een Arke in late Lodewijk XIV-stijl) waarvan niet meer dan een fragment aan een ijzeren verankering is blijven hangen.

De twee kleine synagogen zijn na de oor­log wel gerestaureerd maar deze restau­ratie is strikt beperkt gebleven tot het zuiver bouwkundige herstel, omdat de gemeente Amsterdam als eigenaresse nog steeds geen beslissing heeft kunnen ne­men over de uiteindelijke bestemming van het hele complex. Daarom is tot nog toe een definitief herstel van de belang­rijkste gebouwen, de Grote en de Neie Sjoel, achterwege gebleven. De Kleine


 

Sjoel, van 1700 maar gewijzigd onder andere in 1778, is een simpel beneden-zaaltje met zijgalerijen in een gebouw met twee bovenverdiepingen. De Obbene Sjoel (eigenlijk Obben in Sjoel, boven in de synagoge) van 1685, gelegen achter het gebouw van de Drit Sjoel, vertoont ongetwijfeld reminiscen­ties aan vroegere sjoeltjes in verbouwde huizen. Men heeft er gewoekerd met de ruimte door langs de rechterzijwand en de achterwand twee galerijen boven elkaar aan te brengen, waarvan de onder­ste kwam te rusten op kolommen. De bovenste galerij liep bovendien door langs de andere zijwand maar dit gedeelte is bij de restauratie niet meer opnieuw aangebracht.

Het driebeukige, al dan niet centrali-zerende synagogetype van de 17de eeuw is in Amsterdam tot diep in de 18de eeuw toegepast. Na de bouw in 1752 van de


 

Neie Sjoel met haar vierkante platte­grond verrees nog in 1766 de sjoel in de Uilenburgerstraat als een langwerpig driebeukig gebouw, waarin de galerijen op de beproefde manier ingeklemd zitten tussen de muren en de kolommen, die de kap en de tongewelven dragen. Deze sjoel, nu gebruikt voor opslag van oude bouwfragmenten, heeft een grote over­welfde benedenruimte, die oorspronke­lijk heeft dienst gedaan als feestzaal bij bruiloften.

Buiten Amsterdam verrezen in de 18de eeuw voornamelijk zaalvormige syna­gogen met ingebouwde galerijen. In Rotterdam bijvoorbeeld de mooie syna­goge aan de Boompjes uit 1725 (toe­geschreven aan de ontwerper van de Lutherse kerk, Titus Favre), waarin de Heilige Arke bij wijze van uitzondering tegen een der lange wanden stond, een balconachtige   galerij    langs    de   drie


 

480


 

 


 


 

**■


 

6. De oostzijde van de synagoge uit 1705 in Middelburg, buiten Amsterdam de oudste synagoge in Nederland. Rechts de huidige toestand, daaronder afbeelding naar een prent van omstreeks 1780.

overige wanden liep en een lichtkoepel voor extra daglicht zorgde. Andere merkwaardigheden waren de ook onder dit gebouw aanwezige feestzaal en de voorgevel, bekroond door een wijzer­plaat met cijfers die geen Romeinse X-tekens bevatten maar P's ter vermijding van het kruisteken. Helaas is deze syna­goge in mei 1940 ten gevolge van het Duitse bombardement verbrand, nadat zij al een jaar eerder als gevolg van de ontvolking van de binnenstad door de Joodse gemeente verlaten was. De mooiste 18de-eeuwse synagoge van ons land staat in Den Haag, verscholen achter de oude patriciërshuizen van de Prinsessegracht bij het Malieveld, waar zij het sluitstuk vormt van een karakteris­tieke reeks binnentuinen met koets­huizen. Zij werd in 1726 in de Lodewijk XlV-stijl van Daniël Marot gebouwd door Felix du Sart, die een sierlijke zaal­ruimte heeft geschapen, waarin de zij­galerijen met Lodewijk XIV-balustra­den, de Heilige Arke, de Bima en het ver­dere meubilair volkomen op elkaar zijn afgestemd. Vrijwel de hele inrichting stamt nog uit de bouwtijd en is dus bijna twee en een halve eeuw oud. Maar hoe­wel dit interieur nog grotendeels intact is, heeft het al sinds jaren niet meer regel­matig dienst kunnen doen, omdat de sterk ingekrompen Portugese gemeente zich gedwongen heeft gezien het gebouw te verkopen. Sinds kort hebben er in deze synagoge, die eigendom van een be­legger is geworden, bij bijzondere ge­legenheden weer Joods-godsdienstige bijeenkomsten plaats, nu voor de Libe­raal-Joodse gemeente. Hopelijk is hier­mee een periode ingeluid van regelmati­ger samenkomsten van deze aard. Een niet-Joodse bestemming immers zou een onherstelbare aantasting kunnen be­tekenen van dit uitzonderlijk gave in­terieur.

De andere synagoge van Den Haag, in 1842-'44 opgetrokken aan de Wagen­straat naar een goed neoclassicistisch ontwerp van A. Roodenburg, is nog wel voor de Joodse eredienst in gebruik en hier vinden wij een Heilige Arke van uitzonderlijk rijke vormen, die nog da­teert uit 1739.

In de grote steden was de bestemming van oude synagogen al lang voor de tweede wereldoorlog een probleem ge-


 

481


 


 

 


 

7.  Portugese Synagoge te Den Haag, ge­
bouwd in 1726 door Felix du Sart in de
Lodewijk XlV-stijl van Daniël Marot. Het
interieur is nog vrijwel gaaf, hoewel de af­
gebeelde  kandelaars en  kaarsenkroon niet
meer aanwezig zijn.

worden door de trek naar de buiten­wijken, waar nieuwe synagogen werden gebouwd. Elders waren de omstandig­heden nog moeilijker omdat de Joodse bevolkingsgroep daar al voor de oorlog sterk in getal was teruggelopen. Na de oorlog is de situatie in veel plaatsen zo geworden, dat er helemaal geen Joden meer wonen en de synagogen hun oor­spronkelijke functie hebben verloren. Sommige werden veranderd in kerken, wat bijna steeds betekende, dat histo­rische interieurs werden aangetast. En we spreken dan nog maar niet over de pijnlijke implicaties, die zo'n verandering voor velen moet inhouden. Ook zijn er veel voormalige synagogen nu gedegra­deerd tot opslagplaats, garage of werk­plaats, terwijl andere zonder meer aan verval zijn prijsgegeven. Een bijzonder triest voorbeeld van dit laatste vormt de voormalige sjoel van Middelburg, gebouwd in 1705 en dus de oudste in ons land buiten Amsterdam. Nog steeds staan de muren overeind maar het dak is verdwenen, evenals de vrouwengalerij langs de zuidwand en natuurlijk ook de Arke, die eens in een uitbouw van de oostmuur stond. Er zijn nu geen kolommen meer te zien in deze sjoel maar bomen, terwijl de vloer is overwoekerd met klimop. Toch zou zelfs dit gebouw, dat verscholen staat achter de huizen van de Herenstraat, op te knappen zijn om een gedenkplaats te kunnen worden van een gemeenschap die in de oorlog grotendeels te gronde is gegaan.

Enkele kleine synagogen waren al ver voor de tweede wereldoorlog verlaten en vervolgens afgebroken. Die van de Hoogduitse Joden in Nieuw-Maarsse-veen uit 1758, opgeheven in 1924, had de vorm van een langwerpig vertrek met banken langs de muren tot tegen de Arke aan en gericht naar de Bima in het mid­den, terwijl de bovenstrook van de linker zijwand werd ingenomen door raster-werk, waarachter de vrouwen hun plaat­sen hadden. De Portugese Synagoge van Naarden uit 1759, afgebroken in 1935, had achter in de ruimte zelf een scherm staan om de vrouwenplaatsen aan het oog

8.  De   pas   gerestaureerde   synagoge  van
Maastricht   uit  1839—'40   van   stadsbouw­
meester Mathieu Hermans.

482


 

te onttrekken.

Ook het sjoeltje van Eijsden uit het jaar 1783 werd al voor de oorlog opge­heven maar gelukkig bestaat het gebouw nog wel. Het bovenvertrek, dat als sjoel dienst deed, is zo klein dat de Torarollen moesten worden opgeborgen in een Arke die nog aanwezig is in de gedaante van een muurkastje dat erkerachtig naar bui­ten uitsteekt, juist als bij de voormalige sjoel aan het Goudsmidspleintje te Haar­lem, die heeft dienst gedaan van 1765 tot 1841.

De sjoel van Hoorn, een gebouw uit 1780 met brede strakke lijstgevel, en de sobere maar stijlvolle synagoge van Hilversum uit 1789 zijn ten gevolge van de oorlog verdwenen. Maar wel bestaat nog de sjoel van Enkhuizen uit 1791, waarvan de aantrekkelijke smalle voor­gevel met fronton op het midden enigs­zins geïnspireerd lijkt te zijn door de Grote Synagoge in Amsterdam, evenals de Heilige Arke met haar doorbroken gebogen fronton. Synagogediensten wor­den hier echter niet meer gehouden en de mooie Arke staat nu in Amsterdam in het Joods Historisch Museum. Een andere bijzonder mooie Arke, daterend uit 1796 en afkomstig uit de synagoge van Elburg, is na de oorlog overgebracht naar de sjoel van Winterswijk. Gelukkig kan een andere 18de-eeuwse synagoge te elfder ure voor ondergang worden gered: de sjoel van Nijmegen,

9. Herinwijding van de gerestaureerde sy­nagoge te Maastricht op 24 september 1967. Het binnendragen van de Wetsrollen.


 

gebouwd in 1755—'56, enigszins gewij­zigd in 1798, en jarenlang verwaarloosd na de bouw van een nieuwe synagoge in 1912—'13. De 18de-eeuwse synagoge, oorspronkelijk met een stucgewelf, voor­zien van een galerij aan de korte west­zijde en de ingang onder de galerij in de lange straatgevel, vertoont in afmetingen, opzet en indeling overeenkomst met de synagoge van Ansbach in Beieren. Die synagoge was een tiental jaren eerder ge­bouwd, juist in de korte periode dat Meijer Gompers uit Nijmegen daar lands-rabbijn was. De Arke, afkomstig uit de eerste Nieuwe Synagoge te Amsterdam en bij plaatsing in Nijmegen van een andere bekroning voorzien, stonds sinds 1913 in een zaaltje naast het nieuw op­gerichte gebouw, waar zij in de tweede wereldoorlog verloren is gegaan. Maar de oude synagoge zal worden gerestau­reerd en weer geschikt gemaakt voor haar oorspronkelijke bestemming. In de 19de eeuw zijn er in ons land zeer veel synagogen gebouwd, simpele sjoel-tjes en andere met meer allure. Ook kregen sommige synagogen uit de 18de eeuw toen een nieuw gezicht, bijvoor­beeld in Amersfoort, waar de sjoel van 1727 geheel veranderd werd (in 1842), of in Leiden, waar de synagoge uit 1762 in 1858 inwendig een volledige meta­morfose onderging, die ook niet zonder invloed bleef op het exterieur. Een der eerste synagogen van de 19de eeuw, de sjoel van Leeuwarden uit 1805, is bij een vergroting in 1865 totaal van aspect   veranderd.  De   oorspronkelijke


 

voorgevel, met reminiscenties aan Enk-huizen wat betreft de frontonbekroning op het midden, is toen verdwenen. De Heilige Arke stamt nog uit de Franse tijd maar deze is met de Bima en andere in­ventarisdelen in 1964 overgebracht naar de synagoge van het jeugddorp K'far Batya in Israël. In een verkleinde ruimte van de Leeuwarder sjoel staan nu Arke en Bima uit de synagoge van Gorredijk, in uiterlijk en inrichting een vereenvou­digde navolging uit 1807 van Leeuwar­den, maar helaas afgebroken in 1953. De synagogen die in de loop van de 19de eeuw gebouwd werden, tonen de uit­eenlopende op het verleden geïnspireer­de bouwstijlen, typisch voor die eeuw. Er waren grote verschillen mogelijk. De sjoel van Kampen uit 1847 heeft bij voor­beeld een streng neoclassicistische voor­gevel maar inwendig was een Arke te zien in de toenmalige neogotieke trant. Onder de neoclassicistische synagogen neemt die van Maastricht, in de jaren 1839-'40 gebouwd door stadsarchitect M. Hermans, een heel bijzondere plaats in, omdat in het ontwerp zo consequent rekening is gehouden met de functie van het gebouw. Als punten van uitgang dienden Arke, Bima en vrouwengalerij. De galerij is opgenomen in een westelijke apsis, wat aan de ruimte een centrali-

10. Windwijzer op de geveltop van de voor­malige synagoge te Zierikzee, herbouwd in 1888. De leeuw van Juda met het Davids-schild herinnert tevens aan de Nederlandse leeuw en is het symbool van de gelijk­berechtiging der Joden in de vorige eeuw.


 

483


 

zerend karakter geeft. De Arke staat onder een groot venster, waarvan de ruiten straalsgewijs zijn gerangschikt om de tiengebodenborden, die de bekroning vormen; dit motief wordt aan de buiten­zijde herhaald. Andere synagogen wer­den gebouwd in de neogotische trant van de Waterstaatsingenieurs maar ook was een Grieks tempelfront nog mogelijk, toen in 1862 in Delft een nieuwe sjoel verrees  naar ontwerp  van L.  Winkel.

Veel later dan elders in Europa koos men hier voor synagogen de Oriëntaalse bouwtrant, die door velen gezien werd als de beste architectonische uitdrukking van de Joodse geest. In Nederland drong deze bouwtrant pas goed door toen hij elders al grotendeels was uitgewerkt. Ons oudste voorbeeld is thans het schooltje in Oriëntaalse trant, dat stads­architect P. van der Kemp in 1872-73 naast de 18de-eeuwse sjoel van Nijmegen heeft gebouwd. De nawerking duurde hier aanmerkelijk langer dan in andere landen, zoals blijkt uit de synagogen van Deventer (1892 van J. A. Mulock Houwer, nu gereformeerde kerk), Gro­ningen (Folckingestraat, 1906 van Tj. Kuipers en Y. v. d. Veen, nu buiten ge­bruik) en Nijmegen (Gerard Noodtstraat, 1912—'13 van O. Leeuw, nu kerk van het Apostolisch Genootschap), die overigens duidelijke Berlagiaanse trekken ver­tonen.

De Oriëntaalse traditie werkte zelfs nog na in de gekoepelde sjoel van Enschede, in 1928 gebouwd naar een tien jaar ouder ontwerp van K. P. C. de Bazel. Maar van stijlnavolging is dan helemaal geen sprake meer. Na de eerste wereldoorlog is men weer nieuwere wegen gaan bewande­len, eerst nog in het voetspoor van de romantische Amsterdamse School of in de richting van Dudok en anderen (syna­gogen van Harry Elte te Utrecht, 1926, en Amsterdam, Jacob Obrechtstraat, 1928; synagoge van Jacob S. Baars aan de Linnaeusstraat te Amsterdam, 1927— '28, afgebroken 1962). Later werden de rituele en functionele eisen nog meer dan voorheen maatgevend, wat te zien is aan de synagoge van Jacob S. Baars aan de De Carpentierstraat in Den Haag uit 1938 (nu gedegradeerd tot bioscoop) of de bijzonder mooie functionalistische synagoge van A. Elzas aan de Lekstraat in Amsterdam uit 1937. Na de tweede wereldoorlog hebben verscheidene Jood­se gemeenten, sterk ingekrompen als ze waren, hun oude sjoel moeten verlaten om een nieuw begin te kunnen maken in


 

een veel kleinere zaal. Desondanks zijn er in ons land een paar belangwekkende nieuwe synagogen gebouwd: de syna­goge aan de Bentincklaan te Rotterdam uit 1955 van Jacob S. Baars en J. van Duin en de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente aan de Europaboule-vard te Amsterdam uit 1967 van L. H. P. Waterman.

Vooral van de oudere synagogen, meren­deels stammend uit de 19de eeuw, drei­gen er steeds meer te verdwijnen, omdat er geen passende bestemming meer voor is. In Meerssen bij voorbeeld staat de sjoel, die in 1851—'53 gebouwd werd naar ontwerp van J. L. Lemmens, al jaren lang te verkommeren. Toch is het een bijzonder aantrekkelijk gebouw, waar­van de schilderachtige ligging eens door de bekende Limburgse kunstenaar Char­les Eyck op treffende wijze in beeld is ge­bracht. Een deel van het meubilair doet nu dienst in de sjoel van Maastricht, die in 1967 tijdens een indrukwekkende plechtigheid opnieuw kon worden in­gewijd na een volledige restauratie. De mooie en interessante synagoge van Maastricht kon gerestaureerd worden, omdat daar nog een voldoende talrijke Joodse gemeente is, in tegenstelling helaas tot veel andere plaatsen. Toch zou ook daar naar een waardige bestemming voor de vroegere synagogen horen te worden gezocht, want al zijn deze ge­bouwen lang niet altijd van belang door hun architectonische verschijning, zij zijn dit wel als herinnering aan een samenlevingsbeeld, dat door de schrijnen­de gebeurtenissen tijdens de tweede wereldoorlog onherroepelijk gewijzigd werd.

Wat Amsterdam betreft is het een groot geluk, dat althans één belangrijke syna­goge bij het Jonas Daniël Meijerplein met haar volledige 17de-eeuwse inrich­ting voor de Joodse eredienst behouden is gebleven, maar het stemt droevig, dat dit met de overige synagogen niet meer het geval is. De synagogen aan dit plein zijn immers niet alleen van belang voor Nederland maar in ruimer verband ge­zien uniek. Nergens in de wereld immers zijn tegenwoordig zo vlak naast elkaar historische synagogen te vinden van een dergelijke monumentale opzet. Wat het aantal betreft zijn alleen steden als Praag en Venetië met Amsterdam te ver­gelijken. Praag, waar er twee naast de be­roemde Joodse begraafplaats behouden zijn maar de overige nu geïsoleerd staan


 

in een laat-19de-eeuwse stadswijk, en Venetië, waar twee oude synagogen ook uitwendig tot hun recht komen, de andere echter bescheiden schuil gaan in de bebouwing van het voormalige ghetto. Alleen in Amsterdam vinden wij nog oude synagogen bijeen staan, die zo monumentaal zijn, dat zij een groot stadsplein geheel kunnen beheersen. Het is duidelijk, dat voor het bijzonder belangrijke, ja unieke complex van de synagogen der Hoogduitse Joden in Amsterdam eigenlijk alleen een bestem­ming aanvaardbaar kan zijn, die zo vol­ledig mogelijk recht doet aan het Joodse verleden van deze gebouwen. Een mu­seum of documentatiecentrum voor de cultuurgeschiedenis der Joden in Neder­land zou misschien tot de mogelijkheden kunnen behoren. De gebouwen, althans ten dele heringericht als synagogen, zou­den zelf wezenlijke onderdelen van zo'n museum kunnen worden, juist als in Praag, Venetië, Krakau en elders. Een museum, niet allereerst gewijd aan hoogtepunten van Joodse kunst (wat het Joods Historisch Museum in het Waag-gebouw al doet) maar aan het Joodse leven in Nederland in zijn godsdienstige, maatschappelijke en culturele facetten. In de Grote Synagoge zou het midden leeg kunnen blijven, zodat de monumen­tale architectuur goed tot haar recht zou komen en de volle aandacht onmiddellijk zou vallen op de 17de-eeuwse Arke, die uniek is in haar soort. En juist als in ver­scheidene Praagse synagogen zouden de zij ruimten kunnen worden gebruikt voor een didactische opstelling van voorwer­pen, ook eenvoudige, die samenhangen met Joodse ceremoniën en gebruiken. De Nieuwe Synagoge, opnieuw voor­zien van een oude Arke, zou kunnen dienen voor bijzondere bijeenkomsten van stemmige aard, niet in strijd met het synagogale karakter van dit gebouw. En de beide kleine synagogen, ook deze weer voorzien van een oude Arke, zou­den een aangepaste functie kunnen krijgen. Een ervan zou wellicht weer volledig als synagoge kunnen worden ingericht om te fungeren als Joods leer­huis of gesprekscentrum en de andere zou misschien plaats kunnen bieden aan een expositie van Joodse boeken, uit­gegeven in Amsterdam sinds de 17de eeuw.

Op die manier zou men in de toekomst te Amsterdam tegenover de Portugese Synagoge een centrum kunnen vinden vol van herinneringen aan de geschiede­nis van de Joden in Nederland.


 

484

Bijlagen

SYNAGOGEN IN NEDERLAND.pdf

Open configuratie-instellingen

Gebouwd met Drupal

Lade 'Administratiemenu' geopend.