Wijk bij Duurstede ligt aan de splitsing van Rijn en Lek, ongeveer op de plek waar het vroegere Dorestad moet hebben gelegen, dat in de achtste en negende eeuw een van de belangrijkste handelssteden van Europa was. Het werd in de negende eeuw geregeld geplunderd door de Vikingen en ging uiteindelijk in diezelfde eeuw ten onder aan de veranderingen in de loop van de Rijn, waardoor handelaren de stad niet meer konden bereiken. Rond 1300 ontstond hier Wijk bij Duurstede, een stad met een naam waarin het oude Dorestad nog doorklinkt. Vanaf het midden van de vijftiende tot het einde van de zestiende eeuw was Wijk bij Duurstede woonplaats van de bisschoppen van Utrecht. De eerste was David van Bourgondië (circa 1427-1496), een bastaardzoon van Filips de Goede, die zich er vestigde op het kasteel en het flink uitbreidde.
Dat kasteel Wijk bij Duurstede ligt aan de zuidrand van het stadje op een eiland, omringd door een slotgracht en een prachtig negentiende-eeuws wandelparkje. Het is een wat ruineus complex, maar daardoor een zeer romantisch geheel.
Het is in de jaren zeventig en tachtig uitgebaat door restaurateur Paul Fagel, die in het stadje een befaamd restaurant had.
Nu is het te huur voor feesten, partijen en bruiloften. In de Muntstraat, die naar het kasteelpark leidt, is in het huis Amstelwijk het Museum Dorestad gevestigd. Hier zijn onder het motto ‘scherven vertellen hun verhaal’ vooral archeologische vondsten te zien.
Wanneer we van hier verder Wijk bij Duurstede in gaan, treffen we een prachtig stadje aan met mooie, rijke huizen uit vele rijke eeuwen, aan smaakvol geplaveide straten. In veel van die panden, vooral aan de Peperstraat en de Oeverstraat, zijn deftige winkels gevestigd. We zien vooral antiquairs, juweliers, dure kledingzaken en galeries met kunstnijverheid.
Want het stadje trekt veel bezoekers met geld aan. Die na het winkelen of tussen het winkelen door niet meer terecht kunnen in een passend restaurant sinds Paul Fagel uit Wijk bij Duurstede vertrokken is. De eet- en drinkgelegenheden van het stadje zijn ook voor bezoekers met niet veel geld niet uitnodigend. Het leukste café is ’t Hoff, gevestigd op een au thentiek vijftiende-eeuws pleintje, dat te betreden is via een poort die uitkomt op de Markt.
Op dat van terrassen voorziene plein staat het aardige zeventiende-eeuwse stadhuis naast de prachtige Sint-Johannes de Doperkerk, die onder het bewind van David van Bourgondië ongeveer het gotische uiterlijk heeft gekregen waarin het nog te bewonderen is. De bisschop begon in 1486 ook met de bouw van een toren die hoger moest worden dan die van de Dom in Utrecht. Door geldgebrek is de toren nooit afgebouwd, maar lelijk is hij daardoor niet geworden.
Binnen is de kerk niet bezienswaardig; dat hij nooit open is voor een bezichtiging, is dan ook niet erg.
Aan de kant van de Lek zijn nog veel van de stadswallen bewaard gebleven. Vanaf een terras aan de stadskant kunnen we over die muur uitkijken op het water en de haven. Ook zien we dan de prachtige, geheel uit baksteen opgetrokken walpoortmolen Rijn & Lek, die in de zeventiende eeuw is ge bouwd op de boog van een voormalige stadspoort.
Plaatsnaam-gemeente