Limburg In het Geuldal, ten westen van Vaals
Camerig-Cottessen, gemeente Vaals, in
het Geuldal. Twee mooie gehuchten met
verspreide bebouwing. Vakwerkhuizen.
In het gebied van Cottessen en Camerig stroomt de Geul ons land binnen. Vanaf de toeristenweg van Epen naar Vaals reikt de blik over het dal van deze rivier tot ver in België. De einder wordt door de Ardennen gevormd, terwijl achter en links van de beschouwer zich het Vijlener Bos uitstrekt. Het landschap loopt hier steil af naar de Geul. Nog in de vroege Middeleeuwen was de helling met bos bedekt. De gehuchten die men van bovenaf zo prachtig kan overzien zijn dan ook van oorsprong ontginningsnederzettingen. Hiermee is hun verspreide ligging verklaard.

Het uitzicht vanaf de verharde weg is werkelijk uniek, maar echt genieten van het landschap doet men pas als men er middenin is. De landwegen en de voetpaden door de graslanden bieden de mogelijkheid alles van nabij te bekijken. Natuurlijk kan men hier dagen rondwandelen zonder zich te vervelen, maar ook een tocht van enkele uren geeft al een goede indruk van de bonte afwisseling van boomgaarden, vakwerkhuizen, ongeschonden landwegen, hellingbossen, beekdalen, erfbeplanting, geologische ontsluitingen en onnoemelijk veel andere elementen.
Het aan de toeristenweg gelegen noordelijk deel van Camerig heeft veel van de oude sfeer verloren.
Het zuidelijk deel, dat een afzonderlijke eenheid vormt, is echter bijzonder gaaf gebleven. Dit gedeelte begint bij een driesprong, gemarkeerd door een zware boom met een kruisbeeld en is bereikbaar via een korte verbindingsweg met de toeristenweg. Rechtdoor daalt men via een voetpad af naar de Geul, linksaf volgt de weg op de helling een hoogtelijn. Het complex bij de driesprong is in hoofdzaak 18e-eeuws. Van het volgende groepje heeft nr. 5 een woonhuis van breuksteen, terwijl tegenover nr. 3 een goed bewaard bakhuis pronkt.
De laatste groep bestaat uit een 17e-eeuwse woning die in 1740 na vergroting is gesplitst, een schuur met een stal, een vroeg-19e-eeuws bakhuis in de bocht van de weg en een hersteld vakwerkboerderijtje dat in de boomgaard staat.
Van hier kan men de verharde weg volgen, die eerst weer de helling opgaat, of via een draaihekje achter de bebouwing een weilandpad kiezen. Beide leiden naar de centraal in het gebied gelegen Bellethoeve.
Zowel deze boerderij als de nederzettingen Cottessen en Camerig worden voor het eerst in oorkonden uit ca. 1325 vermeld. Camerig is de afgesleten vorm van Caudenberg, een naam die kaal bergachtig terrein betekent. De naam Cottes sen is vermoedelijk ontstaan uit Quoidthusen = ‘kwade’ (in de betekenis van ‘kleine’) huizen. De hoeve werd in 1323 als Betlyt vermeld, een naam die is afgeleid van het Latijnse beteletum = ‘berken bos’. Al deze namen duiden erop dat dit een middeleeuws ontginningsgebied was, met als centrum de huidige Bellethoeve. De structuur van de cul tuurgronden in deze streek moet nog ongeveer dezelfde zijn als de middeleeuwse. De bebouwing van Camerig ligt langs wegen die de hoogtelijnen volgen, die van Cottessen juist langs wegen die haaks hierop de helling opklimmen.
De Bellethoeve is de enige gesloten hoeve van de oude stempel in dit gebied. In 1740 woedde er een grote brand, waarna hij van kolenzandsteen uit de groeve bij de Geul opnieuw werd opgebouwd. De boerderij draagt in de gevel nog het wapen van de oorspronkelijke eigenares: Anna Carola van Renesse, abdis van Burtscheid.
Cottessen, met zijn verspreide bebouwing, vertoont nog meer het karakter van een voormalige ontginningsnederzetting dan Camerig. Het wordt door een beekdal in twee delen gesplitst. Het westelijk deel bestaat, behalve uit de Bellethoeve, in hoofdzaak uit 18e-eeuwse vakwerkhuizen, evenals het oostelijk deel. Opmerkelijk zijn het vroeg-17e-eeuwse huis nr. 5, met keienhof, en de hoeve nr. 6, waarvan de monumentale woning van ca. 1700 tot de vakwerkverdieping van kolenzandsteen is opge trokken.
Een verschijnsel dat men verder nergens in Nederland aantreft is het op sommige plaatsen aan de dag treden van ca. 275 miljoen jaar oude zand en leigesteenten. Doordat de mens de gesteenten voor woningbouw gebruikte, ontstonden groeven als de Campsgroeve bij Cottessen en de Heimansgroeve bij de Geul. De opplooiingen die in de groeven te zien zijn ontstonden ca. 30 miljoen jaar later door gebergtevorming.
Bezienswaardigheden
- Bellethoeve, gesloten hoeve, in zijn huidige vorm uit 1740 daterend.
- Heimansgroeve, geologische ontsluiting ten zuiden van Camerig bij de Geul.
- Vakwerkhuizen, hoofdzakelijk uit de 18e eeuw, verspreid in het gebied van Camerig en Cottessen.
foto--------------------------*--------------------------------
<] Een weidse blik op het dal van de Geul bij Camerig- Cottessen. Aan de overkant van het dal ligt België.