Limburg Aan de Geul, ca. 1 km ten westen van Valkenburg,
Omstreeks 1100 werd er in de omgeving van Val kenburg uit adellijke ouders een jongen, Gerlachus, geboren die al jong opviel door zijn lichaamskracht.
Door zijn afkomst was hij voorbestemd krijgsman te worden. Hij groeide op tot een vechtersbaas met een bandeloze natuur, die zijn dagen vooral met vechten, dobbelen en drinken sleet. Toen hij weer eens met volle teugen van een ridderfeest genoot en op het toernooi triomfen vierde, bracht een die
naar hem het doodsbericht van zijn vrouw. Ze was uit rijden gegaan, de paarden waren op hol gesla gen en haar koets was van de wallen van de burcht van Valkenburg gestort. Overtuigd van het feit dat God hem op deze wijze strafte voor zijn losbandig heid, besloot hij een pelgrimstocht naar Rome te maken. Paus Eugenius in had juist de tweede kruistocht afgekondigd en zond hem naar Jeruza lem. Hier werkte hij als boetedoening zeven jaar in het hospitaal van St.-Jan. Getooid met het Jeruza- lemkruis keerde hij in 1158 in Valkenburg terug.
Gelouterd woonde hij als een kluizenaar in een hol le eik en later in een kluis in het Geuldal buiten de stad. Hij genas de zieken en hielp de armen. Ook verrichtte hij enkele wonderen. Zo schepte hij wa ter uit een put, dat aan de mensen en het vee gene zing bracht. In 1172 stierf hij in een geur van heilig heid. Pelgrims stroomden uit alle delen van het land toe en er verrees een kerkje bij zijn kluis.
Boven zijn graf werd in 1202 een dubbelklooster gesticht van de witte norbertijnen en norbertines- sen. Deze verzorgden het graf en het kerkje, en ontvingen de pelgrims.
Later, in de 13e eeuw, veranderde het klooster in een stift voor adellijke vrouwen. Tot tweemaal toe werd dit door de staatse troepen tijdens de Tach tigjarige Oorlog geplunderd en verwoest. Rond 1713 herbouwde men het klooster in een sierlijke Barokstijl, maar aan het einde van de 18e eeuw be zetten de Fransen het klooster. Het gebouwencom plex werd in 1797 verkocht aan een adellijke fami lie, die het tot landhuis verbouwde.
De kerk van het stift, daterend uit ca. 1725, kwam in 1808 in bezit van de parochie. Het inte rieur is versierd met fresco’s van de Zuidduitse Rococo-schilder Johann Adam Schöpf, die het leven van de heilige Gerlachus uitbeeldde. Tegen het gewelf zijn de Hemelvaart van Christus en de Ten hemelopneming van Maria te zien, en achter het fraaie orgel het Laatste Oordeel. Deze schilderin gen zijn deze eeuw gerestaureerd, nadat ze in 1872-1873 waren overgeschilderd. Midden in de kerk is het houten praalgraf van St.-Gerlach.
De kasteelvleugel, aan de zuidzijde van de kerk, dateert uit 1713. Ervoor ligt een park, dat aan de zuidkant wordt begrensd door een hoefijzervormig bedrijfsgebouw uit het midden van de 18e eeuw. De westvleugel van het voormalige kloostercomplex is sedert de Franse tijd als boerderij in gebruik. Hier toe werd het gebouw met een paar stallen en schu ren uitgebreid. De bij het kasteel behorende Kloos- terbossen op de noordhelling van het Geuldal (127 ha) zijn voor wandelaars zonder hond beperkt toe gankelijk.
De dorpsbebouwing van St.-Gerlach ontstond lintvormig ten noorden van het klooster aan en na bij de weg die Meerssen langs het Geuldal met Val kenburg verbindt. Op den duur verdichtte de be bouwing zich tot een straatdorp. In het oostelijke deel van de nederzetting treft men de grootste con centratie mergelstenen gevels aan. Enige zijn in de trant van de 16e-eeuwse Renaissance, maar dateren uit de 18e eeuw.
In het begin van de 18e eeuw ontstond de ge woonte de kleurcontrasten bij stenen huizen met verf te versterken. Op den duur begonnen blanke tinten te overheersen. De mergelstenen krulgevels in St.-Gerlach werden meestal met een dunne laag witsel bestreken. Voegwerk en de structuur van de steensoort bleven door de laag heen zichtbaar.
Dit deel van St.-Gerlach is door een oprijlaan verbonden met het front van het voormalige kas teel en door een open terrein gescheiden van de rest van het dorp. Overigens is St.-Gerlach tegen
woordig geen apart dorp meer: het vormt het cen trum van Houthem, dat weer onderdeel is van de gemeente Valkenburg aan de Geul.
Wetenswaardigheden
- St.-Gerlachuskerk, Onderstestraat 1. Barokke kerk uit 1725, met unieke fresco’s en houten praalgraf van St.-Gerlach; fraai orgel. Tijdens kerkdiensten te bezoeken.
- St.-Gerlachkapel, Onderstestraat. Kapel van de Kleine Zusters van de H. Joseph; deels 13e, deels 18e eeuw. Toegankelijk.
- Kasteel St.-Gerlach, Onderstestraat 13. Tot herenhuis omgebouwde vleugel van voormalig klooster, daterend uit 1713.
De vleugel ertegenover is als hoeve in gebruik.
Niet te bezichtigen. - Monumentale panden, langs de provinciale weg (nrs. 11, 17, 12, 16, 20, 22 en 32).
Hoofdzakelijk met mergelstenen gevels, waarvan enkele uit de 18e eeuw.
Op een wegsplitsing in St.-Gerlach staat deze ka pel, gewijd aan de patroonheilige van het dorp.
Wegkapellen en -kruisen zijn karakteristiek voor Zuid-Limburg. De wegkapellen zijn gesticht ter ere van een heilige, meestal Onze Lieve Vrouwe.
De houten of gietijzeren wegkruisen hangen te gen een muur, paal of boom. Soms staan ze vrij in het veld. Dikwijls worden ze omrankt door een bloemenkrans en staan ze in de schaduw van een linde of treurwilg. Er zijn wegkruisen die door een smal afdakje of klein kapelletje worden be schermd. Een devotiekruis is voor de voorbijgan ger een geestelijke wegwijzer. Een memoriekruis herinnert aan iemand die op die plaats overleed.
Een moordkruis staat op de plek waar iemand vermoord is. Een geloftekruis werd geplaatst uit dankbaarheid om een verkregen gunst en krach tens een gelofte. Een hagelkruis moet het gewas beschermen tegen hagel en ander onheil.
In het kerkje is het leven van st Gerlach uitgebeeld in bonte wandschilderingen die de muren van het barokke kerkje vullen. Het houten praalgraf van imitatiemarmer dat het gebeente van de kluizenaar bevat, is aan twee zijden open. In deze ruimte ligt een hoopje wit zand. Naar eeuwenoud gebruik strooien de boeren dit zand onder hun stalvee, wanneer het door ziekte is aangetast. Sint Gerlachus is namelijk de beschermer tegn veepest en andere dierenziekten.