Lemiers
Limburg Ca. 2 km ten noordwesten van Vaals, 
Op de plaats waar in de Vroege Middeleeuwen de weg Maastricht—Aken de Selzerbeek kruiste, ont­ stond het dorp Lemiers. Reizen was in die tijd een tijdrovende en gevaarlijke onderneming, zodat men blij was op dergelijke strategische punten even te kunnen rusten of er zelfs zakelijke transacties af te wikkelen. Mogelijk stamt de naam Lemiers af van Limarias, dat ‘modderland’ betekent.
Door de aanleg van de autoweg Gulpen-Vaals is het oude komdorp geïsoleerd komen te liggen. Het bestaat uit een aantal mooie panden met 18e- eeuwse vakwerkgevels, gegroepeerd om een zaal­ kerkje, dat in 1979 geheel werd gerestaureerd. Het muurwerk van het eenbeukige natuurstenen ge­ bouw dateert gedeeltelijk nog uit de 11e of 12e eeuw. Het vierkante koor, iets smaller dan het schip, is van later tijd. Het torentje is bekleed met houten leien (schindels). Als pre-romaanse kerk­ vorm is het kerkje uniek voor ons land. Wel zijn soortgelijke zaalkerkjes van opgravingen bekend, maar die van Lemiers is de enige die gaaf is geble­ ven. Door de naburige, uit moderne woningen of verminkte, oude panden bestaande bebouwing is de karakteristieke komvorm van de oude dorpskern enigszins verloren gegaan.
Ten noordoosten van het dorp ligt aan het einde van een oprijlaan het edelmanshuis Lemiers. Het 17e-eeuwse bakstenen gebouw is opgetrokken op de natuurstenen fundamenten van een middel­ eeuws kasteel, waar in 1219 Winandus van Lemiers de scepter zwaaide. Van de L-vormige voorburcht of nederhof dateren de hoektorens met knobbel- spitsen waarschijnlijk uit 1573 en de ingangspartij uit 1678. Het complex is nog grotendeels omgracht.
Het huis is van binnen niet te bezichtigen. Wel kan men er biologisch-dynamische produkten kopen.
Ten zuiden van Lemiers strekt zich het grootste loofbos van Limburg uit: Boswachterij Vaals (652 ha), die vrij toegankelijk is.

bezienswaardigheden

  • R.K.-Kerk, St.-Catharinakapel, natuurstenen zaal­ kerkje met muurwerk uit 11e of 12e eeuw.
  • Monumentale huizen, in de oude dorpskern 18e-eeuwse vak­ werkgevels en voormalige molen.
  • Huis Lemiers, 17e-eeuws edelmanshuis, in de 18e eeuw gewijzigd; staat op vermoedelijk 12e-eeuwse fundamenten.
    Voorburcht uit 1678, met uit 1573 daterende hoek­ torens met knobbelspitsen.

Kerk van Lemiers

Het vroegere parochiekerkje van Lemiers in Zuid-Limburg is nu een patronaatshuis, maar het is nog altijd een vertederend monumentje in een dorp. Ootmoedig staat het bij de dorpshuizen, die het in aanzien overtreffen, zo simpel als ze ook zijn. De vakantieganger kan het gevoel hebben, te maken te krijgen met een oeroud bedehuis, dat de eeuwen door onveranderd is gebleven. Wat de tijden ook voor verandering brachten, de kerk blijft eeuwig dezelfde, lijkt de les te wezen. De les is fout. De muren van dit gebouw kunnen tot zeg maar 1100 teruggaan, maar zij hebben de eeuwen niet ongeschonden overleefd. Er moest telkens aan opgelapt worden en dat is best te zien. Het torentje is er pas veel later op gezet en het koortje, dat bepaald
niet naadloos aan het schip is gezet, is eveneens van heel wat jonger datum. Ook dit gebouwtje heeft zijn geschiedenis en dat wil zeggen: het is anders geworden. Het is met de bevolking meegegroeid, het kon wel eens wezen, dat het ook van bestemming veranderd is: van een kapel voor een kleine kloostergemeenschap tot parochiekerk. Dat is met heel wat van onze oudste
dorpskerken het geval geweest.
Wij vinden het een simpele constructie. Maar in de tijd van het ontstaan kan zo’n kerkje het enige stenen gebouw in de verre omtrek zijn geweest en een diepe indruk van macht en rijkdom hebben gemaakt op de boeren en herders, die het zagen verrijzen. Die woonden zelf in woningen van hout en leem, met stro gedekt. Zelfs de heren, die toen al voor de veiligheid in stenen
huizen leefden, zullen nog wel de verhalen hebben gekend, dat de militaire verdedigingswerken van hun voorouders waren gemaakt van aarde en plaggen met palissaden erop.
In Lemiers was het bouwmateriaal niet ver te zoeken: wij zijn in het mergelland. Maar op andere plekken was steen moeilijker te krijgen. In het rivierenland bij voorbeeld kunnen er ter plaatse voor het bouwen van een kerkje stenen zijn gebakken, maar natuursteen moest van verre per schip worden aangevoerd, want zwaar transport over land was vrijwel niet mogelijk
bij de gesteldheid der wegen en de draagkracht der wagens.
Het was ook wel iets: in die kerk woonde de Heer zelf (en kon men in dagen van gevaar een toevlucht zoeken). Binnen die hechte muren kon het kostbare liturgische gerei veilig worden bewaard: de miskelk, de broodschaal, de kannetjes, de dure handschriften met de teksten voor de vieringen. Nu moesten er wel middelen voor die geld verslindende bouwerij zijn. Ook zo’n nu ogenschijnlijk simpel geval is een teken van de grote rijkdom, die de kerk vroeger had, rijkdom, voornamelijk bestaande in land en de opbrengst ervan. De horige boeren op de kloosterakkers hebben hun geestelijke meesters niet anders bekeken dan hun lotgenoten het deden op het land van de graaf of de baron.
De bevolking nam toe, ook in het dorp kwam meer geld ter beschikking, de oude kapel werd dorpskerk met een eigen parochiepriester. Zeker, haar functie bleef, Gods huis, de poort van de hemel te zijn.
Hier concentreerde zich een groot deel van het leven: hier werd gedoopt en de Mis bediend, hier luidde de klok over de doden, hier begon en eindigde de processie voor het welvaren van de akkers, hier boette mep in zijn rampspoed.  Op het platteland van Zuid-Limburg is de Reformatie in de 16e eeuw vrijwel niet door gedrongen en heeft men ook nooit te maken gekregen met anti-katholieke maatregelen. De religie is er niet teruggedrongen tot de binnenkamer. Ook Lemiers is rooms gebleven. Elders zijn even oude kerken wel in handen van de  hervormingsgezinden overgegaan, vooral in Brabant, al zijn ook daar parochies te vinden, waar de strenge regels van de Staten-Generaal in deze niet golden: plaatsen, waar het oppergezag katholiek was gebleven.
Maar ook in de protestantse kerkjes, tijdgenoten van Lemiers. in Holland, in Gelderland, elders nog, is er een grote geleidelijkheid in de ontwikkeling. Zeker: processies werden niet gehouden, wel biddagen; en in de pastorie leefde een getrouwde dominee in plaats van een priester met zijn huishoudster, wel moest ook de dominee leven van de opbrengst der kerkegoederen en zelf een stukje land verzorgen; er werd gedoopt; de Mis was afgeschaft, maar er werd wel het Heilig Avondmaal gevierd; er was geen sacrament van de
zieken meer, maar er werd wel voor hen gebeden; en over de doden luidde de klok, reformatie of niet. Maar de dorpskerk van Lemiers werd te klein. Nog vervult ze een plaats in het dorpsleven. Maar ze is niet meer wat ze was: eenmaal het kosbaarste gebouw buiten het  herenhuis, toen wel passend de parochie, nu veroudert het gekoesterd. Lijnen van geleidelijkheid: boven het kleine torentje van Lemiers steken televisiemasten uit.

 

Van dit idyllisch plekje een zijsprong naar Oud- Lemiers. Nog geen vijftig passen van de grens ligt een Romaans kerkje, nu in gebruik als patronaatsgebouw. De muren zijn opgetrokken van onregelmatige blokken natuursteen, het torentje is gedekt met houten schaliën.
Het geheel heeft een 'archaïsch' karakter. Op de hoek tussen koor en schip staat, buiten, een oude grenssteen met een vreemde adelaar. De grensbeek ruist. Het eind van het land.

Lemiers, gemeente Vaals, noordwestelijk
van deze plaats. Oud kom dorp met vakwerkgevels
om een I Ide- of 12de-eeuws
zaalkerkje. Huis Lemiers, qde-eeuws
edelmanshuis.

 


Lemiers, gemeente Vaals, noordwestelijk
van deze plaats. Oud kom dorp met vakwerkgevels
om een I Ide- of 12de-eeuws
zaalkerkje. Huis Lemiers, qde-eeuws
edelmanshuis.

Lemiers. Het gelijknamige kasteel heeft
een 14de-eeuwse kelder.