Balk
Friesland In Gaasterland, ca. 12 km ten noordwesten van Lemmer, nr. 2 op de kaart
Friesland is niet alleen een land van meren en uit gestrekte weidevlakten. In Gaasterland strekt zich van het Mirnserklif tot aan Wijckel een groot bos gebied uit, met wandelpaden, doorkijkjes op wei en akkerland, schilderachtige plekjes aan de Luts, en bosgezichten die bijna aan een parklandschap doen denken.
Gaasterland is niet alleen de naam van deze grote boswachterij, maar ook van een Friese gemeente van zo’n tien dorpen, waarvan Balk de hoofdplaats is. Balk (in het Fries heet het net zo) is bepaald geen naam die poëtische gedachten oproept. Toch inspireerde dit plaatsje Herman Gorter tot zijn beroemde gedicht ‘Mei’. Gorters grootvader was predikant in Balk, en de dichter heeft hem daar in zijn jeugd dikwijls bezocht. Wie kent niet de beroemde aanhef van zijn lange ly- risch-epische gedicht ? ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht In een oud stadje, langs de watergracht.
In huis was ’t donker, maar de stille straat Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat Nog licht, er viel een gouden, blanke schijn Over de gevels in mijn raamkozijn...’ Dat Gorter Balk een stadje noemt in plaats van een dorp vergeven de inwoners hem graag. De water gracht waar hij over spreekt, is de Luts, een klein riviertje dat vroeger het water van de hoge Gaasterlandse gronden afvoerde. Later werd de Luts gekanaliseerd, maar tegenwoordig is hij alleen nog geschikt voor boten met een geringe diepgang.
De naam Balk betekent ‘brug’, en is dus gewoon een aanduiding voor een kleine brug over de Luts.
Dit water is tegenwoordig een verstilde, met linde bomen omzoomde gracht. Als haar water zo stijf bevroren is, dat ze de rijders van de Elfstedentocht kan dragen, wordt zij voor even een van de drukste grachten van ons land.
Balk werd in het grijze verleden Wyckelre Balk
genoemd; de oostelijke helft hoorde toen tot Wijckel, de westelijke tot Harich. De huidige Raad huisstraat heette vroeger de Wijckeler Side, omdat het gelegen was aan de kant van Wijckel. Langs de Luts ontwikkelde Balk zich in de loop der eeuwen tot een typisch rijdorp, waar nu nog mooie 17e- en 18e-eeuwse trap- en halsgevels te bewonderen zijn.
Ook het raadhuis uit 1615 heeft een trapgevel, een opengewerkt torentje uit 1739 en een hoge bordes trap. Het gebouw diende oorspronkelijk als recht huis. De rijkdom van het dorp kwam vooral voort uit de boterhandel, die hier in de 18e eeuw tot grote bloei kwam.
Balk heeft in het godsdienstig leven van ons land een merkwaardige rol gespeeld. Van ca. 1550 tot 1854 was er namelijk een gemeente van de zoge naamde Fijne Mennisten of Mennonieten (doops gezinden die zich ook Oude, Tere of Bekommerde Friezen noemden). Deze streng rechtzinnige ge meente onderscheidde zich duidelijk van de hoofd stroming van de doopsgezinde richting. Toen in 1811 de Algemene Doopsgezinde Sociëteit werd op gericht, als overkoepeling van alle Doopsgezinde Gemeenten, weigerde Balk zich daarbij aan te slui ten. Er kwamen conflicten, o.a. met de overheid over de anti-militairistische opvattingen van de Fijne Mennisten. Hun predikanten Symensma en
------------ *------------
De Duts, de door lindebomen omzoomde gracht van Balk, werd door Herman Gorter bezongen in zijn ‘Mei’.
Smit drongen herhaaldelijk bij de Nederlandse rege ring op vrijstelling van dienstplicht voor hun ge meenteleden aan, maar hun verzoek werd niet in gewilligd. Uiteindelijk vertrokken de twee predi kanten daarom op 9 april 1853 met een deel van hun aanhangers naar Amerika, in de hoop daar meer vrijheid te kunnen vinden. De achtergebleven gelovigen sloten zich uiteindelijk toch bij de Socië teit aan. Tweevijfde van de gemeente was toen ech ter al naar Amerika geëmigreerd. De naam Menno nieten is afgeleid van Menno Simonsz, een Friese dorpspastoor, afkomstig uit Witmarsum, die in de 16e eeuw een belangrijke rol in de doopsgezinde beweging speelde.
Het huidige Balk is het centrum van Gaasterland en kan daarom ’s zomers op een flinke stroom toe risten rekenen. Het dorp heeft zich na de Tweede Wereldoorlog sterk uitgebreid.
Wie een bezoek aan Balk brengt, moet zeker de tijd nemen voor een wandeling door de prachtige bossen in de omtrek. Het woord ‘gaast’ betekent ‘hoogte’; die hoogten zijn ontstaan in de Ijstijd, een periode waarin enorme ijsmassa’s zand, keien en leem voor zich uitschoven. Toen het klimaat later weer wat milder werd en het ijs begon te smelten, bleef alles wat er door de gletsjers was meegevoerd, hier achter. Daardoor ontstonden natuurgebieden als de Gelderse Veluwe, en ook het Friese Gaasterland.
Eeuwenlang had het bos vooral een praktische functie; de omwonenden haalden er hun hout van daan en wanneer ze landbouw wilden bedrijven werden er grote stukken van het bos gekapt. In onze tijd proberen we de bossen zo goed mogelijk in stand te houden en zorgen we zelf voor een gevarieerde beplanting. Vroeger bestond het Gaas- terlandse bos bijna geheel uit eikehakhout, omdat daar in de industrie veel vraag naar was. Tegen woordig vinden we er beuken, eiken, dennen en sparren. Het is in het uitgestrekte Gaasterlandse bos nog zo stil, dat het zeker niet uitgesloten is dat u op uw wandeling reeën tegenkomt. Ook vogel liefhebbers kunnen hier hun hart ophalen. Bij dat alles is er ook aan de toerist gedacht, want er zijn aantrekkelijke wandelroutes uitgezet en men vindt er voorzieningen als picknickplaatsen, parkeerter reinen en ruiterpaden.
"Bezienswaardigheden^
Raadhuis, Raadhuisstraat 1. Gebouw uit 1615, met sierlijke trapgevel, ’s Zomers te bezichtigen na af spraak. Diverse 17e- en 18e-eeuwse hals- en trap gevels, onder meer aan de Raadhuisstraat en de Van Swinderenstraat. N.H.-Kerk, Van Swinderenstraat
6. Kerkgebouw uit 1728, met fraaie familiebanken en een gebrandschilderd raam.