Kuttingen
met Plaat-Diependal en Termiet
Limburg Vlak bij Belgische grens, resp. nrs. 12, 18 en 24 op de kaart
Even ten zuiden van het dorp Epen, in de zuid oosthoek van Limburg, ligt een van de mooiste plekjes van Nederland. Direct buiten het dorp heeft men vanaf de weg naar Vaals een schitterend uit zicht over het dal van de Geul. Waar men ook kijkt, overal zijn fijne details in overmaat aanwezig: hofsteden van vakwerk, heggen, bosjes, holle we gen, paden door kalkgraslanden, wegkruisen enz.
Als een soort vierde dimensie is de geschiedenis van het land hier bijna tastbaar aanwezig.
Streken die de moderne mens aanspreken door hun natuur- en landschapsschoon zijn vrijwel on veranderlijk tevens de gebieden waar vroeger bit tere armoede werd geleden. Ook voor het Geuldal gaat dit op. In vroeger eeuwen is een deel van de grond in cultuur gebracht, maar de graslanden wa ren vrijwel alleen geschikt voor de schapenteelt.
Daarnaast bestond het land hoofdzakelijk uit bos en heide. Politiek lag de streek ingeklemd tussen el kaar bestrijdende machten. In de 16e eeuw waren nu eens de Spanjaarden er de baas, dan weer de staatse soldaten. Deze machtsveranderingen gingen altijd gepaard met plunderingen en rooftochten.
Ook in de 18e eeuw werd er hier veel armoede ge leden. De oogsten mislukten vaak en door de hon ger kregen besmettelijke ziekten een kans. Deze tijden zijn echter voorbij en het is nu een gebied waar veel Nederlanders in vakanties hun rust zoeken.
Als witte parels in het land liggen de gehuchten Plaat-Diependal, Terziet en Kuttingen in de streek die begrensd wordt door de weg Slenaken-Vaals, de Geul en de grens met België.
Komende vanuit Epen is het eerste vakwerk- pand aan de Terzieterweg de indrukwekkende Dorphof. Deze bestaat uit een hoefïjzervormig complex met een classicistisch woonhuis van bak steen, een reeks stallen uit 1767 en een langsdeel-schuur. Door even de Dorphofweg langs de schuur in te slaan, bereikt men de achterkant van de hof stede. Door een poort kan men hier het immense bedrijf, dat het grootste is in vakwerk dat in Lim burg behouden bleef, overzien. De twee vakwerk- vleugels zijn gebouwd op een sokkel van kolen zandsteen. Langs de open zijde van het complex loopt een door een boogbrug overkluisde — thans droge — gracht. Deze omgeeft een met breukstenen muren beklede verhoging, waarop in het begin van de vorige eeuw een bakhuis uit vakwerk is opge trokken. Door het dichte geboomte dat de boerderij omgeeft, is dit vanaf de weg moeilijk te zien.
Ten zuiden van de Dorphof ligt de kleinere boerderij de Wolfskuil, Terzieterweg 3. Deze heeft vakwerk aan de binnenhof en een gewitte straat- gevel. Vervolgens bereikt men de buurtschap Plaat.
Deze groep vakwerkgebouwen behoorde vroeger tot de Dorphof. Hier hadden de landarbeiders die op de hereboerderij werkten hun eigen bedrijfje.
Het complex Terzieterweg 6—10 bestaat uit een vrijstaand huis, een dubbele woning, een dwars- deelschuur en een stalletje. Laatstgenoemd gebouw ateert uit 1778 en de ene helft van het dubbele woonhuis uit 1743, de andere uit 1757.
Via de Plaat weg, met op nr. 2 nog een langge rekte vakwerkhoeve met dakoverstek op schoren, een versierde bovendorpel met het jaartal 1678 en een bakstenen schuur, bereikt men de Volmolen aan de Geul. Het is een van de vier waterrad- molens die het Boven-Geuldal rijk is. De naam dateert nog uit de tijd dat de molen werd gebruikt voor het vollen van wollen stoffen. Hierbij werden de vezels van het weefsel door kneden en walsen tot een dichte, egale massa vervilt. Meer dan een eeuw geleden werd de molen echter tot graan molen ingericht. In de afgelopen jaren is het com plex geheel gerestaureerd, waarbij de turbine weer door een rad werd vervangen. De molen, met bij behorend grasland, behoort tegenwoordig aan Na tuurmonumenten.
Via de bekende draaihekjes mag men — zij het uitsluitend op het getreden paadje en achter elkaar! — de omliggende graslanden betreden. Van de oude zinkflora is hier niet veel meer over door de be mesting en intensieve beweiding in vroeger jaren.
Op de steile helling ten oosten van de molen ko men echter nog resten van de vroegere vegetatie voor, zodat verwacht mag worden dat door voor zichtig beheer het gevarieerde plantengezelschap van weleer terug zal komen.
Via de Plaatweg en de Kuttingerweg bereikt men het gehucht Kuttingen. Dit bestaat uit een aantal boerderijen die deels uit vakwerk zijn opge trokken, deels uit breuksteen en baksteen. Nr. 8 heeft een gesneden bovendorpel uit 1707. Tot Ter- ziet behoort het bakstenen huis met bedrijfsgebou wen van vakwerk aan de Kuttingerweg nr. 2. Het huis heeft een plint van breuksteen en vensterom- lijstingen van Naamse steen. Vanuit Kuttingen be reikt men via een weidepad Terziet. Aan de Terzie- terweg staan weer diverse fraaie, 18e-eeuwse boer derijen met vakwerk. Het vakwerkhuis Terzieter- weg nr. 46 valt op door zijn oude tralievensters.
De Morgensweg leidt van Terziet naar Diepen dal. Dit gehucht zal eveneens zijn ontstaan uit wo ningen van landarbeiders van een grote hereboer- derij. Waarschijnlijk was dit de gelijknamige hof, die de heer van Wittem in 1379 verwierf. Thans be staat de bebouwing uit een paar schilderachtige groepen vakwerkhuizen die hoofdzakelijk uit de 18e eeuw dateren en enkele vrijstaande boerderijtjes.
Een fraai voorbeeld is het vakwerkhuis Diependal- seweg 8, met een vakwerkschuur met ca. 2 m hoge keienplint. Zoals vroeger gebruikelijk was zijn bij dit pand ook de balken gewit.
bezienswaardigheden
- Volmolen, Plaatweg 1. Graanwatermolen op de Geul uit 18e en 19e eeuw. Volledig in gebruik. Op werkdagen kosteloos te bezichtigen.
- Dorphof, aan de Terzieterweg. Grootste bedrijfsgebouw in vakwerk in Limburg, daterend uit de 18e eeuw. Niet te bezichtigen.
- Vakwerkhuizen, hoofdzakelijk uit de 18e eeuw, in de gehuchten Plaat-Diependal, Terziet en Kuttingen.
-------------------------------*--------------------------------
Het Zuidlimburgse gehucht Plaat-Diependal is rijk aan 18e-eeuwse vakwerkhuizen.