Plaatsnaam-gemeente

Voorbij Eist, waar we ook nog wat oude tabaksschuren kun­ nen zien, komen we aan de rand van een industrieterrein vlak bij de Rijn, waarna we vanaf de hooggelegen Utrechtseweg naar Rhenen een mooi uitzicht hebben over de rivier. 
Het stadje Rhenen ligt met nog wat oude stadsmuren aan de zuidrand prachtig boven de Rijn. Ondanks de verwoestingen bij geallieerde beschietingen in april 1945, waarbij een groot deel van het stadje werd verwoest, heeft het een nog redelijk authentieke binnenstad, vooral ten zuiden van de N225, die dwars door het centrum van Rhenen loopt. Aan die weg be­ vinden zich de winkels en de eet- en drinkgelegenheden. In de benedenstad bevindt zich de grootste bezienswaardigheid van het stadje, de Cunerakerk.
De mooie, op de Utrechtse Domtoren lijkende toren van de Cunerakerk is vooral vanaf de overkant van de rivier een prachtige verschijning. In Nescio’s boek Titaantjes probeert een van de hoofdpersonen, Bavink, hem dan ook te schilderen in zijn ‘gezicht op Rhenen’. De kerk zelf, die helaas alleen in
juli en augustus ’s middags bezichtigd kan worden, is ook heel mooi. Vooral de naar elkaar toe gebogen zuilen van het vijftiende-eeuwse gebouw, die tijdens de restauratie na de Tweede Wereldoorlog werden afgebikt, zijn prachtig nu de bakstenen weer in het zicht zijn. Ook is er een prachtig zestiende-eeuws oksaal in renaissancestijl, dat is versierd met mooie beeldjes.
Buiten de stadsmuur en de gezellige moestuinen die eraan grenzen, is beneden aan de Rijn ook vanaf deze kant van de rivier het ‘gezicht op Rhenen’ zeer schilderachtig.