Wandelroute vanuit Mheer

 De échte buitenlandwandeling komt in de volgende Reiziger, maar ook deze wandeling loopt voor een flink deel over de landsgrens - al is het nergens meer dan 2 km van die grens
vandaan. En we beginnen en eindigen in Nederland. Voor een wandeling die mooie vergezichten oplevert, met weinig asfalt en veel natu

Door Gerda Spaander

De reis vanaf Maastricht met bus 57 is een aangename. Deze bus voert tussen Maastricht en Gulpen langs verschillende plaatsten van waaruit heel goed te wandelen is. Ons beginpunt en eindpunt liggen beide op de route van deze buslijn. Deze Op Verkenning begint in Mheer, boven bij de kerk en het kasteel (altijd aardig om even rond te kijken op de binnenplaats) of bij de volgende bushalte, 30 meter lager. Vanaf die halte loop je al snel op een smal paadje met een erg mooi uitzicht. Wie het paadje te smal en te scheef vindt kan beneden lopen, aan de andere kant van het weiland.
Verderop voert de route onder langs het Hoogbos, in het voorjaar een van de betere bossen met bosanemonen (niet alleen de witte, maar hier en daar ook de zeldzamere gele). We passeren geen grenspaal (wel een grenssteen), maar wel de grens; het verschil is enigszins te zien aan het opener landschap links. De bosrand is daar uitgedund, op zich geen punt, maar het hout is langs het pad neergelegd waardoor het zicht op het bos minder is geworden. Bovendien liggen er zulke dikke takken en stammen dat die in geen jaren in elkaar zullen zakken.
Stilte
Vlak voor we het Hoogbos verlaten zien we een bank, met een opschrift: Ervaar en koester de stilte - goute et aime le silence (want we zijn inmiddels al in België -hoewel, de Voerstreek is toch Vlaams en niet Waals?) Mooi natuurlijk, maar met een tractor die in de buurt aan het werk is lukt dat toch niet helemaal. Deze bank, of bijna een bed, staat niet op zichzelf maar is onderdeel van een gelijknamig project. Het Vlaamse Limburg blijkt een actief stiltebeleid te voeren, en er zijn o.a. een stiltedag en stilte-excursies georganiseerd. Met stiltegidsen.
We houden verder onze mond en luisteren naar de vogels. Heerlijk.

Wagyu op het menu
Vanuit het dal klimmen we naar het plateau, om van daar af te dalen naar ‘s-Gravenvoeren - Fourons le Comte voor degenen die ‘Fourons Wallons’ in hun vaandel hebben. De route voert eigenlijk langs het dorp, maar het is ook de moeite waard om ‘s-Gravenvoeren en de plaatselijke horeca aan te doen. Afspanning De Swaen bijvoorbeeld, aan dat mooie pleintje. De rivier de Voer loopt daar in een goot, verderop mag de beek weer vrijuit kronkelen.

Na ‘s-Gravenvoeren gaan we richting Altembroek, een heerlijk heuvellandschap met min of meer gelijknamig kasteel. Het pad voert langs een helling met bankje met een prima uitzicht. Even verderop is het uitzicht weer heel anders en nog mooier. Hier lopen we niet meer over een pad maar over gras. Eerder stonden hier tientallen oude walnotenbomen,maar dat mocht blijkbaar niet - ze zijn weg. In het voorjaar zie je zo hier en daar primula’s. En verder naar beneden lopen we langs de Noorbeek, waaraan je niet af kunt zien dat die ooit dit hele dwarsdal heeft uitgesleten. Aan het eind van de wandeling komen we de Noor weer tegen, want die ontspringt bij de bushalte.
De Noor gaat verder langs Kasteel Altembrouck, met exclusieve horeca. De zwarte Wagyu-runderen uit Japan, die daar in de buurt lopen, staan ook op de menukaart. Vanaf de route van deze Op Verkenning is het even omlopen als je daar koffie wilt drinken of lunchen, maar het is weer eens iets anders.

Voer en voorde
Wij kruisen en verlaten de Noor, gaan flink omhoog en zien aan de rechterkant dat het natuurgebied wordt uitgebreid. Grasland wordt afgegraven om de vroegere kalkgraslanden te
herstellen en orchideeën weer kansen te geven. We moeten nog eens terugkomen. Na de klim gaan we weer omlaag, dit keer naar het dal van de Voer. Het is hier niet voor niets de Voerstreek. Bij de kruising kunnen liefhebbers van fossielen nog even twee keer rechtsaf gaan om een voormalige kleine groeve te zien. Overigens levert al het klimmen en dalen in de winter wel het risico op uitglijders. Schoenen met een goed profiel bewijzen dan goede dienst.
En dan lopen we al snel langs de Voer. Aan de rechterkant is er een voorde, een doorwaadbare plaats. Je krijgt er wel natte voeten, maar voor vee en landbouwwerktuigen is dat niet
erg. Verderop langs de helling die Schoppemerheide heet wordt er weer aan natuurontwikkeling gedaan. Nu in de winter valt dit niet zo op, maar straks des te meer.

De boom van Sint Brigida
En dan wordt het tijd om weer terug te gaan naar Nederland. We verlaten de Voer en beginnen aan een flinke klim. Terugkijkend schittert de Voer nog tussen de bomen door. Op het
hoogste punt zijn we weer bijna in Nederland. 
De kerk van Noorbeek is al te zien, dus het is duidelijk waar we heen moeten. Na een makkelijke daling is daar inderdaad die kerk. Met een ‘meiboom’, een hele hoge den die het hele
jaar boven de kerk uitsteekt. Jaarlijks wordt op de tweede zaterdag na Pasen een den gehaald en rechtop gezet, en daar doet het hele dorp aan mee. Deze den is gewijd aan Sint Brigida,
de beschermheilige van het vee, in de tijd dat er een veepest woedde. Sint Brigida kreeg haar jaarlijkse boom en de veepest verdween. Overigens hebben ook andere Limburgse dorpen
hun meiboom, met een net iets ander verhaal.
Eerder was er een bushalte (Pley) op het plein bij de kerk. Met een mooie bank, wat wil je nog meer. Maar blijkbaar wilde de vervoerder daar liever niet meer stoppen, en dat is jammer. Nu moet je doorlopen naar de volgende halte, Wesch, bij de bron van de Noor. En dat is gezien die bron en de vakwerkbebouwing ook geen slechte plek.

De Reiziger Januari 2019 1